Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Antillenorganist
Antillenorganist | Chlorophonia musica
Hispaniolan Euphonia | Eufonia de La Española
De antillenorganist is een kleine, gedrongen vink die vrijwel alleen van bessen leeft, vooral van maretakken. Lange tijd gold hij als één soort van Hispaniola tot de Kleine Antillen; sinds kort worden de vogels van Puerto Rico en de Kleine Antillen als aparte soorten gezien en blijft deze naam voor de vorm van Hispaniola. Kort geleden is de soort met de andere organisten van de Antillen naar het geslacht Chlorophonia overgebracht.
Geluid
Een klagend gefloten tie-oe, een zacht tuk en een helder, rinkelend getjilp. De zang is een lange, tinkelende en trillende reeks die minutenlang kan doorgaan.
Opname: Eric DeFonso — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
10–12 cm, rond, met een korte staart en een korte, dikke snavel. Het mannetje heeft een hemelsblauwe kruin en nek, een geeloranje voorhoofd, een donker violetzwarte keel, kop en rug met een blauwe glans, en warm geeloranje onderdelen en stuit. Het vrouwtje is olijfgroen met dezelfde turquoise kruin en nek, een geel voorhoofd en een gelige keel, een olijfgele borst en een gele buik. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met minder blauw op de kop.
Verwarringssoorten
Op Hispaniola is de blauwe kruin bij beide seksen kenmerkend; er leeft geen andere organist. Het mannetje van de Haïtisijs Spinus dominicensis is ook zwart en geel, maar heeft een zwarte kop zonder blauw, een olijfgroene rug, gele vleugelvlekken en een spitse snavel. De Hispaniolaspindalis Spindalis dominicensis is groter, met witte strepen op de kop. De verwante organisten van Puerto Rico en de Kleine Antillen komen op Hispaniola niet voor.
Leefgebied
Vrijwel alle bostypen, van droog loofbos en halfgroen bos in het laagland tot vochtig bergbos, nevelwoud en pijnbos hoog in de bergen. Ook in schaduwkoffie, bosranden en verstoord bos, zolang er bomen met maretak staan. Eet bijna uitsluitend kleine bessen en verspreidt zo de zaden van maretakken. Leeft in paren of kleine groepjes, vaak hoog in de kroon.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Hispaniola, zowel in de Dominicaanse Republiek als in Haïti, en op Gonâve, van zeeniveau tot in de hoogste bergen. Het voorkomen is plaatselijk en onregelmatig, afhankelijk van vruchtdragende maretak. De verwante Puerto Ricaanse organist Chlorophonia sclateri en de Kleine-Antillenorganist Chlorophonia flavifrons leven op Puerto Rico en van Barbuda en Antigua tot Grenada.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Dominicaanse Republiek bijvoorbeeld in de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central. De rinkelende roep verraadt de vogel vaak eerder dan het zicht; groepjes komen terug naar dezelfde maretak in de kroon van een boom, waar ze met geduld goed te zien zijn.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar de aantallen nemen af door het verlies van bos aan landbouw en houtkap. De soort is plaatselijk vrij algemeen en houdt zich ook in verstoord bos en koffieplantages staande.
Wetenschappelijke naam
Chlorophonia musica | (Gmelin, 1789) (GBIF: Euphonia musica)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Pipra musica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorophonia werd in 1851 ingevoerd door Bonaparte. Chlorophonia combineert het Griekse khlōros 'groen' met de geslachtsnaam Euphonia, naar het groene verenkleed. musica is Latijn voor 'muzikaal', naar de welluidende roep en zang. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola.





