Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Puerto Ricaanse organist
Puerto Ricaanse organist | Chlorophonia sclateri
Puerto Rican Euphonia | Eufonia de Puerto Rico
De Puerto Ricaanse organist is een kleine, gedrongen vink van Puerto Rico die vrijwel alleen van maretakbessen leeft. Hij werd lang als ondersoort van de antillenorganist gezien, die van Hispaniola tot de Kleine Antillen reikte; sinds 2016 wordt die in drie soorten gesplitst, en de vorm van Puerto Rico is een daarvan. Net als de andere organisten van de Antillen staat hij tegenwoordig in het geslacht Chlorophonia.
Geluid
Beide seksen zingen, het vrouwtje vaak ingewikkelder dan het mannetje. De zang is een lange, rommelige reeks van snelle piepjes, fluitjes en tink-tonen, soms zonder pauze tot twintig minuten lang. Bij het foerageren klinkt een klagend fluitje en een zacht tuk-tuk.
Opname: Omar Monzon Carmona — CC BY-NC 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist
Herkenning
10–12 cm, rond, met een korte staart en een korte, dikke snavel. Het mannetje heeft een geeloranje voorhoofd, door een smal donkerblauw bandje gescheiden van de hemelsblauwe kruin en nek; het blauw buigt onder de oorstreek naar voren. De rest van de kop is donker violetblauw, de rug zwart met blauwe glans, stuit en bovenstaartdekveren zijn helder geel, de keel geel en de onderdelen dof oranjegeel. Bij de antillenorganist van Hispaniola is de keel van het mannetje donker. Het vrouwtje is olijfgroen met dezelfde blauwe kruin en nek, een geel, olijfgeel of roodachtig voorhoofd, een gelige kin en keel en dof olijfgele onderdelen.
Verwarringssoorten
Op Puerto Rico leeft geen andere organist, en de blauwe kruin is bij beide seksen kenmerkend. De Puerto Ricaanse spindalis Spindalis portoricensis is groter, met witte strepen op de kop; het vrouwtje is olijfgrijs zonder blauw. Het suikerdiefje Coereba flaveola heeft een witte wenkbrauwstreep en een dunne, gebogen snavel. Het Puerto Ricaans dikbekje Melopyrrha portoricensis is groter en zwart met een roodbruine keel en onderstaart.
Leefgebied
Het binnenste en de randen van vochtig en droog loofbos, bergregenwoud, kalksteenbos in het karstgebied en secundair bos, van zeeniveau tot de hoogste toppen rond 1300 m. Ook in schaduwkoffie, zolang er maretak groeit. Eet bijna uitsluitend kleine maretakbessen, daarnaast andere vruchten en kleine geleedpotigen, meestal in de kroon, in paren of soms in gemengde groepen. Het bolvormige nest met zij-ingang, van korstmos, mos en schors, wordt goed verstopt in mos of een epifyt, 3 tot 20 m boven de grond; broedt waarschijnlijk het hele jaar, vooral van maart tot juni.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Puerto Rico, verspreid over het hele eiland; na het broeden trekken sommige vogels mogelijk naar lager gelegen gebied. Alle waarnemingen in de kaartdatabase komen van Puerto Rico. De verwante antillenorganist Chlorophonia musica leeft op Hispaniola en de Kleine-Antillenorganist Chlorophonia flavifrons van Barbuda en Antigua tot Grenada.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het El Yunque National Forest, het karstbos van Río Abajo en het bergbos van Maricao zijn bekende plekken. De vogel zit meestal hoog in de kroon en wordt het eerst opgemerkt aan het klagende fluitje of de tinkelende zang; een maretakbos met rijpe bessen wordt door dezelfde vogels steeds opnieuw bezocht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein en de aantallen zijn niet bekend, maar worden stabiel geacht. De soort is plaatselijk algemeen, onder meer in El Yunque, en komt in verschillende beschermde gebieden voor.
Wetenschappelijke naam
Chlorophonia sclateri | (Sclater, 1854) (GBIF: Euphonia musica)
Sclater beschreef de soort in 1854 als Cyanophonia sclateri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorophonia werd in 1851 ingevoerd door Bonaparte. Chlorophonia combineert het Griekse khlōros 'groen' met de geslachtsnaam Euphonia, naar het groene verenkleed. sclateri eert de Britse zoöloog Philip Lutley Sclater (1829–1913), oprichter van het tijdschrift Ibis en specialist in Neotropische vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico.




