Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Monniksgier
Monniksgier | Aegypius monachus
Cinereous Vulture | Buitre negro
De monniksgier is de grootste roofvogel van Europa en een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld. Hij zweeft op brede, kaarsrechte vleugels boven de dehesa (Iberisch parklandschap van oude eiken boven begraasd grasland), vrijwel horizontaal, en oogt bij tegenlicht als een donkere plank tegen de lucht. Verreweg het grootste deel van de wereldstand broedt in Iberië.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Vrijwel zwijgzaam. Buiten de kolonie en het kadaver hoor je hem nauwelijks: gieren hebben een weinig ontwikkeld stemorgaan en beperken zich tot schorre, ongearticuleerde geluiden. Bij het nest en in de ruzies om aas wordt geblazen en gegromd, met een hees chaaa en scherp gesis sjjj; jongen bedelen met een rauw, herhaald gepiep dat vanaf de bodem van het dal net hoorbaar is.
Opname: Thomas SIGNEAU — CC BY-SA 4.0 · xeno-canto
Herkenning
Reusachtig en vrijwel egaal donkerbruin, zonder het contrast tussen lichte dekveren en zwarte slagpennen van de vale gier. De vleugels zijn zeer breed, met een rechte, evenwijdige achterrand en zes tot zeven lange, ver gespreide vingers; de staart is kort en duidelijk wigvormig, met een hoekige punt die net achter de vleugels uitsteekt. Zware kop met bruin of grijs dons, blauwgrijze naakte huid rond het oog en een kraag van donkere veren; de snavel is enorm en zwartig met een blauwgrijze washuid. Zweeft op vlakke of heel licht neerhangende vleugels, nooit in een V. De adult heeft een lichtere kop en nekkraag, de jonge vogel is nog donkerder, bijna zwart, met een zwartige kop.
Verwarringssoorten
Vale gier: zelfde formaat, maar met zandkleurig lichaam en lichte dekveren die sterk contrasteren met zwarte slagpennen, een kale bleke hals, een witte donzige kraag en een korte, vierkante staart die nauwelijks achter de vleugels uitsteekt; bovendien zweeft hij met de vleugels in een duidelijke V, terwijl de monniksgier ze vlak en recht houdt, met een breder, rechthoekiger vleugelprofiel en die langere wigvormige staart. Bij tegenlicht, als de kleur wegvalt, beslist de kop: zwaar en donker bij de monniksgier, dun en bleek bij de vale gier. Lammergier: veel langere, smallere vleugels en een lange wigvormige staart; de donkere jonge lammergier lijkt het meest op een monniksgier, en ook dan geeft de staart de doorslag. Een jonge aasgier is eveneens egaal donker, maar veel kleiner en veel smaller gevleugeld, met een lange wigstaart.
Leefgebied
Broedt in bomen, niet op rotsen: een enorm takkenplatform in de kroon van een steeneik, kurkeik of parasolden, op weinig belopen hellingen met oud mediterraan bos. Daaromheen zijn grote oppervlakten dehesa, struweel en graansteppe nodig, met extensieve veehouderij en grofwild, waar dood vee, herten en konijnen liggen. Hij blijft zelden ver weg van hoog opgaand bos dat nestruimte biedt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Iberië herbergt het overgrote deel van de wereldstand: ruim 2500 paren, in Extremadura, de Sierra Morena, de Montes de Toledo, het Centraal Systeem en Mallorca, en sinds 2022 opnieuw zo'n twintig paren in de Sierra de la Demanda. Na uitzettingen in de Grands Causses en de Baronnies broeden daar ruim vijftig paren; op de zuidelijke Balkan resteert alleen de kolonie van Dadia met een dertigtal paren, en in het oosten van de Balkan zijn sinds 2018 opnieuw vogels uitgezet. Verder oostwaarts broedt hij in Anatolië, de Kaukasus en Centraal-Azië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Extremadura van februari tot juni: het uitkijkpunt Salto del Gitano in Monfragüe en de weg EX-208 leveren dagelijks monniksgieren op. Ga kort na zonsopkomst, als de vogels nog laag langs de hellingen schuiven, en kom terug tussen elf en twee uur, wanneer de thermiek staat en ze hoog cirkelen. Een voederplaats of een bergpas waar vogels zich verzamelen vergroot de kans sterk; in de Sierra de Andújar en het nationaal park Cabañeros gaat het net zo.
Staat van instandhouding
Gevoelig (IUCN: Near Threatened). De Iberische stand is sinds de ruim tweehonderd paren van 1973 sterk gegroeid en neemt nog altijd toe, maar de soort blijft bedreigd. Illegaal gif in lokaas voor wolven en vossen is de belangrijkste onnatuurlijke doodsoorzaak; daarnaast spelen ontstekingsremmers voor vee zoals diclofenac, al in kleine doses dodelijk voor gieren, aanvaringen met windturbines, elektrocutie aan hoogspanningsleidingen, loodvergiftiging uit jachtmunitie en het verdwijnen van extensieve veehouderij.
Wetenschappelijke naam
Aegypius monachus | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Vultur monachus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aegypius werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Aegypius is Grieks (aigupios), de naam van een gierachtige roofvogel; volgens Aelianus hield de aegypius het midden tussen een gier (gyps) en een arend. monachus is Latijn voor 'monnik', naar de kale kop en de kraag van halsveren, die aan een monnikskap doen denken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Arabië.




