Alle soorten › Zangvogels › Dikkoppen › Zwartstaartfluiter

Zwartstaartfluiter | Pachycephala melanura

Mangrove Golden Whistler | Silbador colinegro

De zwartstaartfluiter is de mangrovevariant van de gouden fluiter: een compacte, zwaar gesnavelde vogel waarvan het mannetje dezelfde zwarte kop, witte keel, zwarte borstband en goudgele onderdelen draagt, maar korter van staart is en een bredere gele nekband heeft. Hij is vrijwel volledig gebonden aan de mangrovegordel van de noordelijke kust, en dat leefgebied is in het veld het snelste onderscheid met de gouden fluiter.

Zwartstaartfluiter (Pachycephala melanura)
Foto: Lip Kee Yap — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, heldere fluitreeks die sterk aan die van de gouden fluiter doet denken, maar korter, sneller en met een minder uitgesponnen aanloop: enkele oplopende tonen gevolgd door een scherpe slotnoot. Het geluid draagt ver over de mangrovekreek en wordt meestal vanuit het gesloten bladerdek gebracht, waar de vogel zelf onzichtbaar blijft. Daarnaast klinken losse, klagende enkele tonen en een zacht keelgeluid tussen paarleden.

Luister: ZangXC911640

Opname: Jan-Uwe Schmidt — CC BY-NC-SA 4.0 · Sale Island, North Bougainville District, Autonomous Region of Bougainville, Papua New Guinea · xeno-canto

Herkenning

Een compacte fluiter van vijftien tot zeventien centimeter met een naar verhouding zware, lange snavel en een korte staart. Het mannetje heeft een zwarte kop, een witte keelvlek, een brede zwarte borstband en diep goudgele onderdelen, met een gele nekband die breder en verzadigder is dan bij de gouden fluiter en die bijna tot aan de zwarte borstband doorloopt; de witte keelvlek is juist kleiner. De rug is olijfgroen, vleugels en staart zijn zwart — die zwarte staart leverde de wetenschappelijke naam op. Het vrouwtje is gedempt grijsbruin tot olijfgrijs, maar met een duidelijk gelige buik en gele onderstaartdekveren, geler dan bij de meeste andere gedempte fluitervrouwtjes.

Verwarrings­soorten

De gouden fluiter (Pachycephala pectoralis) is de enige echte kandidaat en de overlap is klein maar reëel in Noord-Queensland. Kijk naar de nekband: bij de zwartstaartfluiter breed en diepgeel, zodat hij de zwarte borstband bijna raakt, bij de gouden fluiter smaller en met meer zwart ertussen. Kijk daarna naar verhoudingen — kortere staart en zwaardere snavel hier — en naar het leefgebied, dat in de praktijk het snelst beslist: mangrove tegenover eucalyptusbos. De krabbenfluiter (Pachycephala lanioides) deelt de mangrove en het zwarte kopatroon, maar is veel groter, heeft een enorme snavel en is wit met kastanje in plaats van geel. Het vrouwtje lijkt op dat van de grauwe fluiter (Pachycephala simplex), dat kleiner is en minder geel onder de staart heeft.

Leefgebied

Mangrove, en in mindere mate het aangrenzende moessonbos en de lianenstruwelen vlak achter de kust. Binnen de mangrove zit de vogel hoger dan de krabbenfluiter: in het gesloten kronendak en de bovenste helft van de bomen, waar hij insecten en spinnen van blad en twijg plukt. Op sommige eilanden en op smalle kuststroken waagt de soort zich ook in kustscrub en tuinen vlak achter de mangrove.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

De noordelijke en noordwestelijke kust van Australië, van de Pilbara en de Kimberley in West-Australië via de kust van het Noordelijk Territorium tot de Golf van Carpentaria en de westzijde van het schiereiland Kaap York, met daarbij de eilanden in de Straat Torres. Buiten Australië komt de soort voor op Nieuw-Guinea en in de Indonesische archipel. Er is geen trek; de vogels houden het hele jaar hetzelfde stuk mangrove bezet.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem waar de gouden fluiter niet komt: in gesloten mangrove, bij voorkeur vanaf een boot of een steiger waar je het kronendak van opzij ziet. Luister eerst — de korte, snelle fluitreeks verraadt de vogel op tientallen meters — en kijk dan naar de nekband. Voor het vrouwtje geldt: een gedempte fluiter in mangrove met duidelijk geel onder de staart is vrijwel zeker deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De vogel is binnen zijn leefgebied plaatselijk algemeen, maar dat leefgebied is smal en kwetsbaar: mangroveverlies door havens, mijnbouwinfrastructuur en aquacultuur langs de noordwestkust, cycloonschade, en op de langere termijn verschuiving van de mangrovegordel door zeespiegelstijging.

Wetenschappelijke naam

Pachycephala melanura | Gould, 1843

John Gould beschreef de soort in 1843 naar een vogel van de noordkust van Australië; Gregory Mathews beperkte de typelocatie in 1920 tot Derby in de westelijke Kimberley. Het epitheton melanura komt van het Oudgriekse melas ('zwart') en oura ('staart'). Het geslacht Pachycephala werd in 1827 ingevoerd door Nicholas Vigors en Thomas Horsfield, uit pakhus ('dik') en kephalē ('kop'). De Nederlandse naam zwartstaartfluiter en de Spaanse silbador colinegro volgen het Latijn en kiezen de zwarte staart, terwijl de Engelse naam Mangrove Golden Whistler het leefgebied kiest — in de praktijk het nuttigste kenmerk van de drie.