Alle soorten › Zangvogels › Doornsnavels en verwanten › Zwartkeelmangrovezanger

Zwartkeelmangrovezanger | Gerygone palpebrosa

Fairy Gerygone | Gerigón de hadas

De zwartkeelmangrovezanger is de mangrovezanger van het regenwoud van Noordoost-Queensland: elf centimeter, olijfgroen van boven en geel van onderen, met een rood oog en, bij het mannetje, een donkere keel die het van alle verwanten onderscheidt. Hij is de enige soort van het geslacht in Australië waarbij man en vrouw duidelijk verschillen.

Zwartkeelmangrovezanger (Gerygone palpebrosa)
Foto: Aviceda — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, ijl wijsje met de dalende toonval die het geslacht kenmerkt; het mannetje zingt luid en aanhoudend vanuit de kroon, vooral aan het begin van de ochtend. Een opvallend gedrag is dat hij juist bij gevaar harder gaat zingen: bij het opduiken van de zwarte orgelvogel (Melloria quoyi) laat het mannetje zich nadrukkelijk horen in plaats van zich stil te houden.

Luister: ZangXC557681

Opname: Iain Woxvold — CC BY-NC-SA 4.0 · Usage headwaters, West Sepik Province, Papua New Guinea · xeno-canto

Herkenning

Olijfgroen tot bruingrijs van boven, geel van onderen, met een rode iris en geen oogring of wenkbrauwstreep. Het mannetje heeft een donkere keel — bij de noordelijke vorm personata bijna zwart, bij de zuidelijke vorm flavida olijfgrijs — met witte streepjes langs de snorstreek en op het voorhoofd. Het vrouwtje is bruingrijs op de kop, met een grijswit voorhoofd en een geelwitte keel. Bij flavida heeft de staart witte punten.

Verwarrings­soorten

De witkeelmangrovezanger (Gerygone olivacea) overlapt in Queensland en is het enige echte probleem: die heeft een witte keel en een wit voorhoofdvlekje waar het mannetje hier donker is, en de vrouwtjes en jonge vogels verschillen nauwelijks. De witbuikmangrovezanger (Gerygone chloronota) zit veel verder westelijk en heeft geen geel op de onderdelen. De dikbekmangrovezanger (Gerygone magnirostris) en de witbrauwmangrovezanger (Gerygone levigaster) delen plaatselijk de mangrove maar zijn bruin of grijs zonder geel. De bruine mangrovezanger (Gerygone mouki) van hetzelfde regenwoud is klein, bruin en ongeel, en de witstaartmangrovezanger (Gerygone fusca), de witoogmangrovezanger (Gerygone tenebrosa), de maorimangrovezanger (Gerygone igata), de norfolkmangrovezanger (Gerygone modesta) en de chathammangrovezanger (Gerygone albofrontata) vallen op verspreiding af.

Leefgebied

Regenwoud en de randen daarvan, mangrove, moessonbos en lianenstruweel, en de dichte begroeiing langs beken en rivieren. Hij blijft in de kroon en in de bovenste helft van de onderlaag en plukt daar insecten en spinnen van het blad. Hij is territoriaal en standvogel, en wordt bijna altijd alleen of in paren gezien.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Noordoostelijk Australië, verder West-Papoea en Nieuw-Guinea. In Australië twee vormen: personata langs de kust van het Kaap York-schiereiland en flavida van even ten zuiden van Port Douglas tot Fraser Island in Queensland. Beide werden vroeger als aparte soorten beschouwd en zijn later samengevoegd; waar de twee elkaar raken lopen de keelkleuren in elkaar over.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek langs de bosrand en langs paden waar het licht doorbreekt, want in gesloten regenwoud kijk je vanaf de grond tegen een dichte kroon aan. Bij de eerste zang: let op de keel van het mannetje, en niet op het geel — dat heeft de witkeelmangrovezanger hier ook. Zijn nest hangt opvallend vaak vlak bij een wespennest, wat de vogel vermoedelijk beschutting tegen nestrovers oplevert.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), met een groot areaal over Nieuw-Guinea en noordoostelijk Australië en binnen dat gebied plaatselijk algemeen. In Australië is hij gebonden aan regenwoud en mangrove, twee leefgebieden die in Queensland sterk zijn ingekrompen maar waarvan de resten nu grotendeels beschermd zijn. Fragmentatie van laaglandregenwoud langs de kust blijft de belangrijkste zorg.

Wetenschappelijke naam

Gerygone palpebrosa | Wallace, 1865

Alfred Russel Wallace beschreef de soort in 1865 naar vogels van de Aru-eilanden, meteen in Gerygone, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Gould voerde het geslacht in 1841 in, uit het Griekse gērugonos, uit klank geboren. palpebrosa komt van het Latijnse palpebra, ooglid, naar de tekening rond het oog en op het gezicht. De Engelse naam is Fairy Gerygone; de Nederlandse naam zwartkeelmangrovezanger verwijst naar de donkere keel van het mannetje.