Alle soorten › Zangvogels › Prieelvogels › Vogelkopkatvogel
Vogelkopkatvogel | Ailuroedus melanotis
Black-eared Catbird | Maullador orejinegro
De vogelkopkatvogel is de katvogel van het uiterste noordoosten: een groene, zwaar gebouwde regenwoudvogel met een zwart oormasker, die op Kaap York, in zuidelijk Nieuw-Guinea en op de Aroe-eilanden leeft. Net als de andere katvogels bouwt hij geen prieel en laat hij van zich horen met een miauwend gejammer dat nergens op een zangvogel lijkt.
Geluid
Een aanhoudend, nasaal miauwen, klagend en opgaand, dat door dicht bos ver draagt en in toon en karakter niet van dat van de gevlekte katvogel is te onderscheiden; ook hier roepen paren om beurten. Aan dit geluid dankt het hele geslacht zijn naam, in het Nederlands zowel als in het wetenschappelijke Ailuroedus. Daartussendoor kort geratel en een hard klikken. Een liedje met melodie ontbreekt.
Opname: Philippe Verbelen — CC BY-NC-SA 4.0 · Wasur National Park, Papua, Indonesia · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen vogel van 24 tot 29 centimeter, van boven helder groen, met een donkerbruine tot zwartachtige kruin die dicht met lichte spikkels is bezaaid en een brede, scherp begrensde zwarte vlek over de oorstreek — die vlek is het duidelijkst van alle katvogels. De keel is licht gevlekt, de onderdelen zijn groen met grote, heldere witte druppelvlekken die contrastrijker afsteken dan bij de zuidelijke soorten. Vleugelpunten en staartpunt zijn wit, de snavel bleek en zwaar, de iris roodbruin. Man en vrouw zijn gelijk. Ook deze soort bouwt niets: geen prieel, geen podium, alleen een vast territorium dat een paar jarenlang verdedigt.
Verwarringssoorten
De gevlekte katvogel (Ailuroedus maculosus) is de directe zuiderbuur en het meest verwarrend: die is groter, heeft een grijsbruine in plaats van donkere kruin en een kleinere, minder scherpe oorvlek, en zijn onderdelen zijn romiger en minder wit gevlekt. Doorslaggevend is het areaal, want de twee komen nergens samen voor: het regenwoud van Kaap York tegenover de Wet Tropics verder zuidelijk, met de droge gordel rond Laura ertussen. In Nieuw-Guinea grenst het areaal aan dat van verwante katvogels van dezelfde opsplitsing, waaronder de witoorkatvogel (Ailuroedus buccoides), die veel kleiner is en een witte oorvlek draagt in plaats van een zwarte.
Leefgebied
Gesloten tropisch regenwoud in de laaglanden, moessonbos en lianenstruweel, en galerijbos langs kreken dat als groene draad door de omringende savanne loopt. Op Kaap York is dat laatste bepalend: de soort houdt zich aan de regenwoudkoppen en beeklopen van de Iron Range en de McIlwraith Range en aan de bosstroken die daaruit voortkomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Het noordoosten van Kaap York in Queensland, met het zwaartepunt in de Iron Range en de McIlwraith Range, en daarnaast de laaglanden van zuidelijk en zuidoostelijk Nieuw-Guinea en de Aroe-eilanden ten westen daarvan, waar de typelocatie ligt. Standvogel zonder enige trek. De zeestraat tussen Australië en Nieuw-Guinea is voor deze bosvogel geen scheiding geweest: het bosgebied was in ijstijden aaneengesloten.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Australië is dit vooral een vogel van de Iron Range: ga daar vroeg op pad, blijf op de bosweg staan en wacht op het miauwen, dat meestal uit de middenlaag komt. Let op de kruin en de oorvlek en niet op het groen, want het groen is bij alle katvogels hetzelfde. Wie beide Australische soorten wil zien, moet twee afzonderlijke reizen maken: hun gebieden raken elkaar niet.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Binnen het areaal is de vogel algemeen en het Australische deel ervan ligt grotendeels in nationaal park. De zorg zit in de kleine oppervlakte van het regenwoud op Kaap York en in het oprukkende vuur uit de omringende savanne, dat de randen van die bosbeetjes aantast.
Wetenschappelijke naam
Ailuroedus melanotis | (Gray, 1858)
Gray beschreef de soort in 1858 als Ptilonorhynchus melanotis, met de Aroe-eilanden als typelocatie; omdat ze later naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. melanotis is Grieks voor 'zwartoor', van melas, 'zwart', en ous, 'oor', naar de zwarte oorvlek — de Engelse naam vertaalt dat. De Nederlandse naam verwijst naar de Vogelkop, het schiereiland in het westen van Nieuw-Guinea, maar de typelocatie en het areaal van deze soort liggen daar niet.


