Alle soorten › Zangvogels › Zweepvogels › Struikraltimalia
Struikraltimalia | Psophodes cristatus
Chirruping Wedgebill | Zordala picocuña oriental
De struikraltimalia is de raltimalia van het oostelijke droge binnenland, van het noordoosten van Zuid-Australië tot het westen van Nieuw-Zuid-Wales. Het is een effen grijsbruine vogel met een spitse kuif en een lange staart, die in laag saltbush- (zoutminnend dwergstruweel van zoute vlakten) en lignumstruweel langs droge kreken leeft. Zijn evenbeeld, de klokraltimalia (Psophodes occidentalis), zit verder naar het westen; de twee zijn uitsluitend op de zang te scheiden.
Geluid
De enige betrouwbare determinatiesleutel. De zang is een korte, snelle, hakkelende reeks van vier of vijf noten die in Australië als did-ya-get-drunk wordt weergegeven: levendig, wat schraal en tsjirpend, zonder melodie en zonder dalende cadans. Dat is precies het tegendeel van de klokraltimalia, die een welluidende, klokkende reeks laat horen die als een vallende toonladder omlaag loopt. Ook deze soort zingt urenlang door, ook in de volle middagzon en soms bij nacht, en een paar zingt vaak in duet. In het lage struweel van de vlakten is de zang meestal het eerste en vaak het enige teken dat de vogel er is.
Opname: Martin Cake — CC BY-NC-SA 4.0 · Murnpeowie, South Australia, Australia · xeno-canto
Herkenning
Negentien tot eenentwintig centimeter, waarvan de lange, slanke staart een groot deel uitmaakt. Het verenkleed is effen grijsbruin, iets donkerder van boven, bleker van onderen, met een fijne, vage donkere streping op keel en borst die bij goed licht net zichtbaar is. De smalle, spitse kuif staat rechtop en geeft het silhouet zijn kenmerkende vorm. De staart is donker met smalle witte punten, de snavel kort, zwart en wigvormig. De vogel houdt zich laag, rent over de open grond tussen twee struiken door en vliegt kort en laag, met snelle vleugelslagen.
Verwarringssoorten
De klokraltimalia (Psophodes occidentalis) is de spiegelsoort en het eigenlijke determinatieprobleem: op uiterlijk zijn de twee in het veld niet met zekerheid te scheiden. Er wordt gemeld dat deze soort iets fijner gestreept is op de onderzijde en een iets kortere staart heeft, maar dat is op een vogel in beweging niet hard te maken, en beide kenmerken vragen licht en tijd die je in het struweel zelden krijgt. De zang beslist, en het areaal helpt: deze soort zit in het oostelijke binnenland — het noordoosten van Zuid-Australië, het zuidwesten van Queensland en het westen van Nieuw-Zuid-Wales — en de klokraltimalia in het westen en centrum. De grijskopzwiepfluiter (Psophodes nigrogularis) hoort tot hetzelfde geslacht maar is olijfgroen met een zwarte keel en zit in dicht struweel van het zuiden. Zonder gehoorde zang blijft een raltimalia in de grenszone een onbesliste waarneming.
Leefgebied
Laag, open struweel van de droge vlakten: saltbush- en bluebushvlakten (bluebush: blauwgrijs zoutstruweel van het halfwoestijnachtige binnenland) met verspreide struiken, lignum en nitre bush (zoutminnende struik, Nitraria billardierei) langs kreekbeddingen en rond claypans (ondiepe kleikom die na regen tijdelijk water vasthoudt), canegrass (hoog, stug pollengras van periodiek natte kommen) in ondiepe kommen, en de struweelranden van gibbervlakten (steenwoestijn met een dek van gepolijste keien). Anders dan de klokraltimalia, die hoger acaciastruweel verkiest, komt deze soort uit met vegetatie van nog geen twee meter, zolang er maar genoeg dekking is om in weg te duiken. Hij foerageert lopend over de open grond, op insecten en zaden, en blijft daarbij dicht bij een struik. Hij leeft in paren of kleine groepjes en bouwt een open komnest laag in een struik.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Het oostelijke droge binnenland: van het noordoosten van Zuid-Australië — het Lake Eyre-bekken en de Strzelecki-streek — noordoostwaarts tot het zuidwesten van Queensland en zuidwaarts tot het westen van Nieuw-Zuid-Wales. Binnen dat gebied is hij plaatselijk gewoon in de juiste vegetatie en afwezig op kale vlakten. Hij is standvogel, maar de aantallen bewegen mee met de regen en de toestand van het struweel; na goede jaren zit hij verder verspreid dan na een reeks droge. In het westen grenst zijn areaal aan dat van de klokraltimalia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Luister eerst, kijk daarna, en noteer altijd wat je hoorde. Rijd bij zonsopgang of juist midden op de dag langs saltbush-vlakten met lignum langs de kreken en stop waar je het hakkelende did-ya-get-drunk hoort: dat is de vaststelling, en zonder die zang is de waarneming in de grenszone onbruikbaar. De vogel zelf laat zich vaak kort zien op de top van een struik of rennend over open grond tussen twee bosjes. Ga niet proberen het verschil in streping met de klokraltimalia in het veld te maken — dat kost tijd en levert geen zekerheid.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). De soort is binnen haar areaal plaatselijk gewoon en het areaal zelf ligt in dunbevolkt veeteeltgebied dat nauwelijks is ontgonnen. Wat haar raakt is het wegvallen van de lage struiklaag: het kaalvreten van saltbush en bluebush door schapen, konijnen en geiten, en het verdwijnen van lignum waar kreken worden afgedamd of hun water niet meer krijgen. Waar het struweel terugkeert na een reeks natte jaren, keert de vogel mee terug. Verwilderde katten zijn een factor op plekken waar de dekking is verdwenen.
Wetenschappelijke naam
Psophodes cristatus | (Gould, 1838)
Gould beschreef de soort in 1838 als Sphenostoma cristatum, naar materiaal uit Nieuw-Zuid-Wales; de soortnaam is Latijn voor gekuifd, naar de spitse kuif. Later is het geslacht Sphenostoma — Grieks voor wigmond, naar de wigvormige snavel, en de bron van de Engelse naam wedgebill — bij Psophodes gevoegd, dat is gevormd uit Grieks psophos (geluid) en -odes (lijkend op); daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. De Engelse naam Chirruping Wedgebill noemt het tsjirpende karakter van de zang tegenover het klokkende van de westelijke soort; de Nederlandse naam noemt het struweel waarin de vogel leeft.

