Alle soorten › Zangvogels › Prieelvogels › Satijnblauwe prieelvogel

Satijnblauwe prieelvogel | Ptilonorhynchus violaceus

Satin Bowerbird | Pergolero satinado

De satijnblauwe prieelvogel is de bekendste bouwer van Australië: het mannetje zet op de bosbodem een prieel neer van twee rechtopstaande takkenwanden en legt daarvoor alles neer wat blauw is. Het is geen nest: het vrouwtje bouwt het hare los daarvan, hoog in een boomvork.

Satijnblauwe prieelvogel (Ptilonorhynchus violaceus)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het prieel een breed en vreemd repertoire: blazend gesis, mechanisch geratel, een aanzwellend elektrisch gezoem en luide nabootsing van andere bosvogels, alles kort na elkaar en met horten. Het contactgeluid is een luid, oplopend wieoe uit de boomkruinen, meestal het eerste teken van de soort. In de winter, wanneer groene vogels in troepen samen foerageren, hoort men vooral een zacht knorrend gebabbel.

Luister: ZangXC442452

Opname: James Ray — CC BY-SA 4.0 · Faulconbridge, Blue Mountains City Council, New South Wales, Australia · xeno-canto

Herkenning

Het volwassen mannetje is geheel glanzend blauwzwart met een bleek blauwwitte snavel en een violetblauwe iris; in vol licht slaat het zwart om naar diep paars. Vrouwtjes en jonge vogels — de 'groene vogels' — zijn olijfgroen boven en roomwit met donkere schubtekening onder, met bruine vleugels en dezelfde violetblauwe iris. Een mannetje heeft zeven jaar nodig voor het zwarte kleed, zodat verreweg de meeste vogels die men ziet groen zijn. De bouw is gedrongen: 27 tot 33 cm, zware snavel, korte ronde vleugels.

Verwarrings­soorten

De geelnekprieelvogel (Sericulus chrysocephalus) is kleiner en het mannetje zwart met fel geel; de groene vrouwtjes van beide soorten lijken op elkaar, maar de geelnekprieelvogel heeft een donkere iris en een zwartere kruin. De grijze prieelvogel (Chlamydera nuchalis) is grijsbruin en gevlekt en houdt zich op in droger bos van het noorden. Een zwart mannetje wordt in de schemering voor een spreeuw of een zwartrugfluitvogel gehouden; de bleke snavel, de violetblauwe iris en het bolle silhouet halen dat uit elkaar.

Leefgebied

Nat eucalyptusbos en regenwoud met een dichte struiklaag, waar de prieelplaatsen liggen; in de winter zwerven groepen naar drogere bosranden, boomgaarden, parken en tuinen. Rond Sydney en Brisbane dringt hij door tot in buitenwijken met oude tuinen, en juist daar levert weggegooid blauw plastic hem zijn versiering. Het prieel staat op een vlak, schaduwrijk plekje met open zicht naar één kant; dezelfde plek wordt jaren achtereen gebruikt.

Verspreiding en trek

Langs de oostkust van Australië, van het zuidoosten van Victoria noordwaarts tot in het zuidoosten van Queensland, met een gescheiden populatie in het regenwoud van de Atherton Tableland in het noorden. Standvogel, maar met duidelijke seizoensbewegingen: in de winter, in juni en juli, trekken troepen van tientallen groene vogels naar lager en opener land, in de zomer verspreiden ze zich weer over de prieelplaatsen. Het areaal is de laatste eeuw vrijwel onveranderd gebleven; wel dringt hij verder in stadsranden door.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek niet de vogel maar het prieel: een tweewandig bouwsel van rechtopstaande takjes op de bosbodem, met een bleke strooisellaag en een verzameling blauw ervoor. Het is het hele jaar te vinden en het mannetje komt er dagelijks terug om te onderhouden en te herschikken. De vertoning zelf hoort bij het warme halfjaar, van september tot februari; ga vroeg in de ochtend, ga op tien meter afstand zitten en beweeg niet.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en over het hele areaal algemeen, ook in verstedelijkt gebied. Het verzamelde blauwe plastic komt soms bij de jongen terecht; welke schade dat aanricht is niet goed onderzocht. De grootste zorg is het verdwijnen van vochtig bos met een dichte struiklaag aan de rand van de steden.

Wetenschappelijke naam

Ptilonorhynchus violaceus | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Pyrrhocorax violaceus, bij de alpenkraaien; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Kuhl voerde het geslacht Ptilonorhynchus in 1820 in, uit Grieks ptilon (veer) en rhynchos (snavel), naar de veertjes die de snavelbasis bedekken. violaceus is Latijn voor 'violetkleurig', naar de paarse glans van het mannetje. De typelocatie luidt 'Nouvelle Hollande' en wordt begrepen als Sydney in Nieuw-Zuid-Wales.