Alle soorten › Zangvogels › Mussen › Ringmus
Ringmus | Passer montanus
Eurasian Tree Sparrow | Gorrión molinero
De ringmus kwam rond 1863 met dezelfde scheepsladingen als de huismus in Melbourne aan, maar waar die laatste een half werelddeel innam, is de ringmus honderdvijftig jaar later nog altijd niet veel verder gekomen dan Victoria en een handvol plaatsen in het Riverina-district. Hij is de nette versie van de mus: kastanjebruine pet, witte halsring en op elke witte wang een zwarte stip.
Geluid
Het geluid lijkt op dat van de huismus maar is hoger, droger en korter afgeknipt: een scherp tsjik of tsjek, vaak in tweeën. In de vlucht klinkt het kenmerkende harde tek-tek, een geluid dat de huismus niet maakt en dat de soort boven een dorpsstraat verraadt voordat je hem ziet. De zang is niet meer dan een reeks van diezelfde roepen, wat sneller achter elkaar gezet, vanaf een dakrand of een telefoondraad.
Opname: Philippe_Grange — CC0 · Arrondissement of Bressuire (near Saint-André-sur-Sèvre), Deux-Sèvres, Nouvelle-Aquitaine, France · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, compacte mus van twaalf en een halve tot veertien centimeter, kleiner en netter van bouw dan de huismus. De hele kruin en de nek zijn effen kastanjebruin, de wang is wit met midden daarop een scherp begrensde zwarte vlek, en om de hals loopt een witte ring die achterin bijna sluit. De kin draagt een kleine zwarte slab, veel bescheidener dan die van de huismus. Man en vrouw zijn niet uit elkaar te houden, en dat alleen al scheelt in het veld.
Verwarringssoorten
De huismus (Passer domesticus) is de enige echte verwarring: het mannetje heeft een grijze kruin en een grote zwarte slab zonder wangvlek, het vrouwtje is dof grijsbruin met een bleke wenkbrauwstreep en heeft van het patroon van de ringmus niets. Waar beide soorten samen op een dorpsplein zitten, is de ringmus de kleinste, met de rondste kop en de scherpste tekening. In Nieuw-Zeeland is verwarring uitgesloten, want daar komt de ringmus niet voor.
Leefgebied
Oude binnenwijken, dorpskernen, parken met volgroeide bomen, boomgaarden, graanakkers en de erven van boerderijen. Hij nestelt in holten: onder dakpannen, in gaten in muren, in holle straatbomen en in nestkasten. Opvallend is dat hij in Australië juist de bebouwde kom houdt, terwijl hij in Europa het boerenland neemt en de stad aan de huismus laat — hier is de rolverdeling omgedraaid.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Melbourne en omgeving, de steden en dorpen van centraal en noordelijk Victoria tot aan de Murray, en enkele plaatsen in het Riverina-district van Nieuw-Zuid-Wales. Daarbuiten vrijwel niets. In West-Australië is hij een verboden soort: hij komt daar geregeld met schepen uit Zuidoost-Azië binnen en wordt telkens opgeruimd, zodat hij er nooit voet aan de grond krijgt. In Nieuw-Zeeland ontbreekt hij.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in een oude Victoriaanse dorpsstraat langs de kastanjes en luister naar het harde tek-tek boven je hoofd; dat is bijna altijd het eerste teken. Kijk daarna naar de wang: één zwarte stip op wit, van opzij en van voren even goed te zien, en daarmee is de soort klaar. In gemengde mussenzwermen op een graanerf zit hij meestal aan de rand.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) en in Australië gevestigd als exoot, maar dan een exoot die zich in honderdvijftig jaar nauwelijks heeft uitgebreid. Schade richt hij op deze schaal weinig aan: wat graan en fruit, en plaatselijk concurrentie om nestholten. Het echte verhaal is dat van de gemiste kans — West-Australië houdt hem, net als de huismus, met een strak volgehouden opruimbeleid buiten de grens, en dat werkt.
Wetenschappelijke naam
Passer montanus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de vogel in 1758 als Fringilla montana, bij de vinken; omdat hij later in een ander geslacht kwam, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Passer werd in 1760 ingevoerd door Brisson en is het Latijnse woord voor mus. montanus betekent 'van de bergen', en dat is een misgreep: de soort is geen bergvogel maar een vogel van akkerland en dorpen. De Nederlandse naam wijst op de witte halsring.



