Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Noordelijke koningsalbatros

Noordelijke koningsalbatros | Diomedea sanfordi

Northern Royal Albatross | Albatros real del norte

De noordelijke koningsalbatros is een grote albatros met een vleugelspanwijdte van ruim drie meter, waarvan negenennegentig procent op de Chathams broedt. De rest zit op Taiaroa Head bij Dunedin: de enige albatroskolonie ter wereld op een bewoond vasteland, en daarmee de plek waar deze vogel van dichtbij te zien is.

Noordelijke koningsalbatros (Diomedea sanfordi)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee is hij vrijwel stom; hooguit klinkt een krakend, gorgelend geluid als vogels om een vissersschip vechten. Op de kolonie hoort het geluid bij het vertoon: een luid, balkend aaah met de snavel naar de hemel, langgerekt klepperen van de snavelhelften en een laag gekreun bij het wederzijds poetsen. Een jong dat om voedsel vraagt geeft een hoog, aanhoudend piepen dat over het hele klif draagt.

Luister: ZangXC1078628

Opname: Oscar Thomas — CC BY-SA 4.0 · Taiaroa Head, Dunedin City, Otago Region, New Zealand · xeno-canto

Herkenning

Een albatros van 115 centimeter en zes tot negen kilo, met een geheel wit lichaam en een witte mantel, en een bovenvleugel die van jong tot oud zwart blijft. De ondervleugel is wit met een smalle zwarte voorrand en zwarte vleugelpunt; de snavel is bleekroze met een scherpe zwarte snijrand langs de bovensnavel, de poten vleeskleurig. De zwarte snijrand is op afstand zichtbaar en is het beste kenmerk van de soort. Jonge vogels lijken op de ouders, maar hebben donkere spikkels op de kruin en wat zwart aan de staartpunt. In de vlucht zeilt hij met stijve, smalle vleugels laag over het water en slaat hij alleen bij het opstijgen.

Verwarrings­soorten

De zuidelijke koningsalbatros (Diomedea epomophora) is de eerste vergissing: bij hem wordt de bovenvleugel met de jaren wit, van de voorrand naar binnen, zodat oude vogels bijna witte vleugels hebben — de noordelijke houdt zijn zwart. De grote albatrossen van de D. exulans-groep krijgen eveneens wit in de bovenvleugel en missen de zwarte snijrand op de snavel. Van onderen lijken al deze soorten sterk op elkaar; kijk daarom naar de bovenvleugel en naar de snavel, en niet naar de ondervleugel. Jonge zuidelijke koningsalbatrossen hebben net als de noordelijke een zwarte bovenvleugel en zijn op zee vaak niet met zekerheid te benoemen.

Leefgebied

Subtropische en subantarctische zee, met een voorkeur voor de rand van het continentaal plat, opwellingen en de plaatsen waar de trawlers werken. Broeden gebeurt op winderige klifranden en in de tussock (grasland van losse, hoge polvormende grassen, vooral in Nieuw-Zeeland) van de Chathams, en op Taiaroa op een grazige kop boven de haven van Otago. Hij mijdt luw, ondiep binnenwater en komt alleen aan land om te broeden.

Verspreiding en trek

De broedplaatsen zijn de Sisters en de Forty-Fours in de Chathams, met een handvol paren op Enderby en bijna dertig paar per jaar op Taiaroa Head. Buiten de broedtijd trekken de vogels met de westenwinden mee de Stille Oceaan over naar de wateren voor Chili en Peru; het typemateriaal kwam dan ook voor de kust van Corral in Chili vandaan. Het broeden gaat om het jaar: het ei wordt eind oktober tot eind november gelegd, het jong komt eind januari of begin februari uit en vliegt na ruim tweehonderdveertig dagen in september uit. De kolonie op Taiaroa is er pas sinds de jaren twintig van de vorige eeuw en groeide onder streng beheer.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Het Royal Albatross Centre op Taiaroa Head bij Dunedin is de zekerste plek ter wereld voor deze soort; ga op een dag met stevige noordoostenwind, want dan komen de vogels laag langs de kop in plaats van ver op zee te blijven. Wie hem op zee wil zien, neemt een boot uit Kaikoura of vaart bij de Chathams; let daar bij elke grote albatros eerst op de zwarte snijrand van de snavel.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN), met zesduizendvijfhonderd tot zevenduizend broedparen en zo'n zeventienduizend volwassen vogels. Op zee is de bijvangst in de beug- en trawlvisserij de grootste doodsoorzaak; op de Sisters en de Forty-Fours hebben stormen de grond en de begroeiing van de broedplaatsen weggeslagen, waardoor vogels op kaal gesteente moeten broeden. Op Taiaroa Head kosten hittestress en een ingevoerde bromvlieg jongen het leven, en wordt de kolonie sinds jaren met de hand beheerd.

Wetenschappelijke naam

Diomedea sanfordi | Murphy, 1917

Murphy beschreef de vogel in 1917 als Diomedea (Rhothonia) sanfordi, naar een exemplaar voor de kust van Corral in Chili; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want hij staat nog altijd in hetzelfde geslacht. Diomedea werd in 1758 door Linnaeus ingevoerd, naar Diomedes, wiens metgezellen volgens de overlevering in vogels veranderden. sanfordi eert Leonard C. Sanford, arts en beschermheer van het American Museum of Natural History. De Maori-naam toroa geldt voor de grote albatrossen samen.