Alle soorten › Zangvogels › Zweepvogels › Klokraltimalia
Klokraltimalia | Psophodes occidentalis
Chiming Wedgebill | Zordala picocuña occidental
De klokraltimalia is de raltimalia van het droge westelijke en centrale binnenland: een effen grijsbruine vogel met een spitse, rechtopstaande kuif en een lange staart, die in het acaciastruweel van de woestijnranden leeft. Uiterlijk is hij vrijwel niet te onderscheiden van de struikraltimalia (Psophodes cristatus); de twee zijn dan ook pas in 1973 als aparte soorten erkend, en wel op grond van de zang. Die zang is dan ook het enige waarmee je hem determineert.
Geluid
Het beslissende kenmerk. De zang is een reeks heldere, klokkende, beltoonachtige noten die als een vallende toonladder omlaag en langzamer lopen — vaak weergegeven als did-he-get-drunk of als het geluid van een fietsbel die uitloopt. Het klinkt melodieus en welluidend, en de vogel houdt er soms uren mee aan, ook midden op de dag en zelfs 's nachts bij volle maan. Dat is het verschil met de struikraltimalia, die een korter, sneller, hakkelend en veel schraler tu-whit-tu-whee laat horen zonder die dalende klokkende cadans. Wie de twee zangen eenmaal naast elkaar heeft gehoord, verwart ze niet meer; wie alleen de vogel ziet, komt er niet uit.
Opname: Marta Celej — CC BY-NC-SA 4.0 · Petermann, MacDonnell Region, Northern Territory, Australia · xeno-canto
Herkenning
Negentien tot tweeëntwintig centimeter, waarvan de lange staart een groot deel uitmaakt. Het hele verenkleed is effen grijsbruin, van boven iets donkerder en van onderen iets bleker, met een vage lichte tekening op keel en borst. Het opvallendste kenmerk is de smalle, spitse kuif die rechtop op de kop staat en het silhouet direct herkenbaar maakt. De staart is lang en slank, met smalle witte punten die in de vlucht en bij het landen opvallen. De snavel is kort en zwart, het oog donker. De vogel beweegt zich laag en snel door het struweel en rent liever dan dat hij vliegt.
Verwarringssoorten
De struikraltimalia (Psophodes cristatus) is het hele probleem, en het is een eerlijk probleem: de twee zijn in het veld op uiterlijk niet met zekerheid te scheiden. Gemeld wordt dat de struikraltimalia iets fijner gestreept is op keel en borst en een iets kortere staart heeft, maar dat verschil is op een bewegende vogel in de schaduw van een struik niet hard te maken. Gebruik de zang en, als tweede houvast, het areaal: deze soort zit in het westen en het centrum — de Pilbara, de Murchison, de Goldfields en oostwaarts tot het noordwesten van Zuid-Australië en het zuidwesten van Queensland — en de struikraltimalia in het oostelijke droge binnenland. In het smalle gebied waar beide arealen elkaar naderen, is alleen de zang bewijs. De grijskopzwiepfluiter (Psophodes nigrogularis) deelt het geslacht maar is olijfgroen met een zwarte keel en leeft in dicht, laag struweel van het zuiden.
Leefgebied
Droog binnenland met hoog acaciastruweel: mulga (acaciastruweel van het droge binnenland, gedomineerd door Acacia aneura) en ander acaciastruweel, met name langs droge kreekbeddingen en op de overgang naar spinifexvlakten (stekelig, pollenvormend woestijngras van het binnenland), en verder alle laag struweel dat dicht genoeg staat om in te schuilen. Hij houdt van terrein met structuur — een struiklaag van anderhalf tot drie meter — en ontbreekt op kale gibbervlakten (steenwoestijn met een dek van gepolijste keien) en in gesloten bos. Hij foerageert op de bodem en in de onderste takken, op insecten en zaden, en blijft daarbij vrijwel altijd binnen bereik van dekking. Hij leeft in paren of losse groepjes en bouwt een open komnest laag in een struik.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Het westen en midden van het droge binnenland: van de Pilbara en de Murchison in West-Australië zuidwaarts tot het Kalgoorlie-gebied, en oostwaarts over het noordwesten van Zuid-Australië tot in het zuidwesten van Queensland. Binnen dat uitgestrekte areaal is hij plaatselijk gewoon waar het acaciastruweel dicht genoeg is, en afwezig op de open vlakten daartussen. Hij is standvogel, maar in droge jaren verschuiven de aantallen met de vegetatie mee. In het oosten grenst zijn areaal aan dat van de struikraltimalia, waarbij de twee elkaar grotendeels mijden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Determineer op het gehoor en neem daar de tijd voor. Stop langs een binnenlandweg waar hoog acaciastruweel staat, zet de motor uit en luister: de dalende, klokkende reeks draagt ver en wordt vaak herhaald, ook midden op de dag als de rest van het struweel zwijgt. Kijk pas daarna. Noteer bij een waarneming altijd de zang en niet alleen het uiterlijk — een raltimalia zonder gehoorde zang is in de overlapstrook geen bruikbaar geval. Een spitse kuif en een lange staart die in een mulgastruik verdwijnen zijn voldoende om het geslacht vast te stellen, niet de soort.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Het areaal is enorm, ligt grotendeels in dunbevolkt en nauwelijks ontgonnen binnenland, en de soort is daarbinnen plaatselijk gewoon. De gevoeligheid zit in het struweel: te vaak of te heet branden neemt de struiklaag weg, en zware begrazing door vee, geiten en kamelen doet hetzelfde. Waar de mulga blijft staan, blijft de vogel. Verwilderde katten zijn een factor waar de dekking dunner wordt, maar er is geen aanwijzing voor een landelijke achteruitgang.
Wetenschappelijke naam
Psophodes occidentalis | (Mathews, 1912)
Mathews beschreef deze vogel in 1912 als een ondersoort, Sphenostoma cristatum occidentale, naar materiaal uit Day Dawn in West-Australië; de soortnaam is Latijn voor westelijk. Omdat de soort nu in Psophodes staat, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Pas in 1973 werd hij op grond van de zang als volwaardige soort van de struikraltimalia gescheiden. Psophodes is gevormd uit Grieks psophos (geluid) en -odes (lijkend op). De Nederlandse naam en de Engelse naam Chiming Wedgebill noemen allebei het klokkende karakter van de zang, en de Engelse naam daarnaast de wigvormige snavel die aan het oude geslacht Sphenostoma zijn naam gaf.

