Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Heilige ijsvogel

Heilige ijsvogel | Todiramphus sanctus

Sacred Kingfisher | Alción sagrado

De heilige ijsvogel is de ijsvogel die je in Australië en Nieuw-Zeeland het vaakst tegenkomt, en juist hij zit meestal niet bij water: een turkooisgroene vogel met roomwitte onderdelen, een brede roomkleurige halskraag en een zwart masker, die vanaf een lage kale tak op de grond jaagt. In het zuiden van Australië is hij een zomervogel die eind augustus terugkeert; in Nieuw-Zeeland is hij het hele jaar te zien en heet hij kotare.

Heilige ijsvogel (Todiramphus sanctus)
Foto: JJ Harrison ( https://www.jjharrison.com.au/ ) — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het hele broedseizoen door klinkt een luide, gelijkmatig herhaalde reeks van vier of vijf korte noten: kek-kek-kek-kek, telkens op dezelfde toonhoogte en met een vaste tussenruimte, en meestal hoor je de vogel zo eerder dan je hem ziet. Bij opwinding gaat de reeks over in een sneller en hoger kie-kie-kie; bij een indringer bij het nest klinkt een schor, ratelend scheldgeluid. Paren roepen elkaar over honderden meters heen toe.

Luister: ZangXC1069720

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · Tidbinbilla sanctuary, Australian Capital Territory, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, compacte ijsvogel van een goede twintig centimeter, met turkooisgroene bovendelen, een blauwere stuit en staart, en roomwitte onderdelen. Van de snavel tot in de nek loopt een brede zwarte oogstreep, en daaronder ligt een brede roomkleurige kraag die rond de hals doorloopt; vóór het oog staat een klein licht vlekje. De snavel is lang en dolkvormig, zwart met een bleke basis aan de ondersnavel. Het vrouwtje is doffer en groener van boven, en jonge vogels hebben roestbruine zomen op de dekveren en de borst. In de vlucht is de vogel kortstaartig en snel, met een ondiepe slag laag over open grond.

Verwarrings­soorten

Macleays ijsvogel (Todiramphus macleayii) heeft zuiver witte onderdelen zonder enige crèmetint, een diepblauwe kruin en een opvallende witte vleugelvlek die in de vlucht oplicht; de heilige ijsvogel heeft die vlek niet. De torresijsvogel (Todiramphus sordidus) is duidelijk groter en zwaarder van snavel, donkerder groen van boven, en blijft aan mangrove en wad gebonden. De roodrugijsvogel (Todiramphus pyrrhopygius) verraadt zich door een kastanjebruine stuit en een licht gestreepte kruin en zit in het droge binnenland. Als de vogel recht van voren zit, beslissen de crèmekleurige waas op borst en kraag en de egaal donkergroene kruin de zaak.

Leefgebied

Open eucalyptusbos en open bos met een schrale ondergroei vormen het hoofdbeeld, aangevuld met melaleucamoerasbos, mangrove, de bosrand langs kreken en rivieren, en in het bewoonde land tuinen, parken en boomgaarden. Hij jaagt vanaf een lage uitkijkpost op de grond, op insecten, hagedissen en krabben; vis is bij deze soort de uitzondering. Genesteld wordt in een gat in een boomholte, in een aardwal of uitgegraven in een boomtermietennest.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Vrijwel heel Australië langs de kust en in het subkustland, van het zuidwesten rond Perth via het Top End en Queensland tot in Victoria; op Tasmanië is hij schaarser en alleen in de zomer. Vogels uit de zuidelijke twee derde van het vasteland trekken na het broeden naar Nieuw-Guinea, de Solomonseilanden en Indonesië en keren in augustus en september terug. In Nieuw-Zeeland broedt hij op beide hoofdeilanden en verplaatst hij zich na het broeden van de hogere gronden naar de kust; op Norfolkeiland zit een eigen ondersoort die er het hele jaar blijft.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in het zuiden vanaf eind augustus een bosrand of een kreekoever af en luister naar de gelijkmatige kek-kek-kek-reeks — die verraadt de vogel voordat je hem ziet. Scan daarna de lage kale takken en draden boven open grond, want hij kiest een uitkijkpost met vrij zicht op de bodem en blijft er lang roerloos zitten. Let bij elke wegvliegende vogel op het ontbreken van een witte vleugelvlek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC): de soort is wijdverbreid, algemeen en past zich goed aan aangeplant en bewoond land aan, en ze bezet een enorm areaal van Australië tot in de Grote Oceaan. Waar oude bomen met holten uit het landschap verdwijnen loopt het aanbod van nestplaatsen terug en moet ze uitwijken naar aardwallen en termietennesten; plaatselijk kost concurrentie om holten met spreeuwen en andere holenbroeders nesten.

Wetenschappelijke naam

Todiramphus sanctus | (Vigors & Horsfield, 1827)

Vigors en Horsfield beschreven de soort in 1827 als Halcyon sanctus; omdat ze nu in Todiramphus staat, gaan auteurs en jaartal tussen haakjes. Todiramphus is samengesteld uit het geslacht Todus, een West-Indisch vogeltje, en het Griekse rhamphos, 'snavel'. sanctus betekent 'heilig': Latham noemde de vogel in 1782 al zo omdat eilandbewoners in de Grote Oceaan hem met ontzag bejegenden — hij zat vaak bij marae en begraafplaatsen — en later werd hem ook macht over de golven toegeschreven. De typelocatie is Nieuw-Holland, nader bepaald als Nieuw-Zuid-Wales; in het Maori heet hij kotare.