Alle soorten › Papegaaiachtigen › Kaketoes › Geeloograafkaketoe

Geeloograafkaketoe | Zanda funerea

Yellow-tailed Black Cockatoo | Cacatúa fúnebre coliamarilla

De geeloograafkaketoe is de zwarte kaketoe van het zuidoosten: een forse, traag vliegende vogel met een gele vlek op de oorstreek en een brede gele band in de lange staart. Hij hakt met zijn snavel boorlarven uit stammen en takken en laat daarbij een spoor van verse houtsnippers achter dat van een afstand te zien is.

Geeloograafkaketoe (Zanda funerea)
Foto: KenKnM — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, klagend en zeer ver dragend contactgeluid, doorgaans geschreven als kee-ow ... kee-ow ... kee-ow, met lange tussenpozen in de vlucht of vanaf de slaapboom uitgestoten; op stille ochtenden draagt het kilometers. Daarnaast een langgerekt, wat jammerend wee-la, zachte keelgeluidjes tussen partners en, bij het uithakken van larven, het onmiskenbare gekraak van scheurend hout.

Luister: ZangXC1166633

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · Wilsons Promontory, South Gippsland Shire, Victoria, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een van de grootste kaketoes van Australië, tot vijfenzestig centimeter en zevenhonderdvijftig tot negenhonderd gram, bruinzwart met bleke veerzomen die het kleed geschubd maken, en met een korte beweeglijke kuif. Het kenmerk is de gele vlek op de oorstreek, aangevuld door de brede gele band in de staart die in de vlucht en bij het landen oplicht. De man heeft een zwarte snavel en een rozerode oogring, het vrouwtje een hoornkleurige snavel, een grijze oogring en een grotere, feller gele oorvlek. De vlucht is traag en zwaar, met diepe slagen en een duidelijk zichtbare lange staart.

Verwarrings­soorten

Binnen het areaal is verwarring beperkt, want geen andere zwarte kaketoe in het zuidoosten heeft gele staartvlakken. De bruine raafkaketoe (Calyptorhynchus lathami) deelt in Nieuw-Zuid-Wales en Victoria hetzelfde bos maar is een stuk kleiner en compacter, met rode of oranjerode staartvlakken, een dikke bolle bleke snavel en een veel zachtere krakende stem; het vrouwtje daarvan heeft geel op kop en hals, maar niet als één scherp begrensde oorvlek. De roodstaartraafkaketoe (Calyptorhynchus banksii) is glanzender zwart met een hoge helmkuif en rode staartvlakken. De twee witstaartsoorten van het westen, de dunsnavelraafkaketoe (Zanda latirostris) en de langsnavelraafkaketoe (Zanda baudinii), lijken sterk op deze soort maar hebben witte in plaats van gele oorvlek en staartvlakken, en er is geen enkele overlap in verspreiding: het westen en het zuidoosten raken elkaar niet.

Leefgebied

Nat en droog eucalyptusbos, casuarinabos, kustheide met banksia's en, met graagte, aangeplante dennenbossen. Hij foerageert op zaden van eucalypten, casuarina's, banksia's en dennen, en daarnaast op boorlarven van cossusvlinders en kevers die hij uit levend en dood hout hakt. Broeden doet hij in grote holtes hoog in zeer oude eucalypten — bomen van twee eeuwen en ouder, in het zuiden vaak reuzeneucalyptus. Buiten de broedtijd zwerven troepen door landbouwland en tot in de parken en straten van de grote steden.

Verspreiding en trek

Zuidoost-Australië: van zuidoostelijk Queensland door Nieuw-Zuid-Wales en Victoria tot in het zuidoosten van Zuid-Australië, plus Tasmanië en de eilanden in Straat Bass. Op het schiereiland Eyre houdt een piepklein restgroepje van dertig tot veertig vogels stand. In West-Australië ontbreekt de soort volledig, en in Nieuw-Zeeland komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek naar het werk in plaats van naar de vogel: verse, bleke houtsnippers aan de voet van een boomstam of onder een dode tak betekenen bijna altijd dat hier een geeloograafkaketoe larven heeft uitgehakt, vaak nog dezelfde dag. In de winter is een dennenaanplanting of een rij banksia's langs de kust de beste plek; en let in de vroege ochtend op de langgerekte kee-ow, die de troep verraadt lang voordat de trage silhouetten boven de boomtoppen verschijnen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC): de soort is over haar hele areaal nog wijdverbreid en past zich goed aan aangeplant bos en aan stedelijk groen aan. Toch is het beeld niet overal gunstig. In Victoria en Zuid-Australië lopen de aantallen terug en geldt de vogel op staatsniveau als kwetsbaar; het groepje op het schiereiland Eyre hangt aan een draad. De sleutel is steeds dezelfde: nestholtes ontstaan pas in eucalypten van een paar honderd jaar oud, en waar het bos wordt gedund, versnipperd of afgebrand verdwijnen die bomen sneller dan er nieuwe holtes bij komen.

Wetenschappelijke naam

Zanda funerea | (Shaw, 1794)

Shaw beschreef de soort in 1794 als Psittacus funereus, waarbij funereus letterlijk 'bij een begrafenis horend' betekent: een verwijzing naar het sombere, zwarte kleed. De typelocatie luidt Nieuw-Holland en wordt begrepen als Nieuw-Zuid-Wales. Auteur en jaartal staan tussen haakjes omdat de soort nu in Zanda staat, het geslacht dat Mathews in 1913 invoerde en dat na recent erfelijkheidsonderzoek weer in gebruik is; Mathews gaf geen verklaring voor de naam Zanda. Let op het verschil tussen de namen: de Engelse en de Spaanse naam wijzen op de gele staart, de Nederlandse gidsnaam op de gele vlek op de oorstreek, die vlak achter en onder het oog ligt.