Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Geelbandral
Geelbandral | Gallirallus philippensis
Buff-banded Rail | Rascón filipino
De geelbandral is de ral die zich wél laat zien: een middelgrote, gestreepte ral met een grijze wenkbrauwstreep, een roestbruine band van snavel tot nek en een oranjebruine borstband over een scherp zwart-wit gebandeerde onderzijde. Hij loopt over campings, langs havenkades en door mangroven, en is daarmee voor veel bezoekers de eerste ral die ze goed zien.
Geluid
Het contactgeluid is een scherp, piepend swit, vaak herhaald, en bij onraad volgt een hard, kakelend ratelgeluid. In de broedtijd laat hij een krakende, piepende roep horen die aan een roestig scharnier doet denken. Hij is het meest te horen in het eerste licht en vlak na zonsondergang, en buiten de broedtijd blijft hij vaak dagenlang stil.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een ral van achtentwintig tot drieëndertig centimeter en ongeveer honderddertig gram. De bovendelen zijn bruin met zwarte lengtestrepen en witte spikkels, de kin en keel grijs, en over de kruin, wang en nek loopt een roestbruine band vanaf de snavel. De witte of grijze wenkbrauwstreep is van veraf te zien. De borst draagt een brede oranjebruine band, en daaronder is de hele onderzijde fijn zwart-wit gebandeerd als een zebrapatroon. De snavel is stevig en roodbruin, de poten roze, het oog rood. Jonge vogels zijn valer en missen de borstband vrijwel geheel; donsjongen zijn geheel roetzwart.
Verwarringssoorten
De grijsborstral (Lewinia pectoralis) is kleiner, mist de oranjebruine borstband en heeft een langere, licht gebogen roze snavel en een leigrijze borst. De Lord Howe-ral (Gallirallus sylvestris) is vliegloos, effen olijfbruin zonder banden of borstband en komt alleen op Lord Howe-eiland voor — waar juist ook de geelbandral zit, zodat de twee daar rechtstreeks naast elkaar te zien zijn. De weka (Gallirallus australis) is veel groter en zwaarder, vliegloos en beperkt tot Nieuw-Zeeland. De mangroveral (Gallirallus castaneoventris) is bijna twee keer zo lang, kastanjebruin van onder en uitsluitend in mangrove van tropisch Noord-Australië.
Leefgebied
Vochtige plekken met lage, dichte begroeiing: rietkragen, zeggemoeras, zoutkwelder, de landzijde van mangrovebos, wad- en estuariumranden, sloten en greppels langs akkers. Daarnaast, en dat is voor een ral uitzonderlijk, tuinen, parken, campings en havenkades, waar hij tussen de mensen door tussen de struiken foerageert. Hij loopt langs randen en zoomt, en steekt open plekken snel over.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Wijdverbreid over het Australische vasteland, vooral langs de oostkust en op de kusteilanden, en verder op Norfolkeiland en Lord Howe-eiland, waar hij zichzelf heeft gevestigd. In Nieuw-Zeeland, waar hij moho-pereru heet, is hij inmiddels vrijwel beperkt tot kustmoerassen en mangroven van het noordelijke Noordereiland, met groepen in Nelson en Marlborough en op Great Barrier Island. Op Macquarie-eiland leefde een eigen ondersoort die is uitgestorven.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek langs de overgang van gras naar dekking, precies daar waar een pad, een sloot of een kade de begroeiing raakt, en kijk vroeg in de ochtend. Op campings, in kustdorpjes en rond picknickplaatsen in Queensland en op Norfolkeiland loopt hij vaak op een paar meter afstand rond. Op het water van een greppel verraadt het zebrapatroon op de buik hem eerder dan zijn silhouet.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met twintig ondersoorten over een enorm gebied van de tropen tot de subantarctische zone, en op het Australische vasteland eerder in aantal toe- dan afgenomen doordat hij goed met menselijk landschap omgaat. Het beeld op eilanden is somberder: de ondersoort van Macquarie-eiland is uitgestorven, in Nieuw-Zeeland geldt de soort als afnemend door drooglegging van kustmoeras en predatie door kat, hermelijn en rat, en op Lord Howe-eiland is hij zelf een zorg, omdat hij daar met de zeldzame Lord Howe-ral om voedsel en terrein kan concurreren.
Wetenschappelijke naam
Gallirallus philippensis | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Rallus philippensis, naar een vogel die Brisson zes jaar eerder uit de Filipijnen had afgebeeld; omdat ze later naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallirallus werd in 1841 ingevoerd door Lafresnaye en combineert Latijn gallus, 'haan', met rallus, 'ral'. philippensis betekent 'van de Filipijnen', wat de typelocatie is — ver buiten het gebied van deze gids, want de soort is sindsdien over half de Stille Oceaan beschreven.





