Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes pudica
Nepenthes pudica
De kannenplant die haar vallen onder de grond verstopt. Nepenthes pudica werd in 2022 beschreven door Martin Dančák, Ľuboš Majeský en collega's uit het bergland van Noord-Kalimantan, en ze doet iets wat bij geen enkele andere kannenplant bekend was: ze vormt ondergrondse, bleke scheuten zonder bladgroen, met goed ontwikkelde, buikige bekers die in de bodem of in holtes in de grond zitten. Boven de grond maakt de plant nauwelijks onderbekers. De naam pudica, Latijn voor 'schuchter' of 'zedig', verwijst naar die verborgen vallen.

Herkenning
Boven de grond is het een vrij gewone klimplant: kale stengels van 4 tot 6 mm dik, met korte stengelleden tot 4 cm, en klimmende scheuten die tot zo'n twintig meter lang kunnen worden. Wat de soort uniek maakt, zit onder het oppervlak: korte, ondergrondse scheuten zonder bladgroen, met gereduceerde bladeren, die buikige onderbekers dragen. Die bekers zitten in de grond of in holtes tussen wortels en stenen, vaak met alleen het deksel en de mond vlak onder of aan het oppervlak. Bovengronds worden vrijwel geen onderbekers gevormd, alleen bekers aan de klimscheuten. Omdat de volledige beschrijving voor deze gids niet is geraadpleegd, worden geen bekermaten gegeven.
Gelijkende soorten
De beschrijvers plaatsen de soort in de groep rond Nepenthes hirsuta en Nepenthes hispida, laaglandsoorten van Borneo met behaarde, buikige onderbekers. N. pudica verschilt van alle verwanten door de ondergrondse scheuten met bekers en de vrijwel ontbrekende bovengrondse onderbekers. Wie in het gebied een plant vindt met alleen klimscheuten en bovenbekers, doet er goed aan voorzichtig in het strooisel rond de voet te kijken: daar kunnen de ondergrondse bekers zitten.
De val en hoe hij werkt
Het eerste bekende geval van functionele ondergrondse vallen bij een bekerplant. De bekers in de bodem werken als valkuil zoals alle Nepenthes-bekers, met een peristoom, een deksel en verteringsvloeistof, maar hun prooi is anders: de beschrijvers vonden vooral mieren, naast andere ongewervelden die in strooisel en bodem leven. Het is een voorbeeld van hoe een vleesetende plant haar val kan verplaatsen naar waar de prooi is. Het verbergen van de bekers zou ook kunnen samenhangen met de seizoensdroogte op de kammen, waar de bodem vochtiger blijft dan de lucht, maar dat is een hypothese.
Standplaats en ecologie
Bergkammen op 1100 tot 1300 m hoogte, in bos dat seizoensgebonden droger kan worden (B1, D4). Het is een ongebruikelijke combinatie voor een kannenplant: de meeste bergsoorten groeien in permanent natte nevelwouden. Op deze kammen droogt de bovenlaag in bepaalde perioden uit, en een beker onder de grond verliest dan minder vocht dan een beker in de lucht.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Borneo en voor zover bekend beperkt tot het district Mentarang Hulu in de provincie Noord-Kalimantan, in het afgelegen binnenland. Dat stemt overeen met de aanduiding 'Borneo, Noord-Kalimantan' in de eigen soortenlijst. Het gebied is dunbevolkt, bergachtig en weinig onderzocht. Borneo is het centrum van de soortenrijkdom van het geslacht, met ruim veertig soorten, waarvan de meeste endemisch zijn en veel slechts op één berg of bergketen voorkomen.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of wilde vormen beschreven, en omdat de soort pas sinds 2022 bekend is, is er weinig over variatie te zeggen. Natuurlijke hybriden zijn niet gepubliceerd. De ondergrondse scheuten zijn een vast kenmerk en geen toevallige groeivorm van planten op een bepaalde plek. Zoals alle kannenplanten is de soort tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten, en voor zaadzetting moeten beide in bloei staan. De kleine, onopvallende bloemen staan in trossen of pluimen en worden door insecten bestoven; de zaden zijn licht en worden door de wind verspreid.
Waar en wanneer te zien
Het district Mentarang Hulu is zeer moeilijk bereikbaar, en het bergland daar vraagt meerdaagse tochten met plaatselijke gidsen. Graaf nooit planten uit om de ondergrondse bekers te zien: dat beschadigt de plant en haar standplaats. Wie de soort zoekt, kan beter letten op bovenbekers aan klimscheuten in het bos op de kammen en voorzichtig het strooisel rond de voet van de plant bekijken.
Staat van instandhouding
Er is geen IUCN-beoordeling van deze soort (Not Evaluated). Wat bekend is: ze is van één afgelegen district bekend en daar alleen van enkele kammen. Omdat de soort pas kort bekend is, is het risico op illegaal verzamelen reëel, zoals bij andere nieuwe kannenplanten. In dezelfde regio ligt het Nationaal Park Kayan Mentarang, maar of de groeiplaatsen binnen beschermd gebied vallen, is niet gepubliceerd. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II. Nieuw beschreven kannenplanten worden vaak snel gewild in de handel, en de ervaring met andere soorten leert dat dit tot plundering van kleine populaties kan leiden voordat weefselkweek de vraag opvangt.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes pudica | Dancak & Majesky, 2022
Nepenthes pudica werd in 2022 beschreven door Martin Dančák, Michal Majeský, Václav Čermák, Michael Golos, Bartosz Płachno en Wewin Tjiasmanto, in PhytoKeys 201: 77-97. De soort trok internationale aandacht omdat ze als eerste bekende Nepenthes-soort bekers onder de grond vormt. Enkele vindplaatsen in het district Mentarang Hulu, Noord-Kalimantan, Borneo, op 1100-1300 m hoogte; een enkele, specifieke typelocatie kon niet nader worden vastgesteld. De naam is Latijn voor "verlegen, bescheiden" en verwijst naar de neiging van de soort om haar bekers onder de grond te verbergen.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.