Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes biak

Nepenthes biak

Een kannenplant van kalkkliffen aan zee, op een eiland in de Cenderawasih-baai ten noorden van Nieuw-Guinea. De planten van Biak werden lang beschouwd als een kleine kustvorm van Nepenthes insignis. In 2018 beschreven Matthew Jebb en Martin Cheek ze als een eigen soort, Nepenthes biak, in een artikel in Blumea samen met Murphy en Mambor. Het type werd opmerkelijk genoeg vastgelegd aan de hand van een plant die al jaren in cultuur was in Kew. De soort behoort tot de groep van de Insignes, een groep van ongeveer veertien soorten die vooral in de Filipijnen voorkomt.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een klimplant van minstens drie meter, bezet met verspreide rode klieren. De bladeren zijn lijnvormig tot smal omgekeerd lancetvormig, glanzend en leerachtig, met een afgerond spitse top; aan de klimstengel meestal 16 tot 18 cm lang en 2 tot 3 cm breed. De onderbekers zijn alleen van zaailingen bekend: klein, eivormig-cilindrisch, met gefranjerde vleugels. Tussenbekers zijn 4,5 tot 8,5 cm hoog, soms met smalle vleugels. Het meest opvallend zijn de bovenbekers, die in twee vormen en kleuren voorkomen. De primaire bovenbekers zijn 19 tot 23 cm hoog, cilindrisch, zwaar paars gevlekt op een groene grond, met een glanzend donkerpaars peristoom van 5 tot 7 mm dat aan weerszijden ongeveer vijf stijve, puntige lobben draagt. De secundaire bovenbekers, hoger aan de stengel, zijn kleiner, 12,5 tot 13,5 cm, en vrijwel zuiver geel, met een geel peristoom.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn volgens de beschrijvers Nepenthes insignis, die nu als soort van het vasteland van Nieuw-Guinea wordt beschouwd, en een nog onbeschreven soort van de Raja Ampat-eilanden. Nepenthes insignis is een epifyt van het laaglandregenwoud met stevige, trechtervormige bovenbekers en een peristoom dat aan de zijkanten tot 3,5 cm breed wordt; Nepenthes biak heeft cilindrische bovenbekers met een smaller peristoom dat puntige lobben draagt, en groeit op kalkkliffen aan de kust. De tweekleurigheid van de bovenbekers, paars gevlekt en zuiver geel aan dezelfde plant, is een goed veldkenmerk.

De val en hoe hij werkt

Bijzonder aan deze soort is dat de bovenbekers dimorf en tweekleurig zijn: de eerste bovenbekers aan de klimstengel zijn groot en paars gevlekt, de latere kleiner en geel. Wat dit verschil betekent voor de vangst, is niet onderzocht; mogelijk trekken de twee kleurvormen verschillende prooien aan. Het peristoom is voorzien van stijve, puntige lobben, die de mond omzomen en het ontsnappen kunnen bemoeilijken. Onder het deksel liggen nectarklieren. Zoals bij het hele geslacht glijden insecten van het natte peristoom in de verteringsvloeistof onderin. Over de samenstelling van de prooi op Biak is niets gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Kalkkliffen aan de kust in de zone van altijdgroen laaglandbos, op zeeniveau, soms als epifyt op mangrovebomen (R2, B2). Dat is een ongewone combinatie voor het geslacht: kannenplanten zijn meestal planten van zure, voedselarme bodems, maar ook kalksteen kan een arme standplaats zijn waar weinig bodem op de rots ligt en regenwater snel wegzakt. Het voorkomen op mangrovebomen, vlak bij zout water, is eveneens bijzonder. De plant groeit in volle zon of halfschaduw op rotsen boven de branding.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op het eiland Biak, in de Schouten-eilanden in de Cenderawasih-baai, provincie Papoea, Indonesië. Onze eigen soortenlijst noemt 'Nieuw-Guinea, Biak', wat klopt: Biak ligt voor de noordkust van Nieuw-Guinea en hoort biogeografisch bij dat eiland. De soort is alleen van zeeniveau bekend, langs de kust. De planten van het vasteland die tot Nepenthes insignis worden gerekend, behoren er niet toe, en ook de nog onbeschreven verwant van de Raja Ampat-eilanden is een aparte soort.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. De opvallendste variatie zit binnen de plant: de primaire bovenbekers zijn groen met zware paarse vlekken en een donkerpaars peristoom, de secundaire bovenbekers vrijwel zuiver geel met een geel peristoom. Wie alleen één van beide ziet, zou kunnen denken aan twee verschillende planten. Bloeiwijzen waren bij de beschrijving nog onbekend, zodat over de bloemen van de soort weinig te zeggen is.

Waar en wanneer te zien

Biak heeft een vliegveld en is betrekkelijk goed bereikbaar vanuit andere delen van Indonesië. De soort groeit langs de kust op kalkrotsen en soms op mangrovebomen, dus zoek langs rotsige kustdelen met bos erboven. Let op cilindrische, paars gevlekte bekers en op zuiver gele bekers aan dezelfde plant. Omdat de beschrijvers de soort als ernstig bedreigd beschouwen, is terughoudendheid op zijn plaats: neem geen planten of zaad mee en deel geen precieze locaties.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld en staat daarom als 'niet geëvalueerd' (NE) in deze gids. De beschrijvers achtten het waarschijnlijk dat ze bij een formele beoordeling als ernstig bedreigd (Critically Endangered) zou worden aangemerkt, gezien het voorkomen op slechts één eiland en de bedreigingen die zij daar signaleerden. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. De kustzone van Biak is bewoond en in ontwikkeling, wat de kwetsbaarheid vergroot.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes biak | Jebb & Cheek, 2016

Nepenthes biak werd in 2018 beschreven door Martin Cheek, Matthew Jebb, Barbara Murphy en Ferdy Mambor, in "Nepenthes section Insignes in Indonesia, with two new species" (Blumea 62(3): 174-178). Het eiland Biak, onderdeel van de Schouteneilanden in de Cenderawasihbaai (regentschap Biak Numfor, provincie Papoea, Indonesië); het typemateriaal is verzameld van gekweekte planten in Kew Gardens die van dit eiland afkomstig waren. De soortsnaam is afgeleid van het eiland Biak, waar de soort endemisch is.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.