Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes berbulu
Nepenthes berbulu
Het Maleisisch schiereiland leek voor bekerplanten goed onderzocht, tot in 2023 een groep van zeven auteurs een soort beschreef met een kenmerk dat niemand eerder zo had gezien: lange, vlezige borstels aan de onderkant van het deksel. Ze noemden hem Nepenthes berbulu, naar het Maleise ber-, ‘hebbend’, en bulu, ‘haar’ — de behaarde. De soort groeit op de hoogste toppen van de Titiwangsa-keten, de bergruggengraat van het schiereiland, in het mosbos en het dwergbos rond de toppen, en werd tot dan toe waarschijnlijk voor een van de andere bergsoorten aangezien.

Herkenning
Een klimplant van het hooggebergte die zowel op de grond groeit als epifytisch op met mos bedekte bomen. Het opvallendste kenmerk is het deksel: aan de onderkant draagt het vlezige borstels, veel langer dan de haartjes die bij verwante soorten op die plek voorkomen. Zoals bij andere bergsoorten verschillen onder- en bovenbekers: de onderbekers staan op de grond of in het mos, zijn breder en dragen vleugels; de bovenbekers hangen aan klimstengels in het dwergbos en zijn slanker. Voor deze gids is geen toetsbare bron met maten van stengel, bladeren of bekers gevonden; de maatvelden blijven daarom leeg. In het wild werd de soort in februari en augustus bloeiend aangetroffen, met zowel mannelijke als vrouwelijke bloeiwijzen.
Gelijkende soorten
Op de toppen van de Titiwangsa groeien meer bekerplanten, en de soort werd lang niet als apart herkend. Onder de bergsoorten van het schiereiland heeft vooral Nepenthes macfarlanei eveneens haren aan de onderkant van het deksel; bij N. berbulu zijn dat echter lange, vlezige borstels, wat volgens de beschrijvers het doorslaggevende kenmerk is. Op lagere hoogte groeit N. berbulu samen met een nog onbeschreven Nepenthes en met verschillende vermoedelijke natuurlijke hybriden, wat het beeld daar ingewikkeld maakt. Wie twijfelt, kijkt onder het deksel: de borstels zijn het beste veldkenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval van het bergtype, met een glad peristoom, nectar op de rand en onder het deksel, en onderin een verteringsvloeistof. De functie van de lange borstels onder het deksel is niet onderzocht. Bij andere soorten met haren of aanhangsels onder het deksel wordt gedacht aan een rol bij het lokken — nectarklieren zitten vaak juist daar — of aan bescherming tegen regen die de beker zou verdunnen. In het koude, natte mosbos op de toppen zijn vliegende insecten schaarser dan in het laagland, en kruipende prooi zoals mieren is daar voor onderbekers belangrijk.
Standplaats en ecologie
Mosbos en dwergbos van ericaceeën rond de toppen, tussen ongeveer 1400 en 2100 m, met de hoogste dichtheden vanaf ongeveer 1900 m tot aan de top (B1). Op de toppen groeit de soort op de grond tussen het lage, vergroeide bos van heideachtige struiken; in het mosbos op de grond, epifytisch op met mos bedekte bomen, of op met veenmos begroeide taluds. Het is een koud, voortdurend nat milieu, vaak in de wolken, met een arme, venige bodem.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op het Maleisisch schiereiland, in de Titiwangsa-keten, het centrale bergmassief, waar hij van vijf toppen bekend is; de beschrijving wordt in onze lijst met de staat Perak verbonden. Hij groeit tussen ongeveer 1400 en 2100 m. Precieze groeiplaatsen worden hier niet genoemd: de soort is pas kort bekend, en nieuwe bergsoorten zijn gewild bij verzamelaars.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten of vormen onderscheiden. De soort is in 2023 beschreven in Carnivorous Plant Newsletter door Tan, Lim, Mey, Golos, Wistuba, McPherson en Robinson. Op lagere hoogte groeit hij samen met vermoedelijke natuurlijke hybriden en met een nog onbeschreven taxon, dus niet elke plant met haren onder het deksel is zonder meer N. berbulu. Over natuurlijke variatie binnen de soort is nog weinig gepubliceerd.
Waar en wanneer te zien
De toppen van de Titiwangsa zijn alleen te bereiken met meerdaagse tochten door ongerept bergbos, met een vergunning van de Maleisische bosbouwdienst en met ervaren lokale gidsen. Het beste gedeelte ligt boven ongeveer 1900 m, in het dwergbos rond de toppen. Kijk op de grond tussen de struiken en op de bemoste boomstammen; buig het deksel van een beker niet om, maar kijk er van onderaf onder. Neem niets mee, ook geen zaad of stekken.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de Rode Lijst (Not Evaluated) in de bron die deze gids gebruikt. Wat bekend is: de soort komt voor op vijf toppen in een afgelegen bergketen, waar het bos grotendeels ongerept en moeilijk bereikbaar is, wat een zekere natuurlijke bescherming geeft. Risico’s zijn verzamelen voor de handel — nieuwe soorten zijn gewild — en op langere termijn klimaatverandering, die bergsoorten omhoog drukt terwijl er boven de top geen ruimte meer is. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes berbulu | Tan, Lim, Mey, Golos, Wistuba, McPherson & Robinson, 2023
Nepenthes berbulu werd in 2023 beschreven door Tan, Lim, Mey, Golos, Wistuba, McPherson en Robinson, in "Nepenthes berbulu (Nepenthaceae), a pitcher plant from Peninsular Malaysia with remarkably long lid bristles" (Carnivorous Plant Newsletter 52(1): 15-43). Het Titiwangsagebergte, schiereiland Maleisië, waar de soort tamelijk algemeen is vanaf circa 1900 m tot de top, mede dankzij het uitgestrekte mosbos daar. De naam komt uit het Maleis: "ber-" ("hebbend") en "bulu" ("haar"), en verwijst naar de vlezige haren op de onderzijde van het dekseltje van de beker.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.