Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera huegelii

Drosera huegelii

Een van de forsere rechtopstaande knolzonnedauwen van Zuidwest-Australië, in de streek bekend als 'Bold Sundew'. Stephan Endlicher beschreef Drosera huegelii in 1837 in zijn Enumeratio plantarum, een verwerking van de planten die de Oostenrijkse reiziger Carl von Hügel kort daarvoor rond de Swan River had verzameld; de soortnaam eert Hügel. Het is daarmee een van de eerste zonnedauwen die uit West-Australië bekend werden.

Drosera huegelii
Foto: onbekend — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende plant die elk jaar uit een ondergrondse knol opschiet met een stevige, rechte stengel van 10 tot 50 cm. Langs de stengel staan kleine, klokvormige vangbladen die op een steeltje schuin naar buiten wijzen, elk met een kransje van glinsterende tentakels. Aan de top verschijnen van juni tot september witte tot crèmekleurige bloemen. De combinatie van een forse, onvertakte stengel, klokvormige bladeren en lichte bloemen, in een natte laagte midden in de winter, maakt de soort in het veld goed herkenbaar. Precieze blad- en bloemmaten hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden.

Gelijkende soorten

Andere rechtopstaande knolzonnedauwen kunnen erop lijken. Drosera heterophylla groeit in vergelijkbare natte laagten maar heeft een veelbladige witte bloem. D. microphylla heeft grote goudgele kelkbladen. D. marchantii is kleiner en heeft meestal roze bloemen. Binnen de brede groep rond D. peltata en D. macrantha zijn veel soorten zonder bloem lastig; let op de vorm van het blad en de kleur en grootte van de bloem.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De komvormige bladschijfjes dragen langs de rand lange tentakels met een kleverige druppel. Een insect dat erop landt blijft kleven; de tentakels buigen naar binnen en drukken de prooi in het komvormige blad, waar de vertering plaatsvindt. Door de stand van de bladeren langs een hoge stengel vangt de plant vooral vliegende insecten die tussen de lage vegetatie rondzwermen.

Standplaats en ecologie

Zandige bodems aan de randen van moerassen en in laagten die 's winters nat staan (W7, W4, D1). In de natte maanden staat de grond daar verzadigd of onder water; in de zomer droogt alles uit en trekt de plant zich terug in zijn knol, die diep genoeg ligt om de hitte en de frequente bosbranden te doorstaan.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Zuidwest-Australië, langs de zuidwestkust en verspreid landinwaarts. FloraBase noemt de bioregio's Avon Wheatbelt, Esperance Plains, Jarrah Forest, Mallee, Swan Coastal Plain en Warren, van de omgeving van Perth tot voorbij Esperance.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 43 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Recent beschreven Yves-Alain Utz en Robert Gibson een variëteit, Drosera huegelii var. phillmanniana, die door Plants of the World Online wordt vermeld. Details over de verschillen met de typische vorm hebben we niet kunnen inzien. De soort hoort bij de sectie Ergaleium, de rechtopstaande en klimmende knolzonnedauwen.

Waar en wanneer te zien

Juli en augustus zijn de beste maanden. Zoek aan de randen van natte laagten en moerasjes in de kustvlakte ten zuiden van Perth of langs de zuidkust, bij voorkeur na een paar droge dagen, zodat je dichtbij kunt komen zonder door het water te lopen. Tegen de zon in lichten de druppels op de klokvormige bladeren op als lampionnetjes langs de stengel.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC); in West-Australië geldt hij als niet bedreigd. In CITES is hij niet opgenomen. Het areaal is groot, maar in de kustvlakte rond Perth zijn veel natte laagten verdwenen door ontwatering en woningbouw, en in de Wheatbelt is de soort beperkt tot restanten natuurlijke vegetatie.

Wetenschappelijke naam

Drosera huegelii | Endlicher, 1837

Beschreven door Stephan Endlicher in 1837, in "Enumeratio Plantarum", p. 6. King George Sound, West-Australië, verzameld door baron Carl Alexander Anselm von Hügel. De soort is endemisch voor zuidwestelijk Australië (bij Albany en Augusta), op zandgrond langs moerasranden en winter-natte laagtes. Vernoemd naar baron Carl von Hügel, de Oostenrijkse botanicus en ontdekkingsreiziger die tijdens zijn Australische reizen (1833-1834) zelf het typemateriaal bij King George Sound verzamelde.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.