Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Arabische oryx

Arabische oryx | Oryx leucoryx

Arabian oryx | Orix de Arabia

De Arabische oryx (Oryx leucoryx) is een witte antilope van de grind- en zandvlakten van het Arabisch Schiereiland. In 1972 werd het laatste vrij levende dier gedood; sinds het begin van de jaren tachtig is de soort met dieren uit gevangenschap teruggezet. In het gidsgebied leeft de Arabische oryx in het zuiden van Israël en op het Arabisch Schiereiland, onder meer in Saoedi-Arabië en Jordanië.

Arabische oryx (Oryx leucoryx)
Foto: Saudi Press Agency (SPA) — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

Het slot is groot voor een dier van dit gewicht, met brede, gespreide hoefhelften die in zand weinig wegzakken. In de hete maanden liggen de dieren overdag onder acacia's en struiken; daar zijn uitgeschraapte, ondiepe rustkuilen met keutels te vinden. Op open grindvlakten zijn sporen en looppaden het duidelijkst na regen, wanneer de bodem zacht is.

Herkenning

Een middelgrote antilope van ongeveer 160 cm kop-romplengte, 81 tot 102 cm schouderhoogte en ongeveer 65 tot 70 kg; sommige opgaven liggen hoger. De staart is 45 tot 60 cm lang en eindigt in een donkere kwast. De vacht is vrijwel geheel wit en weerkaatst zonlicht; de onderzijde van het lichaam en de poten zijn bruin tot zwartbruin. De kop draagt een donkere tekening op voorhoofd, neusrug en wangen, en een donkere band markeert de overgang van kop naar hals. Boven de schouders staat een duidelijke bult. Beide seksen dragen lange, rechte of licht gebogen, geringde hoorns van 50 tot 68 cm.

Gelijkende soorten

De enige andere oryx in het gidsgebied is de algazel (Oryx dammah), die in Noord-Afrika in omheinde reservaten in Tunesië en Marokko leeft; de twee soorten komen nergens samen voor. De algazel heeft sabelvormig naar achteren gebogen hoorns en een roodbruine hals, de Arabische oryx rechte hoorns en een witte hals met een donkere kop. Gazellen, zoals de dorcasgazelle in hetzelfde gebied in Israël, zijn veel kleiner, zandkleurig en hebben kortere, lier- of S-vormige hoorns.

Leefgebied

Grindvlakten en vlakten van hard zand in de woestijn, met verspreide grassen, struiken en acacia's. De dieren volgen de regen, omdat daar nieuwe vegetatie opkomt, en gebruiken daardoor zeer grote gebieden.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Vroeger het grootste deel van het Arabisch Schiereiland, noordwaarts tot in Jordanië, Syrië en Irak. Na de uitroeiing in het wild in 1972 is de soort vanaf 1980 teruggezet, eerst in Oman en daarna in Saoedi-Arabië, Israël, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten. In Saoedi-Arabië leeft een van de grootste populaties in het omheinde beschermde gebied Mahazat as-Sayd, van meer dan 2000 km²; in het beschermde gebied 'Uruq Bani Ma'arid leefden in 2024 116 dieren. In Oman is de populatie in het Arabian Oryx Sanctuary afgenomen van 450 dieren in 1996 tot 65 in 2007. In Israël leeft een vrije populatie in de Arava en het zuiden van de Negev; daarvandaan komen de meeste waarnemingen in het gidsgebied.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

De Arabische oryx is actief in de koele uren. In de zomer ligt hij overdag in de schaduw en foerageert hij in de avond, de nacht en de vroege ochtend. Hij eet grassen, vooral Stipagrostis, en daarnaast knoppen, kruiden, vruchten, knollen en wortels. Hij kan weken zonder te drinken en laat overdag de lichaamstemperatuur oplopen, wat het waterverlies door verdamping beperkt. De dieren nemen regenval van grote afstand waar en trekken erheen; een kudde in Oman gebruikte een gebied van 3000 km². Kudden tellen meestal 2 tot 15 dieren van beide seksen, soms tot honderd, met een rangorde die met dreighoudingen wordt vastgesteld. De dracht duurt 8,5 tot 9 maanden; er wordt één kalf geboren, dat na ongeveer 3,5 maand gespeend is. De Arabische wolf is de enige natuurlijke vijand van volwassen dieren.

Waar en wanneer kijken

Zoek in Israël in de zuidelijke Arava, in de vroege ochtend en de late middag, wanneer de dieren op de open vlakten grazen; midden op de dag liggen ze in de schaduw en zijn ze moeilijk te zien. Het Hai-Bar-reservaat bij Yotvata houdt ook een kudde in een omheining. Ga in de woestijn niet van de wegen en paden af zonder voorbereiding en voldoende water.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU, 2017). De Arabische oryx werd door de jacht, die vanaf de jaren dertig met motorvoertuigen gebeurde, in 1972 in het wild uitgeroeid. Met dieren uit fokprogramma's is de soort teruggezet, en in 2011 was ze de eerste soort die na de status Uitgestorven in het wild tot Kwetsbaar werd teruggebracht. In 2016 leefden er ongeveer 1220 dieren in het wild, waarvan 850 volwassen, en 6000 tot 7000 in gevangenschap. De meeste wilde dieren leven in omheinde gebieden. Bedreigingen zijn stroperij, verlies van leefgebied en droogte. In Oman werd het Arabian Oryx Sanctuary in 2007 als eerste gebied ooit van de Werelderfgoedlijst van UNESCO gehaald, nadat 90 procent ervan voor olie-exploratie was opengesteld.

Wetenschappelijke naam

Oryx leucoryx | (Pallas, 1777)

Pallas beschreef de soort in 1777 als Antilope leucoryx; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Oryx is het Griekse oryx 'houweel', bij oryssein 'graven'; de Grieken gebruikten het woord al voor een Noord-Afrikaanse antilope, naar de spitse hoorns. leucoryx is Grieks voor 'witte oryx', van leukos 'wit' en oryx; de naam sloeg bij de ouden ook op de addax, wat lang verwarring gaf. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Arabisch Schiereiland.