Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Wisent

Wisent | Bos bonasus

Bison bonasus | Bison bonasus

De wisent (Bos bonasus, vaak ook Bison bonasus) is het zwaarste wilde landdier van Europa. De soort stierf in het wild uit: het laatste dier in het Białowieżawoud werd in 1921 geschoten, het laatste in de westelijke Kaukasus in 1927. Alle levende wisenten stammen af van een klein aantal dieren uit dierentuinen. Door herintroducties leven eind 2024 weer ruim 12.000 wisenten, waarvan bijna 10.000 in het wild, in een groot aantal landen van Oost- en Midden-Europa en daarbuiten.

Wisent (Bos bonasus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De prent is groot en rond, met twee brede hoefhelften, en gelijkt op die van een rund. De mest bestaat uit vlaaien. Wisenten schillen bast van bomen en struiken en vreten twijgen en scheuten; in bossen met veel wisenten zijn geschilde stammen en afgevreten struiken een duidelijk teken. Ze nemen zandbaden in kale, uitgewoelde kuilen en schuren zich aan boomstammen, waarop haren achterblijven.

Herkenning

Een zeer groot rund met een hoge schouderbult. Stieren hebben een kop-romplengte van 280 tot 330 cm, een schouderhoogte van 180 tot 210 cm en een gewicht van 615 tot 920 kg; koeien zijn 240 tot 290 cm lang, 169 tot 197 cm hoog en wegen 424 tot 633 kg. De staart is 30 tot 92 cm lang, met een kwast. De vacht is donker- tot goudbruin, op kop, hals en voorlijf langer, met krullend haar op het voorhoofd en een korte baard. De kop wordt hoger gedragen dan bij de Amerikaanse bizon, en het achterlijf is krachtiger. Beide seksen dragen korte, naar buiten en omhoog gebogen hoorns met naar voren gerichte punten.

Gelijkende soorten

Huisrunderen, vooral donkere, ruige rassen die in natuurgebieden grazen, zijn op afstand de meest voorkomende verwisseling; ze missen de hoge schouderbult en de baard, en de rug loopt recht. De Amerikaanse bizon wordt in Europa in omheiningen en op boerderijen gehouden; hij draagt de kop lager, heeft een zwaardere manen op kop en voorpoten en een kleiner achterlijf.

Leefgebied

Loof- en gemengd bos met open plekken, graslanden en bosranden, in laagland en gebergte; aan de Noordzeekust ook duinen met bos en struweel. De wisent heeft open, grazige plekken nodig binnen of naast het bos, en in veel gebieden wordt hij in de winter bijgevoerd.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

De grootste populaties leven in Polen (3060 dieren in mei 2025; in totaal ruim een kwart van de wereldpopulatie), Rusland (3073) en Wit-Rusland (2927), met het Białowieżawoud op de grens van Polen en Wit-Rusland als kerngebied. Kleinere populaties leven onder meer in Duitsland (643, onder meer in het Rothaargebirge), Oekraïne (480), Roemenië (451), Litouwen (339), Slowakije, Nederland, Denemarken en Spanje. In Nederland lopen wisenten sinds 2007 in het Kraansvlak in Zuid-Kennemerland en daarnaast in de Maashorst. Er worden twee fokcentra onderscheiden: de laaglandlijn, die teruggaat op zeven dieren van de laaglandvorm, en de laagland-Kaukasuslijn, met erfelijk materiaal van de uitgestorven Kaukasische vorm.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Wisenten leven in kuddes van gemiddeld acht tot dertien dieren, bestaande uit koeien met kalveren en jonge dieren; de koeien leiden de kudde en bepalen waar gegraasd wordt. Volwassen stieren leven alleen of in kleine groepen en voegen zich in de bronst bij de kuddes. Het voedsel bestaat vooral uit grassen, zegges en kruiden, aangevuld met scheuten, twijgen, bast en bladeren van bomen en struiken. De bronst valt van augustus tot oktober; na een draagtijd van ongeveer 264 dagen wordt één kalf geboren. Wisenten zijn overdag actief; ze besteden ongeveer 30 procent van de tijd aan grazen en 60 procent aan rusten. Ondanks hun gewicht springen ze vanuit stilstand over een beek van drie meter of een hek van twee meter.

Waar en wanneer kijken

Het Białowieżawoud is het bekendste gebied; in de winter zijn de dieren op open plekken en weiden aan de bosrand in de vroege ochtend het best te vinden. Andere geschikte gebieden zijn de Bieszczady in Zuidoost-Polen, het Rothaargebirge in Duitsland en het Kraansvlak en de Maashorst in Nederland, waar wandelroutes door het leefgebied lopen. Houd ruim afstand en loop nooit tussen een koe en haar kalf.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT, 2020), na een eerdere beoordeling als kwetsbaar en in 1996 als bedreigd. Eind 2024 leefden er wereldwijd 12.209 wisenten, van wie 9762 in het wild, 1725 in omheiningen en 722 halfwild; in 2024 nam het aantal met 8,4 procent toe. Het grootste probleem is de smalle genetische basis: alle dieren stammen af van een handvol stichters, en de genetische variatie neemt verder af. Dat maakt de soort gevoelig voor ziekten als mond-en-klauwzeer en leidt tot inteeltverschijnselen. Veel populaties zijn klein en geïsoleerd; conflicten met landbouw en bosbouw beperken de uitbreiding.

Wetenschappelijke naam

Bos bonasus | Linnaeus, 1758 (GBIF: Bison bonasus)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Bos is het Latijnse woord voor 'rund', verwant met het Griekse bous. bonasus is het Griekse bonasos, bij Aristoteles de naam van een wild rund uit Paeonië, dat men met de wisent vereenzelvigt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Polen, Białowieża.