Alle soorten › Knaagdieren › Springmuizen

Springmuizen | Dipodidae

Jerboas | Jerbos

Woestijnknaagdieren die op twee poten voortbewegen. De achterpoten zijn drie- tot viermaal zo lang als de voorpoten, en bij de meeste soorten zijn de middelste middenvoetsbeenderen tot één stevig bot vergroeid; onder de tenen staan borstels van stijve haren die grip geven op los zand en het wegzakken tegengaan. De staart is langer dan het lichaam en eindigt in een pluim: hij houdt het evenwicht in de sprong en dient bij stilstaan als derde steunpunt. De ogen zijn groot en de gehoorblazen sterk vergroot, zodat het zachte geluid van een naderende vos of uil op afstand wordt opgevangen; de vlucht bestaat uit lange sprongen in onvoorspelbaar wisselende richting. Ze drinken niet en halen hun vocht uit zaden, wortels en insecten. Overdag zit het dier in een hol waarvan de ingang van binnenuit met zand wordt dichtgestopt; in koude of droge tijden houdt het daar een lange slaap.

Inheemse soorten 4 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Vijftenige springmuizen | Allactaginae

1 soort

Allactaga 1 soort

Drietenige springmuizen | Dipodinae

3 soorten

Jaculus 2 soorten

Stylodipus 1 soort