Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Nachtzwaluw
Nachtzwaluw | Caprimulgus europaeus
European Nightjar | Chotacabras Europeo
De nachtzwaluw die in Europa op heide en in open bos snort, overwintert in het bosveld van oostelijk en zuidelijk Afrika. Hier is hij stil en overdag bijna onvindbaar, zodat hij veel algemener is dan het aantal waarnemingen doet vermoeden.
Geluid
In Afrika meestal stil. Een opgejaagde vogel laat soms een korte kwik of tsjoek horen. Het bekende langgerekte snorren uit de broedgebieden wordt hier zelden gehoord, hooguit kort voor vertrek.
Opname: Benjamin Drillat — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
25–28 cm, spanwijdte 52–59 cm. Een grote, lange en slanke nachtzwaluw met lange spitse vleugels en een lange staart. Het verenkleed is grijsbruin met fijne vermiculatie en zwarte lengtestrepen op kruin en mantel, een lichte streep onder het oog en een rij bleke vlekken langs de schouder. Er is geen roestbruine nekband. Het mannetje heeft witte vlekken op de drie buitenste handpennen en witte hoeken aan de staart; het vrouwtje en eerstejaars vogels missen dat wit. Vogels van oostelijke ondersoorten zijn bleker en grijzer. Rust overdag in de lengterichting op een horizontale tak, zelden op de grond.
Verwarringssoorten
De roesthalsnachtzwaluw (Caprimulgus pectoralis) en de roodwangnachtzwaluw (Caprimulgus rufigena) zijn kleiner en korter gevleugeld en hebben een duidelijke roestbruine nekband. Het vrouwtje van de wimpelnachtzwaluw (Caprimulgus vexillarius) is warmer bruin met roestbruin gebandeerde handpennen. De langere, spitse vleugels, het grijze totaalbeeld en de gewoonte om langs een tak te rusten wijzen op deze soort.
Leefgebied
Bosveld van allerlei aard, van miombo en gemengd bosveld tot acaciasavanne, ook plantages en bosranden bij cultuurland. Jaagt in de schemering en bij maanlicht op motten, kevers en vliegende termieten, vaak hoog boven de boomtoppen. Rust overdag op een tak in de schaduw.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Vooral in het oosten van het gebied: Zimbabwe, Zambia, Malawi, Mozambique en het noordoosten van Zuid-Afrika, schaarser in het noorden van Botswana en Namibië en in Angola; zuidwaarts tot KwaZulu-Natal en Oost-Kaap, en in het droge westen schaars tot afwezig. Broedt van Noordwest-Afrika en Europa tot Centraal-Azië en Mongolië en overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Van december tot maart. Overdag vind je hem alleen bij toeval, wanneer een vogel van een tak opvliegt; let dan op de lange spitse vleugels en het ontbreken van een roestkraag. In de avond jagen nachtzwaluwen vaak rond lampen bij kampen en lodges, en in maart en april verschijnen ze soms in groepjes tijdens de trek.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In delen van de Europese broedgebieden is de soort achteruitgegaan door verlies van heide en open bos en door afname van grote insecten. In de Afrikaanse overwinteringsgebieden zijn geen duidelijke bedreigingen bekend, al telt de soort geregeld verkeersslachtoffers.
Wetenschappelijke naam
Caprimulgus europaeus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Caprimulgus voerde hij in datzelfde werk in. Caprimulgus is Latijn, van capra 'geit' en mulgere 'melken', naar het oude volksgeloof dat nachtzwaluwen 's nachts geiten leegzogen. europaeus is Latijn voor 'Europees'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


