Alle soorten › Steltloperachtigen › Krabplevieren › Krabplevier
Krabplevier | Dromas ardeola
Crab-Plover | Dromas
De krabplevier is een grote, zwart-witte steltloper met een zware, dolkvormige zwarte snavel, de enige soort in zijn eigen familie. Hij broedt rond de Rode Zee en de Perzische Golf in zelfgegraven holen in zandduinen, uniek onder de steltlopers, en bereikt als niet-broedende gast de kust van Mozambique.
Geluid
Groepen zijn luidruchtig, met een nasaal, blaffend kjoek-kjoek of kwerrk en een snel, schor gekakel, ha-ha-ha-ha, vooral bij het opvliegen en 's nachts op de foerageerplaatsen.
Opname: Sven Normant — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–41 cm, stevig gebouwd met een grote kop en een korte, zeer zware, rechte zwarte snavel die aan een reigersnavel doet denken. Volwassen vogels zijn stralend wit met een zwarte mantel en zwarte handpennen; de lange poten zijn blauwgrijs en steken in de vlucht ver buiten de staart. Jonge vogels hebben een grijzere rug, grijze streepjes op kruin en nek en een wat kleinere snavel; ze blijven vaak lang in gezelschap van de ouders. Rust vaak op één poot in dichte groepen, en loopt met een schokkerige, wat plomp ogende gang.
Verwarringssoorten
In het gebied met geen andere soort te verwarren. De kluut Recurvirostra avosetta is ook zwart-wit, maar slanker, met een dunne, opgewipte snavel en een zwarte kap. De scholekster Haematopus ostralegus en de Afrikaanse zwarte scholekster Haematopus moquini hebben een lange oranjerode snavel en roze poten. Op afstand kan een groep rustende vogels aan sterns doen denken, zoals de grote stern Thalasseus sandvicensis, maar de lange poten en zware snavel maken het verschil.
Leefgebied
Wadplaten, zandbanken, koraalrifplateaus en mangrovekusten, met hoogwaterrustplaatsen op zandbanken of eilandjes. Foerageert vaak in de schemering en bij nacht, als de krabben actief zijn; loopt en rent op een krab af, grijpt en breekt het pantser met de zware snavel, of slikt kleine krabben in hun geheel in. Eet daarnaast weekdieren en wormen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied vrijwel alleen langs de kust van Mozambique, vooral rond de baai van Inhambane, bij Vilankulo en in de Bazaruto-archipel; in het zuiden tot de baai van Maputo onregelmatig. In Zuid-Afrika een dwaalgast in KwaZulu-Natal en zeldzaam verder langs de kust. Daarbuiten broedend langs de Rode Zee, de Golf van Aden, de Perzische Golf en de Golf van Oman; in de niet-broedtijd langs de kusten van Oost-Afrika, Madagaskar, de Seychellen, India, Sri Lanka en de Andamanen.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bezoek de wadplaten rond Vilankulo of de baai van Inhambane tussen oktober en maart, bij opkomend water, wanneer groepen zich op hoogwaterrustplaatsen verzamelen. Een telescoop is onmisbaar. In de schemering zijn de vogels actiever en luidruchtiger; boottochten naar de Bazaruto-eilanden leveren vaak goede waarnemingen op.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie wordt geschat op enkele tienduizenden vogels en is kwetsbaar door de concentratie in enkele grote broedkolonies. Verstoring van broedduinen, kustontwikkeling en het rapen van eieren in het broedgebied zijn de voornaamste bedreigingen; in Mozambique vormt verstoring van rustplaatsen en wadplaten een lokaal risico.
Wetenschappelijke naam
Dromas ardeola | Paykull, 1805
Paykull beschreef de soort in 1805 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dromas voerde hij in datzelfde werk in. Dromas is het Griekse woord voor 'loper, hardloper' — naar de manier waarop de krabplevier over het wad achter krabben aan rent. ardeola is een verkleinwoord van het Latijnse ardea, 'reiger' — 'reigertje', naar het hoogpotige, reigerachtige voorkomen en het zwart-witte kleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit India.
