Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Kortteenrotslijster

Kortteenrotslijster | Monticola brevipes

Short-Toed Rock Thrush | Roquero de Namibia

De kortteenrotslijster is de rotslijster van de droge rotsheuvels en kliffen in het westen en noorden van zuidelijk Afrika. Het mannetje zit rechtop op een rotsblok of een dakrand en valt op door zijn lichte kruin en oranje buik. Een oostelijke vorm leeft in de heuvels rond Pretoria en in de Waterberg.

Kortteenrotslijster (Monticola brevipes)
Hoofdfoto · Foto: Shaun Swanepoel — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

De zang is een gevarieerde reeks heldere fluittonen en krassende noten, vaak met nabootsingen van andere vogels, gezongen vanaf een rots of een dak. De roep is een zacht tsjie of tsjiet en een droog, krassend alarm.

Luister: ZangXC277330

Opname: Joris Komen — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een slanke rotslijster van 18 cm met vrij korte poten en tenen. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop en keel met een opvallend lichte, bijna witte kruin en voorhoofd (in het oosten grijzer en minder contrastrijk), een grijsbruine mantel zonder blauw, en een helder oranjerode borst, buik en stuit. De staart is oranjerood met donkere middelste pennen. Het vrouwtje is grijsbruin boven, met een witachtige keel met donkere vlekjes, en oranje onderdelen. Zit lang stil op een uitkijkpost en duikt naar de grond om insecten te pakken; wipt met de staart.

Verwarrings­soorten

De Kaapse rotslijster (Monticola rupestris) is groter en forser, met een bruine rug en een blauwgrijze kop zonder lichte kruin; het vrouwtje heeft een bruine kop. De langteenrotslijster (Monticola explorator) heeft blauwgrijs dat doorloopt over mantel, vleugeldekveren en bovenborst, en leeft in grasrijke bergen in het oosten en zuiden. De roodstaartspekvreter (Oenanthe familiaris) is kleiner en effen grijsbruin met alleen een roestrode stuit en staart, en tikt voortdurend met de vleugels.

Leefgebied

Rotsige heuvels, kopjes, kliffen en ravijnen in droog savanne- en karoolandschap met verspreide struiken en bomen; ook bij boerderijen en berghutten. In het oosten in rotsig, bebost heuvelland met bosveld.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Bijna endemisch voor zuidelijk Afrika. Wijdverbreid in Namibië, van de Kaoko en de centrale hooglanden tot de Oranjerivier, en in het uiterste zuidwesten van Angola; verder in de Noord-Kaap, het westen van de Vrijstaat, Noordwest, Gauteng en Limpopo, en in het zuidoosten van Botswana. 's Winters verschijnen sommige vogels in lager en vlakker gebied buiten het broedgebied. Komt buiten de regio niet voor.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Speur in Namibië en de Noord-Kaap rotsige heuvels af vanaf de weg: het mannetje zit vaak bovenop een grote rots en laat bij het landen zijn oranjerode staart zien. De lichte kruin is het beste kenmerk ten opzichte van de Kaapse rotslijster. Rond Pretoria en in de Magaliesberg is de oostelijke vorm te vinden op beboste rotsruggen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en de aantallen lijken stabiel. Haar rotsige leefgebied wordt weinig bedreigd, al kan plaatselijke verstedelijking rond Gauteng de oostelijke populatie verkleinen.

Wetenschappelijke naam

Monticola brevipes | (Waterhouse, 1838)

Waterhouse beschreef de soort in 1838 als Petrocincla brevipes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Monticola werd in 1822 ingevoerd door Boie. Monticola is Latijn voor 'bergbewoner', van mons, montis 'berg' en colere 'bewonen'. brevipes komt van het Latijnse brevis, 'kort', en pes, 'voet' — naar de korte tenen en poten vergeleken met de langteenrotslijster. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tans Mountain bij Walvisbaai, Namibië.