Alle soorten › Zangvogels › Rupsvogels › Congolese rupsvogel
Congolese rupsvogel | Campephaga petiti
Petit's Cuckooshrike | Oruguero de Petit
De Congolese rupsvogel is een bosvogel van Centraal-Afrika die in het gebied alleen de randbossen van West-Angola bereikt. Het mannetje valt op door grote oranjegele lellen bij de mondhoek; het vrouwtje is een van de geelste rupsvogels van Afrika.
Geluid
Een hoog, dun tsiiie en een zachte, hoge triller; weinig bekend en niet vaak te horen.
Opname: András Schmidt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–21 cm. Het mannetje is geheel glanzend blauwzwart, zonder schoudervlek, met opvallend grote, oranjegele vlezige lellen aan de mondhoek. Het vrouwtje is olijfgeel van boven met gele randen aan vleugel- en staartveren, en helder citroengeel van onderen met hooguit enkele donkere bandjes op de borstzijden. Het oog is donker, snavel en poten zwart. Onvolwassen vogels lijken op het vrouwtje met wat meer bandering.
Verwarringssoorten
De Kaapse rupsvogel Campephaga flava heeft veel kleinere mondlellen, vaak een gele schoudervlek, en het vrouwtje is wit tot bleekgeel van onderen met zware zwarte bandering. De purperrupsvogel Campephaga quiscalina heeft een paarse glans op kop en keel; het vrouwtje heeft een grijze kop.
Leefgebied
Randen en open plekken van vochtig middelhoog en bergbos, secundair bos en bosranden met klimplanten, vaak op 1000–2000 m. Foerageert in de middenlaag en de kruin op rupsen en andere insecten, soms in gemengde foerageergroepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied alleen in het westen van Angola, in de bossen van de westelijke escarpementzone van Cuanza Sul noordwaarts tot Uíge. Buiten het gebied van Kameroen en Gabon via Congo en het oosten van Congo-Kinshasa tot Oeganda en het westen van Kenia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek hem in Angola in de escarpementbossen rond Kumbira en Gabela, waar hij samen met andere bijzondere bosvogels in gemengde groepen voorkomt. Let op een zwarte vogel met oranje 'wangen' in de kruin of een felgeel vrouwtje dat langzaam door het blad schuift.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd over het gehele areaal. In Angola is het leefgebied sterk versnipperd door kap en landbouw in de escarpementzone; de soort is daar plaatselijk kwetsbaar.
Wetenschappelijke naam
Campephaga petiti | Oustalet, J-FÉ, 1884
Oustalet, J-FÉ beschreef de soort in 1884 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Campephaga werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Campephaga komt van het Griekse kampē, 'rups', en -phagos, '-etend': 'rupseneter', naar het hoofdvoedsel van deze vogels. petiti eert de Franse natuuronderzoeker Louis Petit (1856–1943), die van 1876 tot 1884 verzamelde in de enclave Cabinda en aan de benedenloop van de Kongo. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Landana, Cabinda (Angola).

