Alle soorten › Zangvogels › Rupsvogels › Purperrupsvogel

Purperrupsvogel | Campephaga quiscalina

Purple-Throated Cuckooshrike | Oruguero Purpúreo

De purperrupsvogel is een rupsvogel van het bladerdak van tropisch bos, die in het gebied alleen in het noorden van Angola en het noordwesten van Zambia voorkomt. Het mannetje is zwart met een diepe paarse glans op kop en keel; het vrouwtje is geelgroen met een grijze kop en zonder bandering.

Purperrupsvogel (Campephaga quiscalina)
Foto: Nigel Voaden from UK — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zachte, hoge en dunne fluittonen, tsieu of tsie-tsie, en een korte triller; een stille vogel die weinig roept.

Luister: ZangXC566371

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Het mannetje is glanzend zwart, met een paarse glans op kop, keel en borst en een groenblauwe glans op rug en vleugels; er is geen schoudervlek en de mondlellen zijn klein of ontbreken. Het vrouwtje heeft een grijze kop en nek, een olijfgroene rug en vleugels met gele randen, en is helder geel van onderen zonder bandering, met een grijzige keel. Jonge vogels zijn fijn gebandeerd op de onderzijde.

Verwarrings­soorten

De Kaapse rupsvogel Campephaga flava heeft een blauwe in plaats van paarse glans en vaak een gele schoudervlek; het vrouwtje is zwaar gebandeerd van onderen. Het vrouwtje van de Congolese rupsvogel Campephaga petiti heeft een olijfgele in plaats van grijze kop. Wielewalen als de blauwvleugelwielewaal Oriolus brachyrynchus hebben een roze snavel en een zwarte kop.

Leefgebied

De kruin en middenlaag van vochtig laaglandbos, galerijbos langs rivieren (in Zambia de 'mushitu'-bossen) en bosranden. Foerageert rustig tussen het blad op rupsen en andere insecten en voegt zich bij gemengde foerageergroepen in de boomkruinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het noorden van Angola (Cuanza Norte, Uíge, de Lunda-provincies) en in het noordwesten van Zambia (Mwinilunga). Buiten het gebied van Sierra Leone door de bosgordel van West- en Centraal-Afrika tot Oeganda en het westen van Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zambia is Mwinilunga, met name de galerijbossen langs de Zambezi-bronnen en de Salujinga-bossen, de plek om hem te zoeken. Volg gemengde groepen in het bladerdak en kijk naar een zwarte vogel die bij zonlicht paars oplicht, of naar een geel vrouwtje met een opvallend grijze kop.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd over het gehele areaal. In het gebied is de soort beperkt tot kleine, versnipperde bosresten; kap van galerijbos in Noordwest-Zambia en Noord-Angola is de belangrijkste lokale bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Campephaga quiscalina | Finsch, 1869

Finsch beschreef de soort in 1869 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Campephaga werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Campephaga komt van het Griekse kampē, 'rups', en -phagos, '-etend': 'rupseneter', naar het hoofdvoedsel van deze vogels. quiscalina betekent 'grakelachtig', naar het geslacht Quiscalus (troepialen) — naar de purperglanzend zwarte kleur van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Cape Coast, Ghana.