Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Zwarte stern
Zwarte stern | Chlidonias niger
Black Tern | Fumarel común
Een donkere, kleine moerasstern die in het gidsgebied vrijwel alleen op doortrek verschijnt, vooral langs de Atlantische en Middellandse Zeekust van de Maghreb en Libië. Naar het oosten wordt hij snel schaarser, en in Arabië is het een zeldzame gast.
Geluid
Een kort, scherp kik of kjek, in groepen een droog gekwetter; minder raspend dan de witwangstern.
Opname: Ricardo Hevia — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Klein en slank, met vrij lange, smalle vleugels, een licht gevorkte staart, een fijne zwarte snavel en donkerrode poten. In zomerkleed zijn kop en lichaam zwart, de vleugels, stuit en staart donker leigrijs, de onderstaartdekveren wit en de ondervleugels lichtgrijs. In winterkleed grijs van boven en wit van onderen, met een zwarte achterkruin en oorvlek die samen een kapje vormen, en een kenmerkende donkere vlek aan de borstzijde. Jonge vogels hebben een bruinig zadel en donkere vleugelvoorranden. Hij vliegt licht en fladderend en pikt prooi van het water.
Verwarringssoorten
De witvleugelstern (Chlidonias leucopterus) heeft in zomerkleed witte vleugelvoorranden, een witte stuit en zwarte ondervleugeldekveren, en mist in winterkleed de borstvlek. De witwangstern (Chlidonias hybrida) is groter en lichter grijs, met een witte wang in zomerkleed en zonder borstvlek in winterkleed.
Leefgebied
Op trek kustlagunes, zoutpannen, riviermondingen en vlak bij de kust boven zee, maar ook zoetwatermeren, stuwmeren en vissersvijvers. Broedt in Europa in zoetwatermoerassen met drijvende planten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Een vrij algemene tot schaarse doortrekker langs de kust van Marokko en Westelijke Sahara, in Noord-Algerije, Tunesië en Libië, in mei en van augustus tot oktober; in de nazomer soms in grote groepen boven zee voor de Atlantische kust. In Egypte, Israël en de Levant schaars, in Irak onregelmatig. In Arabië zeldzaam: er zijn verspreide waarnemingen uit onder meer Saoedi-Arabië, Koeweit, Bahrein, de Emiraten en Oman. Hij heeft vroeger in kleine aantallen in Noord-Marokko en Algerije gebroed, maar recent niet meer. Daarbuiten broedt hij in Europa, West- en Centraal-Azië en Noord-Amerika; de Europese vogels overwinteren vooral op zee voor de kust van West-Afrika.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is in mei en augustus–september langs de lagunes en zoutpannen van Tunesië en de Marokkaanse Atlantische kust, bijvoorbeeld bij Merja Zerga, Oualidia en de monding van de Oued Massa. Zeetrekposten aan de Straat van Gibraltar tonen in de nazomer soms groepen boven zee.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in Europa sterk achteruitgegaan door het verdwijnen van broedmoerassen. In het gidsgebied gaat het om doortrekkers, die profiteren van behoud van kustlagunes en vissersvijvers langs de route.
Wetenschappelijke naam
Chlidonias niger | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Sterna nigra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlidonias werd in 1822 ingevoerd door Rafinesque. Chlidonias komt van het Griekse khelidonios 'zwaluwachtig', van khelidon 'zwaluw'. niger is Latijn voor 'glanzend zwart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Uppsala in Zweden.


