Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Witoorbuulbuul

Witoorbuulbuul | Pycnonotus leucotis

White-Eared Bulbul | Bulbul orejiblanco

De witoorbuulbuul is de buulbuul van Mesopotamië en de kop van de Perzische Golf: in Bagdad, Basra, Koeweit-Stad en Bahrein zit hij in elke tuin en dadelpalm. Van daaruit heeft hij zich, deels met hulp van de mens, over de oostkant van het Arabisch Schiereiland verspreid.

Witoorbuulbuul (Pycnonotus leucotis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meer kwetteren dan zingen: een kort, snel herhaald fluitfrasetje, ongeveer witsjie-joe of kwitsjer-wiet, waarin een noot hoog uitschiet. Daarnaast korte, blikkerige contactroepjes binnen een groepje en een raspend tsjrr bij onraad. Het meest te horen in de vroege ochtend en het laatste uur voor het donker.

Luister: ZangXC1166095

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–19 cm. Een kleine, compacte buulbuul zonder kuif. Kop en keel zijn glanzend zwart, met daarin een grote, ovale, zuiver witte wangvlek: het kenmerk waar alles op berust. Er is geen witte oogring. Bovendelen effen grijsbruin, onderdelen vaal beigegrijs, onderstaartdekveren helder geel tot oranjegeel. De staart is zwartbruin met witte punten aan de buitenste veren, die vooral in de vlucht opvallen. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels hebben een bruinere kop, een vuilere wangvlek en een bleker geel onder de staart.

Verwarrings­soorten

De Arabische buulbuul (Pycnonotus xanthopygos) is iets groter en langer gestaart, heeft een doffere, roetbruine kop zonder witte wangvlek en een opvallende witte oogring; waar beide soorten samenkomen, zoals rond Riyad en in Noord-Oman, komen kruisingen voor. De roodbuikbuulbuul (Pycnonotus cafer) heeft een kuifje, geen witte wangvlek, een geschubde borst, een witte stuit en rode onderstaartdekveren; kruisingen tussen beide, met oranje onderstaart en een kleine wangvlek, zijn in de Golfstaten geregeld te zien. De roodoorbuulbuul (Pycnonotus jocosus), een ontsnapte kooivogel, heeft een hoge kuif, een rode vlek achter het oog en rode onderstaartdekveren.

Leefgebied

Struiken en bomen in een verder droog land: stadstuinen en parken, dadelpalmtuinen, citrus- en granaatappelaanplant, tamarisk- en oleanderstruweel langs kanalen en rivieren, akkerranden en de rietzomen van de Mesopotamische moerassen; ook in mangrove langs de Golfkust en in halfwoestijn, mits er water en struikgewas is. Eet vruchten, bloesem, nectar en insecten. Het nest is een kom van twijgen en plantenvezels in een struik of dadelpalm op één tot drie meter.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Inheems in het stroomgebied van Eufraat en Tigris in Irak, van Bagdad zuidwaarts door de Mesopotamische moerassen tot Basra, en verder in Koeweit (er pas sinds de jaren vijftig, nu een zeer algemene broedvogel) en op Bahrein. In het oosten van Saoedi-Arabië is hij een van de algemeenste stadsvogels van de Oostprovincie (al in 1923 bij Hofuf gemeld); of de vogels daar oorspronkelijk zijn of ingevoerd, is niet zeker. Daarbuiten in Saoedi-Arabië gevestigd in Riyad (sinds 1981) en plaatselijk in onder meer Jeddah, Tabuk en Al-Jawf. Door de mens ingevoerd en nu gevestigd in Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en het noorden van Oman. Buiten het gidsgebied loopt het areaal door over de Iraanse Golfkust en het zuiden van Iran, Zuid-Afghanistan en Pakistan tot het noordwesten van India.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Elk stadspark of hotelperceel in Koeweit, Bahrein of Basra levert de soort binnen een kwartier op; let op luidruchtige groepjes die van struik naar struik trekken. Bij een druppelirrigatie of een tuinfontein komen ze in de middaghitte drinken en baden, en dan zie je de witte wangvlek en de gele onderstaart in één beeld.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in de Golf in opmars, geholpen door beplanting, irrigatie en stadsgroen. Tegelijk wordt hij in Irak en Koeweit veel gevangen voor de kooivogelhandel, en die vangst plus het verdwijnen van tuinen en struweel drukt de aantallen plaatselijk. In de Golfstaten raakt hij door kruising met de ingevoerde roodbuikbuulbuul vermengd.

Wetenschappelijke naam

Pycnonotus leucotis | (Gould, 1836)

Gould beschreef de soort in 1836 als Ixos leucotis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pycnonotus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Pycnonotus is Grieks, van puknos 'dicht, compact' en -nōtos 'gerugd', van nōton 'rug', naar het dichte verenkleed van de rug. leucotis is Grieks voor 'witoor', van leukos 'wit' en ous, ōtos 'oor', naar de witte wangvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Karachi in Pakistan.