Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Socotragoudvleugelvink

Socotragoudvleugelvink | Rhynchostruthus socotranus

Socotra Golden-Winged Grosbeak | Picogordo de Socotora

De socotragoudvleugelvink is een forse vink met een zware zwarte snavel, een zwartachtige kop met een witte wang en grote gouden vlakken in vleugel en staart, die alleen op het eiland Socotra voorkomt. Hij is daar wijdverspreid, van de kustvlakte tot in de Hajhir-bergen.

Socotragoudvleugelvink (Rhynchostruthus socotranus)
Foto: James Eaton — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, fluitend dwie-oe en nasale tsjwie-roepen, vaak in vlucht of tussen vogels van een paar. De zang is een gevarieerd, kanarieachtig gekwetter met fluitende tonen.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

14–15 cm, gedrongen, met een zeer zware, kegelvormige zwarte snavel. Het mannetje is grijsbruin, met een donkere, zwartachtige kop, een zwart masker rond oog en snavelbasis en een grote, scherp afgetekende witte wangvlek. Een grote heldergele vlek aan de basis van de handpennen licht in vlucht als een gouden baan op, en ook de staartzijden zijn aan de basis geel. Het vrouwtje is doffer en bruiner op de kop, met minder contrast en minder geel. Jonge vogels zijn gestreept en missen het koppatroon.

Verwarrings­soorten

Op Socotra is er geen andere vink met deze snavel en vleugeltekening. De Socotramus (Passer insularis) en de Socotragors (Emberiza socotrana) zijn kleiner, met een smalle snavel en geen geel in de vleugel. De Arabische goudvleugelvink (Rhynchostruthus percivali) van het vasteland heeft bij het mannetje een bruine kop met een grijs masker; beide soorten komen niet samen voor.

Leefgebied

Droog struweel en open bos van de kustvlakte tot in de bergen, vooral met boomvormige wolfsmelk, acacia's, Commiphora, wierookbomen en drakenbloedbomen, op kalkplateaus, hellingen en in wadi's. Eet vooral vruchten en zaden van die planten en komt naar water om te drinken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch op Socotra (Jemen), waar hij over vrijwel het hele hoofdeiland voorkomt, van zeeniveau tot in de Hajhir-bergen; ontbreekt op de kleinere eilanden van de archipel. Komt elders niet voor.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goed te zien op het Diksam-plateau en in de wadi's aan de voet van de Hajhir, vooral bij drinkplaatsen in de vroege ochtend. Kijk ook in de kruinen van drakenbloed- en wierookbomen; vliegende vogels verraden zich door het goud in de vleugel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De populatie wordt op ongeveer 6500 volwassen vogels geschat. Overbegrazing door geiten, die verjonging van bomen verhindert, en de achteruitgang van de oude bosrestanten zijn op lange termijn de belangrijkste zorgen.

Wetenschappelijke naam

Rhynchostruthus socotranus | Sclater & Hartlaub, 1881

Sclater & Hartlaub beschreef de soort in 1881 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rhynchostruthus voerde hij in datzelfde werk in. Rhynchostruthus is Grieks, van rhunkhos 'snavel' en strouthos 'mus', naar de forse snavel. socotranus betekent 'uit Socotra'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Goehel-vallei op Socotra, Jemen.