Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Sakervalk
Sakervalk | Falco cherrug
Saker Falcon | Halcón sacre
De sakervalk is een zware, bruine steppevalk uit Midden-Europa en Centraal-Azië, die in het Midden-Oosten in kleine aantallen overwintert. In de Arabische valkerijtraditie is hij de meest begeerde valk van allemaal, en de vangst voor de valkerij is een van de oorzaken dat de soort wereldwijd bedreigd is.
Geluid
In het overwinteringsgebied vrijwel stil. Bij het nest een hard, hees kjek-kjek-kjek, dieper en rauwer dan het alarm van de slechtvalk.
Opname: András Schmidt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
45–57 cm, spanwijdte 97–126 cm. Groot en zwaargebouwd, forser dan een slechtvalk, met brede vleugels en een lange, vrij brede staart. Bovenzijde warmbruin met lichte veerranden, onderzijde roomwit met grove, druppelvormige donkere vlekken die zich op flanken en broek ophopen. De kop is opvallend licht, vaak bijna roomwit, met een fijne oogstreep en hoogstens een vage, smalle baardstreep. In vlucht steken donkere broek en ondervleugeldekveren af tegen de lichtere slagpennen. Jonge vogels zijn donkerder en zwaarder gestreept, met blauwgrijze poten.
Verwarringssoorten
De lannervalk (Falco biarmicus) is kleiner en slanker, met roestbruine of roomkleurige kruin, duidelijker baardstreep en fijnere vlekken; vooral jonge vogels lijken sterk op elkaar. De slechtvalk (Falco peregrinus) is compacter, leigrijs boven met een brede zwarte baardstreep en gebandeerde onderdelen. In de Golfstaten vliegen veel ontsnapte valkeniersvogels rond, waaronder hybriden van saker en giervalk; een wilde saker is daar vooral aan tijd en plaats te herkennen (najaar of winter, buiten de steden).
Leefgebied
In de winter open vlakten: steppe en halfwoestijn, steenwoestijn met gravende knaagdieren, akkerland, de randen van zoutpannen en wetlands. Zit graag op hoogspanningsmasten, palen en losse rotsen. Jaagt laag over de grond op knaagdieren, zandhoenders, duiven en kraaien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedt van Midden-Europa via de Pontische steppe en Turkije over de Aziatische steppe tot Mongolië en West-China; broedt niet in het gidsgebied. Overwintert in kleine aantallen in het Midden-Oosten: het vaakst gezien in Israël, Irak en Syrië, schaarser in Jordanië, Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar, de Emiraten en Egypte; in Libië, Tunesië en Marokko een zeldzaamheid. Een deel van de waarnemingen in de Golfstaten betreft ontsnapte valkeniersvogels.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is van november tot februari in Israël, in de Hula-vallei, de Jizreëlvallei of de noordelijke Negev, waar wintergasten op hoogspanningsmasten boven akkerland zitten. Vergelijk kop, staart en grootte zorgvuldig met een lannervalk, en controleer bij een vogel in de Golfstaten op ringen of zendertjes.
Staat van instandhouding
Wereldwijd bedreigd. De aantallen op de Aziatische steppe zijn sterk afgenomen door vangst voor de valkerij, elektrocutie aan middenspanningsmasten en vergiftiging. In Saoedi-Arabië worden al twintig jaar ongeveer 25 tot 40 vogels per jaar gevangen, vooral jonge doortrekkers uit Centraal-Azië; een internationaal actieplan probeert de vangst en handel te regelen.
Wetenschappelijke naam
Falco cherrug | Gray, 1834
Gray beschreef de soort in 1834 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. cherrug komt uit het Sindhi: charg is daar de naam voor een vrouwelijke sakervalk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit India.


