Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Sahelzandhoen

Sahelzandhoen | Pterocles senegallus

Spotted Sandgrouse | Ganga moteada

Het meest verbreide zandhoen van de Sahara en de Arabische woestijnen. Een bleek, zandgeel zandhoen met staartspelden, dat in de ochtend in groepen van tientallen tot honderden naar een oase, put of stuwmeer vliegt. Het weke, borrelende roepje boven een woestijnvlakte is vaak het eerste teken van water in de buurt.

Sahelzandhoen (Pterocles senegallus)
Foto: Andrezarour31 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een week, borrelend en tweelettergrepig kwitoe kwitoe of woekoe-woekoe, door de hele groep herhaald en ver dragend. Klinkt zachter en meer gorgelend dan de nasale reeksjes van het kroonzandhoen en het schorre katar van het witbuikzandhoen.

Luister: VluchtroepXC1098300

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot, met lange spitse vleugels en twee dunne, verlengde middelste staartpennen. Het mannetje is bleek zandgeel tot grijsachtig, met een effen oranjegeel gezicht en keel, een blauwgrijze wenkbrauwstreep die achter het oog doorloopt naar de nek, en een rozig grijze borst zonder borstband; rug en vleugeldekveren dragen verspreide ronde lichte vlekken. Over het midden van de bleke buik loopt een smalle zwarte streep. Het vrouwtje is dicht bezaaid met kleine donkere vlekjes op kop, borst en rug, met een gele keel en dezelfde zwarte buikstreep. In vlucht zijn de ondervleugeldekveren licht en de slagpennen donker, met een zwarte achterrand aan de handpennen.

Verwarrings­soorten

Het kroonzandhoen (Pterocles coronatus) is kleiner en gedrongener, zonder staartspelden en zonder buikstreep; het mannetje heeft een zwart masker van voorhoofd tot kin. Het witbuikzandhoen (Pterocles alchata) heeft een zuiver witte buik en borstbanden, het roodbuikzandhoen (Pterocles exustus) een donkere buik en donkere ondervleugel. Van ver kan een vliegende groep op duiven lijken, maar de spitse vleugels en snelle, rechte vlucht zijn kenmerkend.

Leefgebied

Echte woestijn: zandvlakten en vlakke zones tussen de duinen, grindwoestijn met verspreide struiken, wadi's en de randen van oases. Komt vaker op zachte, zanderige grond dan het kroonzandhoen. Eet vooral harde zaden. Drinkt elke ochtend, doorgaans tussen twee en drie uur na zonsopgang, bij oases, putten, drinkbakken, stuwmeren en waterzuiveringen; in droge jaren trekt hij in grote groepen weg uit de broedgebieden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Door het hele woestijngebied van het gidsgebied. In de Maghreb ten zuiden van de Atlas: Zuidoost-Marokko (de Tafilalt, de Draa-vallei en de omgeving van Merzouga) en de Westelijke Sahara, de hele Algerijnse en Libische Sahara en Zuid-Tunesië. Egypte: de Westelijke Woestijn met de oases, de Oostelijke Woestijn en de Sinaï. In het oosten in Israël (Negev en Arava), Jordanië, Oost-Syrië, de westelijke woestijn van Irak, Koeweit, vrijwel heel Saoedi-Arabië, Qatar, de VAE, Oman en Jemen. Buiten het gebied in de Sahel van Mauritanië tot Soedan en Eritrea, en van Iran tot Pakistan en Noordwest-India.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zuidoost-Marokko, Zuid-Israël en Oman komen groepen 's ochtends naar vaste drinkplaatsen: in Marokko de poelen en drinkbakken rond Merzouga en Rissani, in Israël de waterzuiveringen in de Arava, in Oman de putten en irrigatievelden in het binnenland. Ga vóór acht uur op een rustige plek zitten en luister naar het borrelende kwitoe van naderende groepen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in een groot deel van de Sahara en Arabië nog algemeen. De soort profiteert plaatselijk van nieuwe waterpunten, irrigatievelden en waterzuiveringen in de woestijn, maar wordt aan drinkplaatsen bejaagd. De aantallen schommelen sterk met de regenval, wat trends moeilijk vast te stellen maakt.

Wetenschappelijke naam

Pterocles senegallus | (Linnaeus, 1771)

Linnaeus beschreef de soort in 1771 als Tetrao senegallus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterocles werd in 1815 ingevoerd door Temminck. Pterocles is Grieks, van pteron 'vleugel' en -klēs 'befaamd, schitterend'. senegallus is Latijn voor 'van Senegal', naar het land waar de eerst beschreven vogels vandaan kwamen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Algerije.