Alle soorten › Keerkringvogels › Keerkringvogels › Roodsnavelkeerkringvogel

Roodsnavelkeerkringvogel | Phaethon aethereus

Red-Billed Tropicbird | Rabijunco etéreo

Een satijnwitte zeevogel met een koraalrode snavel en twee lange witte staartspiesen, die in het gidsgebied broedt op kale rotseilanden van de Rode Zee tot de Golf van Oman. De Arabische vorm indicus wordt door sommige auteurs als aparte soort gezien; Socotra en de eilanden voor Oman herbergen populaties van internationaal belang.

Roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus)
Foto: Nicolas Völcker — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee meestal stil. Bij de broedplaats een schel, raspend gekrijs, kreee-krrr-krrr, dat overgaat in een snel geratel, vaak van twee of drie vogels die samen in bogen langs de rotsen jagen.

Luister: VluchtroepXC277776

Opname: Jesse Fagan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Met spiesen 90–105 cm, zonder ongeveer 46–50 cm. Wit met fijne, dichte zwarte bandering op mantel, rug en bovenvleugeldekveren, zodat de bovendelen op afstand grijzig ogen. Een zwarte oogstreep loopt naar achteren door. De buitenste handpennen vormen een zwarte wig aan de vleugelpunt. De snavel is fel rood, bij de Arabische vorm indicus meer oranjerood; die vorm is ook wat kleiner. Onvolwassen vogels missen de spiesen, hebben een gelige snavel met donkere punt en zijn grover gebandeerd. Vliegt hoog boven zee met snelle, duifachtige slagen en korte glijvluchten en stort zich van grote hoogte in het water.

Verwarrings­soorten

De witstaartkeerkringvogel (Phaethon lepturus), in het gebied een dwaalgast, is kleiner en slanker, met een ongebandeerde witte rug, een geeloranje snavel en een brede zwarte diagonale band over de binnenvleugel. Een vogel zonder spiesen kan op afstand aan een grote stern doen denken, zoals de grote kuifstern (Thalasseus bergii), maar die heeft een gele snavel, een kuif en een soepeler, diepere vleugelslag. Onvolwassen keerkringvogels lijken sterk op elkaar; let op de bandering van de rug en de tekening van kop en nek.

Leefgebied

Warme, open zee, vaak ver uit de kust; broedt in spleten en onder overhangende rotsen op steile kusten en kale eilanden. Foerageert door stootduiken op vliegende vissen en inktvissen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt op eilanden in de zuidelijke Egyptische Rode Zee, op de Saoedische en Jemenitische Rode Zee-eilanden (onder meer de Farasan-eilanden), in Jemen langs de Golf van Aden en op de Socotra-archipel, en in Oman op de eilanden voor Muscat (Fahal), de Daymaniyat-eilanden, de Hallaniyat-eilanden en in Musandam; in kleine aantallen ook op eilanden voor de Emiraten. Daarbuiten op zee in de Golf van Oman en de Arabische Zee; in de Perzische Golf zelf schaars, met dwaalgasten tot Qatar en Koeweit. In de Golf van Aqaba een zeldzame zomergast, vooral in juni en juli: in Israël (Eilat) ruim twintig gevallen, ook bij Aqaba in Jordanië. In de Atlantische Oceaan zwerven vogels van de Kaapverdische vorm mesonauta tot voor de kust van de Westelijke Sahara en zeer zelden Marokko. Daarbuiten broedt de soort in de tropische oostelijke Stille Oceaan, het Caribisch gebied, de tropische Atlantische Oceaan en in het noordwesten van de Indische Oceaan tot de Perzische kust.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf Muscat varen boten naar Fahal Island en de Daymaniyat-eilanden, waar keerkringvogels het hele jaar boven de kliffen rondvliegen. Op Socotra zijn ze vanaf de kust bij de rotskapen goed te zien. In Eilat loont het in juni en juli de Golf vanaf het noordstrand af te speuren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de populatie is klein en neemt waarschijnlijk af. In het gidsgebied bedreigd door ratten en katten op broedeilanden, verstoring, olievervuiling en bijvangst; de kolonies op Socotra en voor Oman zijn het belangrijkst.

Wetenschappelijke naam

Phaethon aethereus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phaethon voerde hij in datzelfde werk in. Phaethon gaat terug op het Griekse phaethon 'zon, de stralende'. aethereus is Latijn voor 'hemels', bij aether 'de hoge, heldere lucht'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ascension.