Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Roodkruinzwaluw

Roodkruinzwaluw | Hirundo smithii

Wire-Tailed Swallow | Golondrina colilarga

De roodkruinzwaluw is een slanke, staalblauwe zwaluw met een roodbruine kruin en twee dunne draden als staartpennen. Hij leeft in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië; in het gidsgebied is hij een zeldzame, maar in de laatste decennia vrijwel jaarlijkse wintergast in het oosten en zuidwesten van het Arabisch schiereiland.

Roodkruinzwaluw (Hirundo smithii)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, herhaald tsjik-tsjik of tsjirrik, en een kwetterende, twitterende zang, vaak vanaf een draad boven water.

Luister: ZangXC337855

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–17 cm inclusief de staartdraden. Bovendelen glanzend donker staalblauw, kruin en voorhoofd helder roodbruin. De onderzijde is stralend wit, ook de keel, met een smalle blauwzwarte band over de onderstaartdekveren aan de zijkant van de onderstaart. De staart is vrijwel recht afgesneden met een rij witte vlekken; de buitenste pennen lopen uit in zeer dunne, lange draden, die bij het vrouwtje korter zijn en in de rui kunnen ontbreken. De ondervleugeldekveren zijn wit. Jonge vogels zijn doffer, met een bruinere kruin en zonder draden.

Verwarrings­soorten

Boerenzwaluw (Hirundo rustica) heeft een roestrode keel en een blauwe borstband, en lange, bredere buitenste staartpennen; jonge boerenzwaluwen met korte staart en bleke keel zijn de voornaamste valkuil, maar missen de roodbruine kruin en de zuiver witte onderkant. Huiszwaluw (Delichon urbicum) heeft een witte stuit. Indische klifzwaluw (Petrochelidon fluvicola) heeft een roodbruine kruin, maar een gestreepte keel, een bruine rug en een vale stuit.

Leefgebied

Altijd in de buurt van water: in het gidsgebied bij woestijnmeren, pivotvelden en bevloeide akkers, rioolwaterbekkens, dammen en moerassen, waar hij laag over het water jaagt en op draden of dode takken rust. In zijn broedgebieden bij rivieren, meren en dorpen, met het nest onder bruggen, duikers en overhangende rotsen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de Verenigde Arabische Emiraten een schaarse, sinds de jaren negentig steeds vaker gemelde wintergast, vooral bij de woestijnmeren en pivotvelden van Al Maha en Al Marmoom, bij Ajban en de waterzuivering van Ajman; daar inmiddels vrijwel elke winter, meestal één tot vier vogels. In Oman zeldzaam in het noorden. In Zuidwest-Saoedi-Arabië recent in de winter en het voorjaar meerdere vogels bij het Sadd-meer en elders in de provincie Jizan; of die uit Afrika of uit Azië komen, is onbekend. Verwacht in Jemen, Qatar en Bahrein. Daarbuiten broedt de Aziatische ondersoort filifera van Afghanistan en Pakistan tot India en Zuidoost-Azië, de nominaatvorm in grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Van december tot maart bij de woestijnmeren van Al Maha en Al Marmoom ten zuiden van Dubai, waar hij tussen boerenzwaluwen boven het water jaagt. Kijk naar een ‘boerenzwaluw’ met een smetteloos witte keel en een roodbruin petje; de draden zijn in de vlucht pas van dichtbij te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika en Zuid-Azië algemeen. In het gidsgebied een schaarse wintergast die toeneemt, waarschijnlijk dankzij de groei van irrigatie en kunstmatige meren in de woestijn.

Wetenschappelijke naam

Hirundo smithii | Leach, 1818

Leach beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Hirundo werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Hirundo is het gewone Latijnse woord voor 'zwaluw'. smithii eert de Noorse botanicus en arts Christen Smith (1785–1816), die tijdens de Britse Kongo-expeditie onder James Tuckey om het leven kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit eiland Chisalla in de Kongorivier.