Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Napoleonwever

Napoleonwever | Euplectes afer

Yellow-Crowned Bishop | Obispo coronigualdo

De Napoleonwever is een klein geel-zwart bisschopje van natte graslanden in Afrika, veel gehouden als kooivogel. In de Golfstaten duikt hij al twintig jaar op bij rietlanden en waterzuiveringen, maar anders dan in Portugal en Spanje heeft hij zich hier niet duidelijk gevestigd.

Napoleonwever (Euplectes afer)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoge, sissende en gonzende zang, zit-zit-zzzzzz, in de baltsvlucht of vanaf een grashalm, waarbij het mannetje zijn gele rug- en stuitveren opzet. In groepen een droog, knisperend tsjip.

Luister: VluchtroepXC1173493

Opname: Jorge Leitão — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–11 cm, klein en compact, met een korte staart en een kegelvormige zwarte snavel. Het mannetje in broedkleed heeft een heldergele kruin, een gele nek, rug en stuit, tegen een zwart gezicht, een zwarte keel en geheel zwarte onderdelen; de vleugels zijn bruin. Het vrouwtje en het mannetje buiten de broedtijd zijn geelbruin met zware donkere streping, met een opvallend brede, gelige wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en een lichte, fijn gestreepte borst; de snavel is dan hoornkleurig. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

Geen andere kleine vogel in het gebied combineert een gele kruin en rug met een geheel zwarte onderzijde. Vrouwtjes van de grenadierwever (Euplectes orix) zijn groter, met een minder scherp getekende kop; bij de Napoleonwever is de brede, heldere wenkbrauwstreep het beste kenmerk. De gestreepte wever (Ploceus manyar) heeft eveneens een gele kruin, maar is groter, met een gestreepte, niet zwarte onderzijde.

Leefgebied

Rietlanden, natte ruigte en hoog gras bij wetlands, waterzuiveringen en vijvers, en aangrenzende bevloeide akkers en grasvelden. Het mannetje houdt in de broedtijd een territorium in hoge vegetatie en bouwt daar kleine, kogelvormige grasnesten; buiten de broedtijd foerageert de soort in groepjes op grond en akkers, vaak samen met andere zaadeters.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Alleen als exoot; de soort komt niet uit het gidsgebied zelf. Verenigde Arabische Emiraten: sinds ongeveer 2005 regelmatig ontsnapte vogels, eerst vooral in Dubai, later ook in Adjman, Sharjah en Abu Dhabi; mannetjes houden er soms territoria, maar een duurzame populatie is niet aangetoond. Koeweit: tussen 2018 en 2021 een groepje bij Jahra. Verder losse vogels in Qatar, Oman, Bahrein en Israël. Het natuurlijke areaal beslaat Afrika ten zuiden van de Sahara, van West-Afrika tot de Hoorn van Afrika en zuidelijk Afrika; in Portugal en Spanje is de soort uit kooivogels gevestigd.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let bij rietlanden en waterzuiveringen in de Emiraten en Koeweit op een geel-zwart bolletje dat zoemend boven het riet fladdert. Meld waarnemingen van mannetjes in broedkleed met nesten: zo is na te gaan of de soort zich in de Golf alsnog vestigt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot die teruggaat op ontsnapte kooivogels, zonder zeker gevestigde populatie.

Wetenschappelijke naam

Euplectes afer | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Loxia afra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Euplectes werd in 1829 ingevoerd door Swainson. Euplectes verbindt Grieks eu 'fraai, goed' met Neolatijn plectes 'wever'. afer is Latijn voor 'Afrikaans'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.