Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Gestreepte wever
Gestreepte wever | Ploceus manyar
Streaked Weaver | Tejedor listado
De gestreepte wever is een Zuid-Aziatische rietwever die als ontsnapte kooivogel in de Golfstaten is gaan broeden. In de rietlanden en parken van de Emiraten leeft inmiddels de grootste populatie van het Arabisch Schiereiland.
Geluid
Een zacht, fluitend en krassend gezang dat eindigt in een langgerekte, hoge triller, ongeveer tsi-tsi-tsi-tsiiiiii, daarnaast een schor geknars; als roep een kort tsjit of tsjirt.
Opname: Peter Ericsson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14 cm, een compacte wever met een zware, kegelvormige snavel en een korte staart. Het mannetje in broedkleed heeft een heldergele kruin, een zwartbruin gezicht en oorstreek, een lichte keel en een zwarte snavel; de bruingele borst en flanken zijn zwaar donker gestreept, de bovendelen bruin met donkere streping. Het vrouwtje en het mannetje buiten de broedtijd hebben een bruine kruin, een gele of geelwitte wenkbrauwstreep, een gele vlek op de halszijde achter de oorstreek en een hoornkleurige snavel; de borststreping blijft zichtbaar. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met fijnere streping.
Verwarringssoorten
De bayawever (Ploceus philippinus), ook als kooivogel bekend, heeft een effen, ongestreepte of nauwelijks gestreepte borst; het mannetje heeft een gele borst. De Bengaalse wever (Ploceus benghalensis) heeft een zwarte borstband in plaats van streping. De Rüppells wever (Ploceus galbula) is geel van onderen met een kastanjebruin masker. Vrouwtjes van mussen en de muskaatvink (Lonchura punctulata) missen de combinatie van gele wenkbrauw, gele halsvlek en zware snavel.
Leefgebied
Rietlanden, lisdodde, hoog gras en natte ruigte langs vijvers, waterzuiveringen en kanalen, en aangrenzende akkers, parken en tuinen. Broedt in kleine kolonies in het riet: het nest is een kogel van rietreepjes met een korte ingangsbuis, vastgeweven aan enkele stengels, vaak met klompjes modder in de wand. Eet zaden van gras en riet, graan en insecten, buiten de broedtijd in groepjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Alleen als exoot; de soort komt niet uit het gidsgebied zelf. Verenigde Arabische Emiraten: gevestigd en het talrijkst, vooral in Dubai, Adjman, Abu Dhabi en Ras al-Khaimah. Saoedi-Arabië: sinds 1989 in de Oostelijke Provincie (Dhahran, Qatif) en ook bij Riyad, een schaarse broedvogel. Verder kleine aantallen in Qatar, Koeweit, Bahrein en Noord-Oman, en sinds 2017 enkele waarnemingen in Egypte. Het natuurlijke areaal ligt in Pakistan, India, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka, oostwaarts tot Zuidoost-Azië, Java en Bali.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de Emiraten bij rietlanden en waterzuiveringen naar mannetjes die met hun gele kruin vanaf een rietpluim zingen. Noteer bij elke waarneming buiten de bekende plaatsen of er nesten zijn: de verspreiding in de Golfstaten is nog in beweging.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot die teruggaat op ontsnapte kooivogels, met gevestigde broedpopulaties in de Emiraten en de Oostelijke Provincie van Saoedi-Arabië; elders onregelmatig.
Wetenschappelijke naam
Ploceus manyar | (Horsfield, 1821)
Horsfield beschreef de soort in 1821 als Fringilla manyar; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ploceus werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Ploceus is Grieks, van plokeus 'vlechter', van plekō 'vlechten', naar de geweven nesten. manyar is de Javaanse naam van deze wever. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Java in Indonesië.


