Alle soorten › Futen › Futen › Kuifduiker
Kuifduiker | Podiceps auritus
Horned Grebe | Zampullín cuellirrojo
De kuifduiker is een kleine, compacte fuut van noordelijke meren die in Europa langs de kust overwintert. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is hij een uiterste zeldzaamheid, met slechts enkele gevallen in Israël en Koeweit.
Geluid
In het broedgebied een rollend, nasaal trillertje en een hees jarr. In het gebied, als dwaalgast buiten de broedtijd, vrijwel zwijgzaam.
Opname: Alan Dalton — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Klein en compact, met een platte kruin, een vrij dikke hals en een rechte, korte snavel met een licht puntje; het oog is rood. In broedkleed een zwarte kop met een brede goudgele band van het oog naar achteren, die als een paar hoorntjes kan worden opgezet, en een roodbruine hals en flanken. In winterkleed scherp zwart-wit: een zwarte kap die precies op ooghoogte eindigt, helderwitte wangen en voorhals, en vaak een klein licht vlekje tussen oog en snavel. In vlucht witte velden op de voor- en achterrand van de vleugel.
Verwarringssoorten
Geoorde fuut (Podiceps nigricollis), in de winter algemeen in het gebied, is de belangrijkste valkuil: die heeft een steil voorhoofd met de hoogste punt boven het oog, een dunne, licht opgewipte snavel zonder licht puntje en in winterkleed vuilere wangen, waarbij het zwart tot onder het oog doorloopt. Dodaars (Tachybaptus ruficollis) is kleiner, bruiner en ronder.
Leefgebied
Broedt op ondiepe, begroeide meren in de boreale zone. Overwintert vooral op zee in beschutte baaien en langs de kust, en in kleiner aantal op grote binnenwateren. De weinige vogels in het gebied werden gezien op waterzuiveringsvijvers, stuwmeren en het Meer van Galilea.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied een zeer zeldzame dwaalgast. In Israël sinds 1981 een paar gevallen: een vogel in de zomer van 1981 bij de waterzuiveringsvijvers van Asjdod, een in 1993 op het stuwmeer van Hulda, een in de winter van 2004–2005 op het Meer van Galilea, en een overwinterende vogel in 2016–2017. In Koeweit twee wintergevallen, in 1988 en 2013, op plassen bij Jahra. Elders in het gebied voor zover bekend niet vastgesteld. Broedt verder in IJsland, Schotland, Scandinavië en van Rusland tot Siberië en Noord-Amerika, en overwintert langs de kusten van Noordwest-Europa, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee.
Hoe en wanneer kijken
Controleer elke winterse geoorde fuut die opvallend platkoppig en schoon zwart-wit oogt, vooral in Israël en Koeweit. Let op de rechte snavel met licht puntje en de rechte grens tussen zwarte kap en witte wang; een foto is voor aanvaarding door de nationale zeldzaamhedencommissie onmisbaar.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar op de wereldwijde Rode Lijst, door een aanhoudende achteruitgang in Europa en Noord-Amerika: verlies en vervuiling van broedmeren, predatie en verdrinking in visnetten in de overwinteringsgebieden. In het gebied speelt de soort als dwaalgast geen rol in de beschermingsopgave.
Wetenschappelijke naam
Podiceps auritus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Colymbus auritus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Podiceps werd in 1787 ingevoerd door Latham. Podiceps is Latijn, van podex, genitief podicis, 'achterste', en pes 'voet', naar de poten die ver naar achteren aan het lichaam staan. auritus is Latijn voor 'geoord', van auris 'oor', naar de goudgele veerbundels achter het oog in zomerkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.

