Alle soorten › Zangvogels › Drongo's › Koningsdrongo
Koningsdrongo | Dicrurus macrocercus
Black Drongo | Drongo real
Een slanke, geheel glanzend zwarte zangvogel met een lange, diep gevorkte staart, in Zuid-Azië een van de bekendste vogels van akkers, wegbermen en dorpen. In het gidsgebied is hij een zeldzame dwaalgast uit het oosten, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten en Oman, waar in Dubai sinds kort ook een paar broedt.
Geluid
Luidruchtig: een hard, metaalachtig tiu-tiu en een tweelettergrepig ti-hie, dat op de roep van een shikra lijkt; daarnaast schor gekwetter en goede imitaties van andere vogels. Zingt vooral in de schemering voor zonsopgang.
Opname: Ujjal Kishor De — CC BY-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
28–31 cm, waarvan ruim de helft staart. Volwassen vogels zijn geheel zwart met een blauwe glans op kop, rug en borst; de lange staart is diep gevorkt, met de buitenste pennen aan de punt licht naar buiten gekruld. Bij de mondhoek zit meestal een klein wit vlekje. Oog donkerrood, snavel en poten zwart. Jonge en eerstejaars vogels zijn doffer zwartbruin, met witte zomen op buik en onderstaartdekveren, waardoor de onderzijde geschubd lijkt; de staart is bij hen minder diep gevorkt. Zit rechtop op draden, palen of op de rug van vee, en vliegt van daar uit naar insecten in de lucht of op de grond.
Verwarringssoorten
De grijze drongo (Dicrurus leucophaeus), ook een dwaalgast uit Azië, is leigrijs in plaats van glanzend zwart, met een rood oog, zonder wit vlekje bij de mondhoek en met een smallere, langere staart; eerstejaars koningsdrongo's met lichte onderzijde zijn vooral aan het contrast tussen zwarte bovenborst en wit geschubde buik te herkennen. De treurdrongo (Dicrurus adsimilis) uit Afrika heeft een minder diep gevorkte staart en lichte binnenvlaggen van de vleugelpennen in vlucht; hij is in het gebied niet zeker vastgesteld. Een treurmaina (Acridotheres tristis) of spreeuw (Sturnus vulgaris) heeft een korte staart en een gele of lichte snavel.
Leefgebied
Open land met verspreide bomen, akkers en weiden, wegbermen met draden, en in het gidsgebied vooral parken, golfbanen, tuinen en bevloeide velden met grazig open terrein en zitposten. Jaagt op grote insecten, die hij in de lucht of van de grond slaat; volgt graag vee of maaiers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied een zeldzame dwaalgast. In de Verenigde Arabische Emiraten zijn tussen 1986 en 2021 ongeveer zeventien waarnemingen gedaan, de meeste in parken en velden bij Dubai, enkele bij Abu Dhabi, Fujairah en Ras al-Khaimah; in Mushrif Park in Dubai broedde in 2023 (mogelijk al in 2022) een paar, het eerste broedgeval in Arabië. In Oman zijn tot 2013 zeven waarnemingen bekend. Elders in het gebied is hij voor zover bekend niet zeker vastgesteld; een onzekere drongo in Aden in 1946 werd niet tot op soort gedetermineerd. Daarbuiten standvogel van Zuidoost-Iran en Pakistan door India en Sri Lanka tot Zuid-China, Taiwan en Java; noordelijke populaties trekken.
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is in de parken van Dubai, waar de vogels van Mushrif Park de laatste jaren met enige regelmaat gezien worden. Elders: let in de winter in bevloeide parken, golfbanen en akkerland in de Emiraten en Noord-Oman op een zwarte vogel met een lange, gevorkte staart op een draad of paal.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in Azië talrijk. In het gidsgebied geen gevestigde populatie, maar het recente broedgeval in Dubai, waar de vogel als standvogel lijkt te blijven, kan het begin van een kleine vestiging zijn. Verwarring met andere drongo's maakt documentatie met foto's gewenst.
Wetenschappelijke naam
Dicrurus macrocercus | Vieillot, 1817
Vieillot beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dicrurus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Dicrurus komt van het Griekse dikros, 'gevorkt', en oura, 'staart' — naar de gevorkte staart van de meeste drongo's. macrocercus is Grieks voor 'langstaartig', van makros 'lang' en kerkos 'staart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chennai in India.


