Alle soorten › Zangvogels › Heggenmussen › Heggenmus

Heggenmus | Prunella modularis

Dunnock | Acentor común

De heggenmus is in Europa een alledaagse tuinvogel, maar in het gidsgebied een onopvallende wintergast in de noordelijke randen: de bergen en de dichte begroeiing van de Maghreb en de Levant. Een kleine, grijsbruine vogel die muisachtig onder struiken scharrelt en makkelijk over het hoofd wordt gezien.

Heggenmus (Prunella modularis)
Foto: Holger Uwe Schmitt — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hoog, doordringend tiieh of sri, en in de vlucht een fijn trillend tihihihi. De zang, ook in de late winter te horen, is een snel, vlak, kabbelend liedje van korte, hoge tonen.

Luister: ZangXC1185476

Opname: Paul Kelly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14,5 cm. Klein en slank, met een fijne, spitse, donkere snavel. Kop, keel en borst leigrijs, met bruine kruin en oorstreek; rug en vleugels warm bruin met zwarte strepen, flanken met bruine streepjes, buik vuilwit. Het oog is roodbruin tot oranjerood en valt in het grijze gezicht op. Poten roze-bruin. Geslachten gelijk. Beweegt kruipend en schuifelend, met korte trillingen van vleugels en staart, laag over de grond onder struiken.

Verwarrings­soorten

Een vrouwtjesmus zoals de huismus (Passer domesticus) heeft een dikke kegelsnavel, geen grijze borst en een lichte wenkbrauwstreep. De winterkoning (Troglodytes troglodytes) is veel kleiner, warm bruin en gebandeerd, met een opgestoken staartje. De roodborst (Erithacus rubecula) heeft een oranje borst. De alpenheggenmus (Prunella collaris) is groter, met een gespikkelde keel en roestbruine flanken, en de steenheggenmus (Prunella ocularis) heeft een brede roomwitte wenkbrauwstreep.

Leefgebied

In de winter dichte ondergroei: maquis, struweel aan bosranden, eiken-, ceder- en jeneverbesbos in de bergen, heggen, tuinen en parken, olijfgaarden en dicht struikgewas langs beken. Foerageert op de grond op kleine insecten en zaden, meestal in de buurt van dekking.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Wintergast van november tot maart in het noorden van Marokko (Rif, Middel-Atlas, de Atlantische laagvlakte), Noord-Algerije en Noord-Tunesië, schaars en wisselend in aantal. In het Midden-Oosten wintergast in Libanon, West-Syrië, Noord-Israël (Hermon, Golan, Galilea en de Karmel; naar het zuiden zeldzaam), Noordwest-Jordanië en Iraaks Koerdistan. Elders, zoals in Libië, Egypte, Saoedi-Arabië, Koeweit en de Golfstaten, een dwaalgast. Een geregeld broedgebied in het gidsgebied is niet bekend. Daarbuiten broedt de soort in vrijwel heel Europa, Turkije, de Kaukasus en Noord-Iran.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter in de cederbossen en het struweel rond Ifrane in de Middel-Atlas, of in Noord-Israël op de Hermon en in de struiken van de Golan en de Karmel. Luister naar de hoge, dunne roep uit een struik en wacht tot de vogel in een open plek op de grond scharrelt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Europa algemeen. In het gidsgebied hangen de aantallen af van de strengheid van de winter verder naar het noorden; over trends is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Prunella modularis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Motacilla modularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Prunella werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Prunella komt van het Duitse Braunelle, de naam voor de heggenmus, een verkleinvorm van braun 'bruin'. modularis is Latijn voor 'zingend', van modulari 'melodieus zingen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.