Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Dottergele wever

Dottergele wever | Ploceus vitellinus

Vitelline Masked Weaver | Tejedor vitelino

De dottergele wever is een kleine maskerwever van de droge acaciasavanne van de Sahel. Aan de zuidrand van de Algerijnse Sahara werd hij in 2022 in aantal waargenomen en broedend vastgesteld, als een van de Sahelsoorten die de laatste jaren noordwaarts in het gidsgebied opduiken.

Dottergele wever (Ploceus vitellinus)
Foto: DickDaniels (https://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, sissend en schurend gezang van piepende en ratelende tonen, ongeveer tsji-tsji-zzzzzrrr, vaak hangend onder het nest met trillende vleugels; als roep een kort tsjuk.

Luister: ZangXC973652

Opname: Julien Birard — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, een kleine, slanke maskerwever met een vrij fijne zwarte snavel. Het mannetje in broedkleed is helder dooiergeel met een zwart masker dat alleen een smalle band over het voorhoofd vormt en verder wangen en keel bedekt; tussen het masker en de gele kruin loopt een kastanjebruine zoom, en ook de rand van de keel is wat roestig. Het oog is rood, de poten roze. De rug is geelgroen met fijne streping. Het vrouwtje en het mannetje buiten de broedtijd zijn olijfgeel van boven, bleek geelachtig wit van onderen, met een gele wenkbrauwstreep en een roze tot hoornkleurige snavel. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De grote textorwever (Ploceus cucullatus) is groter en zwaarder, met een zwart masker dat over de hele voorkruin doorloopt en een zwart gevlekte rug. De Rüppells wever (Ploceus galbula) heeft een kastanjebruin in plaats van zwart masker en komt in het gebied alleen in Zuidwest-Arabië en daar als verwilderde kooivogel voor. De Soedanese goudmus (Passer luteus) heeft een kastanjebruine rug en geen masker. Vrouwtjes van wevers zijn onderling lastig; ga zoveel mogelijk uit van de mannetjes in de groep.

Leefgebied

Droge acaciasavanne en doornstruweel, in de Sahara alleen in begroeide wadi's en bij oases met acacia's en water. Broedt alleen of in kleine verspreide groepjes: het mannetje weeft een kogelvormig nest met een korte ingangsbuis aan de onderzijde, vaak aan het uiteinde van een dunne acaciatak en niet zelden naast een wespennest. Eet zaden en insecten; ontsnapte vogels in de Golfstaten houden zich op in parken en tuinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Algerije: in 2022 een opvallende influx in het uiterste zuiden, in de regio Tamanrasset–In Guezzam aan de grens met Mali en Niger, met de eerste broedgevallen voor het land; ook in 2024 en 2025 nog enkele waarnemingen. Verenigde Arabische Emiraten: tussen 2008 en 2015 losse ontsnapte kooivogels in Dubai, Abu Dhabi en Ras al-Khaimah. Elders in het gebied geen zekere gevallen. Daarbuiten in de Sahel en de droge savanne van Senegal en Mauritanië oostwaarts tot Soedan, Ethiopië en Somalië, en zuidwaarts tot Kenia en Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zuid-Algerije zijn begroeide wadi's met acacia's ten zuiden van Tamanrasset de plaats om op Sahelsoorten te letten; een geel wevertje met een smalle zwarte voorhoofdsband en een kastanjebruine kruinrand is deze soort. Meld elke waarneming met foto aan de nationale zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een schaarse gast uit de Sahel met in 2022 een eerste broedgeval in Zuid-Algerije; of de soort zich daar handhaaft is onbekend. De vogels in de Emiraten waren ontsnapte kooivogels.

Wetenschappelijke naam

Ploceus vitellinus | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Fringilla vitellina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ploceus werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Ploceus is Grieks, van plokeus 'vlechter', van plekō 'vlechten', naar de geweven nesten. vitellinus is Latijn voor 'dooiergeel', van vitellus 'eidooier'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegambia in West-Afrika.