Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Balkansperwer

Balkansperwer | Tachyspiza brevipes

Levant Sparrowhawk | Gavilán griego

De balkansperwer is een slanke, spitsvleugelige sperwer die als enige van zijn groep in groepen trekt, soms van honderden vogels tegelijk. Vrijwel de hele wereldpopulatie trekt in het voorjaar door de Levant; bij Eilat worden in een voorjaar tot zo'n vijftigduizend vogels geteld. Voor de rest van het jaar is de soort in het gebied nauwelijks te zien.

Balkansperwer (Tachyspiza brevipes)
Foto: Arkhivov, Vladimir Yu. Arkhipov — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op trek zwijgzaam. Rond het nest een scherp, afgeknepen kie-wik en een snel ki-ki-ki-ki, ijler en hoger dan bij de sperwer.

Luister: VluchtroepXC1134997

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–38 cm, spanwijdte 65–75 cm. Een slanke sperwer met een spitse hand met vier vingers en een rechte achterrand van de vleugel. Het volwassen mannetje is leigrijs boven, met een grijze kap die tot over de wang doorloopt, en wit onder met zo'n fijne roestkleurige bandering dat de onderdelen op afstand wit ogen; de witte ondervleugel heeft een scherp zwarte punt. Het oog is donker, zwartrood. Het vrouwtje is groter en bruiner grijs boven, zwaarder gebandeerd onder, met een donkere middenstreep over de witte keel. De jonge vogel is bruin boven en heeft op de onderdelen rijen ronde of druppelvormige donkere vlekken en een duidelijke keelstreep. De staart is grijs met smalle, weinig opvallende banden.

Verwarrings­soorten

De sperwer (Accipiter nisus) heeft kortere, rondere vleugels met vijf of zes vingers, een witte wenkbrauwstreep, een duidelijk gebandeerde staart en een geel tot oranjerood oog; het mannetje heeft oranje wangen. De shikra (Tachyspiza badia) is kleiner en bleker, met kortere vleugels en minder zwart aan de vleugelpunt. Op grote afstand lijkt een trekkende groep op boomvalken (Falco subbuteo), maar die hebben langere, sikkelvormige vleugels en een zwarte baardstreep. Losse vogels in een gemengde stroom zijn vaak niet met zekerheid te benoemen.

Leefgebied

Op doortrek boven heuvels, valleien en woestijnranden; rust in bosjes, boomgaarden, olijfgaarden, dadelpalmen en oeverbos, vaak in groepen in dezelfde bomen. Broedt elders in loofbos, oeverbos en bosranden in warm, open landschap. Jaagt op kleine vogels, hagedissen en grote insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied vrijwel alleen doortrekker. In het voorjaar, vooral van eind april tot half mei, trekt de soort in grote groepen door Egypte (de Oostelijke Woestijn, Suez en de Sinaï), via Eilat en de Arava- en Jordaanvallei door Israël en Jordanië, en verder door Libanon, Syrië en het westen van Irak. In het najaar, vooral in de tweede helft van september, ligt de trekroute verder naar het westen, met grote aantallen boven Centraal-Israël. Kleiner aantal op trek door West-Saoedi-Arabië. Mogelijk een zeldzame broedvogel in Noord-Syrië en Noord-Irak, maar daarover is weinig bekend. Het overwinteringsgebied is slecht bekend; vermoedelijk vooral in Noordoost-Afrika ten zuiden van de Sahara, met kleine aantallen in Egypte en Zuidwest-Arabië. Daarbuiten broedvogel van de Balkan en Griekenland via Turkije en de Krim tot Zuid-Rusland, de Kaukasus en Noord-Iran.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Eilat in het voorjaar is de beste plek ter wereld: op een goede dag eind april trekken groepen van tientallen tot honderden vogels laag over de bergen ten westen van de stad. In het najaar zijn de telposten in Centraal-Israël de beste kans. Let op groepen kleine roofvogels die snel en vlak, met korte glijvluchten, in een strakke formatie trekken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar met een vrij kleine wereldpopulatie, die door de moeilijke herkenning waarschijnlijk is onderschat. Omdat vrijwel alle vogels over enkele smalle trekroutes gaan, is de soort kwetsbaar voor jacht op trek en voor windparken langs de trekbanen.

Wetenschappelijke naam

Tachyspiza brevipes | (Severtsov, 1850)

Severtsov beschreef de soort in 1850 als Astur brevipes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tachyspiza werd in 1844 ingevoerd door Kaup. Tachyspiza is Grieks, van takhus 'snel' en spizias 'havik'. brevipes is Latijn, van brevis 'kort' en pes, pedis 'voet'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Voronezj in Rusland.