Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Audouins meeuw

Audouins meeuw | Ichthyaetus audouinii

Audouin's Gull | Gaviota de Audouin

Een slanke, middelgrote meeuw die alleen in het Middellandse Zeegebied broedt en een van de zeldzaamste meeuwen ter wereld was. In het gidsgebied broedt hij op rotseilandjes voor de Noord-Afrikaanse kust en trekt hij 's winters langs de Marokkaanse Atlantische kust naar West-Afrika.

Audouins meeuw (Ichthyaetus audouinii)
Foto: @pintafontes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schor, nasaal gièèh en een droog ga-ga-ga, hoger en minder vol dan bij de geelpootmeeuw.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1146113

Opname: Sergi Carreras — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Iets kleiner en veel slanker dan de geelpootmeeuw, met een lange, spitse vleugel, een glooiende kop en een betrekkelijk korte hals. Volwassen vogels hebben een bleekgrijze mantel, een witte kop en onderdelen met een grijzige zweem, en zwarte vleugelpunten met slechts kleine witte topjes; van onderen lijken de handpennen donker. De snavel is opvallend: dieprood met een zwarte band en een gele punt, op afstand gewoon donker. De poten zijn donker grijsgroen, het oog donker. Jonge vogels zijn grijsbruin geschubd, met een donkere staart met witte stuit en een zwarte snavel; in de tweede winter een grijze mantel en een donkere snavel met bleke basis.

Verwarrings­soorten

De geelpootmeeuw (Larus michahellis) is groter en forser, met een zware gele snavel met rode vlek, gele poten en meer wit in de vleugeltop. De dunbekmeeuw (Chroicocephalus genei) is kleiner, heeft een witte voorrand aan de vleugel en een bleek oog. Jonge vogels lijken op jonge kleine mantelmeeuwen (Larus fuscus), maar zijn slanker, hebben een egaler donkere staart, een witte stuit die scherp afsteekt en een donkere, slanke snavel.

Leefgebied

Een echte zeevogel van rotsachtige kusteilandjes, zandbanken en open zee, die 's nachts vis van het wateroppervlak plukt, vaak achter vissersboten. 's Winters ook op stranden, lagunes en in havens. Broedt in kolonies op vlakke, schaars begroeide eilandjes en soms op zoutpannen en strandwallen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt op eilandjes langs de Middellandse Zeekust van Noord-Afrika: voor de kust van Marokko (de Spaanse Chafarinas-eilanden bij de Moulouyamonding, met de grootste kolonie van Noord-Afrika, en kleine kolonies op de Marokkaanse kust), Algerije (onder meer de Habibas-eilanden), Tunesië (La Galite, Zembra en eilandjes in de golf van Gabès) en Libië. 's Winters trekken de meeste vogels via de Straat van Gibraltar naar de Atlantische kust van Marokko en de Westelijke Sahara (Khnifiss, Dakhla) en verder naar Mauritanië en Senegal; een deel blijft in de westelijke Middellandse Zee. In het oosten schaars: onregelmatig aan de kust van Egypte, Israël en Libanon, waar het vooral om vogels uit de Egeïsche Zee en Cyprus gaat. Daarbuiten broedt hij rond de hele Middellandse Zee, met het zwaartepunt in Spanje, en verder op Corsica, Sardinië, in Griekenland, Turkije en op Cyprus.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Aan de Atlantische kust van Marokko is hij 's winters goed te zien bij de Oued Massa en de Souss-monding, en in grote aantallen in de lagune van Khnifiss en de baai van Dakhla. In de broedtijd is hij het makkelijkst te zien vanaf boten naar de Tunesische eilanden en bij de Moulouyamonding.

Staat van instandhouding

Na een herstel van ongeveer duizend paren in de jaren zestig naar rond de tienduizend paren nu als kwetsbaar (VU) beschouwd, omdat de wereldpopulatie zich op een paar grote kolonies concentreert en die in Spanje recent sterk zijn achteruitgegaan. Bedreigingen zijn verstoring en predatie op de broedeilanden, bijvangst in de langelijnvisserij, verandering van de visserijteruggooi en kustontwikkeling.

Wetenschappelijke naam

Ichthyaetus audouinii | (Payraudeau, 1826)

Payraudeau beschreef de soort in 1826 als Larus Audouinii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ichthyaetus werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Ichthyaetus is Grieks, van ikhthus 'vis' en aetos 'arend', dus 'visarend'. audouinii eert de Franse natuuronderzoeker Jean Victoire Audouin (1797–1841). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sardinië en Corsica.