Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Asirekster

Asirekster | Pica asirensis

Asir Magpie | Urraca de Asir

De enige vogelsoort die alleen in Saoedi-Arabië voorkomt: een donkere ekster van de jeneverbesbossen van het Asirgebergte, met naar schatting nog maar zo'n 135 paren. Lang gold hij als ondersoort van de ekster; tegenwoordig is hij een aparte, bedreigde soort.

Asirekster (Pica asirensis)
Foto: Saudi Press Agency (SPA) — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een klaaglijk, langgerekt gekrijs en een luid, nasaal kwèjnk-kwèjnk, duidelijk anders dan het ratelende tsjak-tsjak van de ekster.

Luister: RoepXC1181709

Opname: Mohannad Baghlaf — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45–46 cm. Gebouwd als een ekster met een lange, getrapte staart, maar donkerder en forser: het wit op de schouders is beperkt, de stuit is zwart, de snavel is langer en zwaarder en de poten zijn steviger. Buik en flanken wit, verder zwart met een blauwe tot paarsachtige glans op vleugels en staart. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een kortere staart.

Verwarrings­soorten

In Zuidwest-Arabië komt geen andere ekster voor; de ekster (Pica pica) is in Arabië alleen een zeldzame dwaalgast in het oosten. De schildraaf (Corvus albus) is ook zwart-wit, maar is een gedrongen kraai met een korte staart, een witte borst en een witte nekband.

Leefgebied

Dicht, schaduwrijk bos van Afrikaanse jeneverbes en gemengd bos met jeneverbes en acacia in dalen en wadi's, meestal tussen 2400 en 3000 m, soms vanaf 1800 m. Mijdt steile hellingen boven ongeveer 30 graden. Zoekt voedsel op de grond en in de struiklaag; komt ook af op afval bij picknickplaatsen en vuilnisbakken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Alleen in het Asirgebergte in het zuidwesten van Saoedi-Arabië. Vroeger verspreid over zo'n 400 km van Taif in het noorden tot voorbij Abha in het zuiden; tegenwoordig leeft het grootste deel van de populatie in een smalle strook hooglandbos van ongeveer 37 km tussen An-Namas en Billasmar. Uit het aangrenzende Jemen zijn geen bevestigde waarnemingen.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem vroeg in de ochtend in de jeneverbesbossen langs de weg tussen An-Namas en Billasmar, waar groepjes langs bosranden en picknickplaatsen foerageren. Blijf op afstand van nesten en volg de aanwijzingen van lokale beheerders: elk paar telt.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN, BirdLife International 2022). De populatie wordt geschat op ongeveer 135 paren en neemt af. Bedreigingen zijn het verdwijnen van het jeneverbesbos (dat zich nauwelijks verjongt), versnippering door toerisme, wegen en verstedelijking, klimaatverandering, en slechte voeding van jongen door afhankelijkheid van menselijk afval.

Wetenschappelijke naam

Pica asirensis | Bates, 1936

Bates beschreef de soort in 1936 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pica werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pica is het Latijnse woord voor 'ekster'. asirensis verwijst naar Asir, de bergstreek in het zuidwesten van Saoedi-Arabië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Asirgebergte in Saoedi-Arabië.