Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Arabische dwergooruil

Arabische dwergooruil | Otus pamelae

Arabian Scops Owl | Autillo árabe

Een kleine, bleke dwergooruil die alleen voorkomt in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland, van de bergen van Asir en Hijaz in Saoedi-Arabië via Jemen tot Dhofar in Oman. Vroeger werd hij als ondersoort van de Afrikaanse dwergooruil gezien; nu geldt hij als Arabische endeem.

Arabische dwergooruil (Otus pamelae)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een kort, snorrend prrrrup of krrrr, als een kikker of krekel, met tussenpozen van enkele seconden herhaald. Het vrouwtje antwoordt iets hoger.

Luister: ZangXC1163982

Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein, met korte oorpluimen en vrij korte vleugels. Bleker en effener dan de Afrikaanse dwergooruil: licht grijsbruin tot zandgrijs met fijne vermiculatie, smalle donkere schachtstrepen op de onderdelen, een rij lichte schoudervlekken en een bleek gezicht met een dunne donkere rand. De ogen zijn geel. Overdag zit hij strak tegen een stam of tussen dicht blad, de oorpluimen omhoog en de ogen tot spleetjes geknepen.

Verwarrings­soorten

De gestreepte dwergooruil (Otus brucei), ’s winters in hetzelfde gebied, is groter en langvleugeliger, met grovere zwarte strepen en een hol, duifachtig gekoer. De dwergooruil (Otus scops) komt hier alleen op trek voor, is groter, met langere vleugels en een fluitende zang. De Socotradwergooruil (Otus socotranus) leeft alleen op Socotra.

Leefgebied

Beboste wadi’s en hellingen met acacia’s, vijgen en tamarisken, jeneverbesbossen in het hooggebergte van Asir en Jemen, het nevelwoud en de vijgenbossen van Dhofar, ook parken, boomgaarden en tuinen. Van zeeniveau tot ruim 2.000 meter. Jaagt vooral op insecten en spinnen; nestelt in boomholtes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het zuidwesten van het Arabisch schiereiland. In Saoedi-Arabië in de bergen en de Tihama-vlakte van Hijaz en Asir, van de omgeving van Taif en Al Baha zuidwaarts tot Abha en Jizan. In Jemen in de westelijke hooglanden, het steile westelijke bergland en de Tihama, oostwaarts tot de Hadramaut. In Oman in Dhofar, op de zeewaartse hellingen van het moessongebergte. Komt niet voor buiten Arabië; de verwante Afrikaanse dwergooruil leeft ten zuiden van de Sahara.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de parken en wadi’s rond Abha, zoals Al Mehfar, en bij de vijgenbossen van Ayn Hamran en Wadi Darbat in Dhofar is de zang na het donker te horen. Met geduld en een zaklamp is de vogel vaak op een lage tak te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de wereldpopulatie wordt op enkele tienduizenden vogels geschat. Gevoelig voor het kappen van jeneverbes- en acaciabossen, overbegrazing en uitbreiding van bebouwing in de bergen, maar ook aanwezig in tuinen en parken.

Wetenschappelijke naam

Otus pamelae | Bates, 1937

Bates beschreef de soort in 1937 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Otus werd in 1769 ingevoerd door Pennant. Otus is Latijn voor 'ooruil', ontleend aan het Griekse ōtos, bij ous 'oor'. pamelae is vernoemd naar een vrouw met de voornaam Pamela; wie precies bedoeld is, is onzeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Wadi Bisha in Saoedi-Arabië.