Alle soorten › Struisvogelachtigen › Struisvogels › Afrikaanse struisvogel

Afrikaanse struisvogel | Struthio camelus

Common Ostrich | Avestruz común

De grootste vogel ter wereld, een loopvogel die vroeger over de hele Sahara, de Arabische woestijnen en de Syrische steppe trok. In het gidsgebied werd hij in de negentiende en twintigste eeuw vrijwel overal uitgeroeid; de Arabische vorm S. c. syriacus is verdwenen. Wat er nu leeft is de Noord-Afrikaanse roodhalsstruisvogel (S. c. camelus), teruggebracht in een handvol reservaten in Marokko, Tunesië en Saoedi-Arabië.

Afrikaanse struisvogel (Struthio camelus)
Foto: Jerry Fischer — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje laat in de broedtijd, vooral 's nachts en in de vroege ochtend, een diep, gedreven boemen horen, boe-boe-booeh, met opgeblazen nek; het draagt ver en lijkt op het brullen van een leeuw. Bij dreiging sissen en grommen beide geslachten met open snavel.

Luister: RoepXC845942

Opname: Michael Chiappone — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een loopvogel van 175 tot 275 cm hoog, met een lange, grotendeels kale nek, een kleine platte kop met zeer grote ogen en lange, kale poten met twee tenen. Het mannetje is zwart met witte slagpennen en witte staartpluimen; bij de Noord-Afrikaanse vorm zijn nek en poten roze tot vlezig rood, in de broedtijd feller, en op de kruin ligt een kale plek. Vrouwtjes en jonge vogels zijn egaal grijsbruin met vuilwitte vleugelranden. Kuikens zijn geelbruin met donkere stekelige donsplukken.

Verwarrings­soorten

In het gidsgebied geen verwarring mogelijk: geen andere vogel komt in de buurt van dit formaat. Uitgezette of ontsnapte vogels uit fokkerijen kunnen tot de zuidelijke vormen behoren, met grijze of blauwgrijze nek en poten; de somalistruisvogel (Struthio molybdophanes), met blauwgrijze nek en poten, leeft alleen in de Hoorn van Afrika.

Leefgebied

Open, vlakke steen- en grindwoestijn, grasrijke halfwoestijn en acaciasteppe, waar het zicht ver reikt. In de reservaten van Tunesië groeit Acacia raddiana (een schermacacia) verspreid over een grassteppe; in Mahazat as-Sayd in Saoedi-Arabië is het een omheinde grindvlakte met grassen en lage struiken. Eet planten, zaden en vruchten, aangevuld met insecten en kleine dieren, en kan lang zonder drinkwater.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied als wilde vogel vrijwel verdwenen. Marokko: teruggebracht met vogels uit Tsjaad in omheiningen van het Nationaal Park Souss-Massa. Tunesië: in 1887 uitgeroeid, sinds 2014 terug in de nationale parken Dghoumès en Sidi Toui en het faunareservaat Orbata, na eerdere uitzettingen in Bou Hedma. Saoedi-Arabië: vogels van Soedanese herkomst sinds 1988–89 gefokt en vrijgelaten in het omheinde reservaat Mahazat as-Sayd, met zo'n 90 tot 100 dieren. Israël: een uitzetting in de Negev vanuit Hai-Bar Yotvata mislukte. In Algerije, Libië, Egypte, Jordanië en de rest van Arabië geen zekere vogels meer; meldingen uit het uiterste zuidoosten van Egypte zijn niet bevestigd. Daarbuiten in de Sahel van Mauritanië en Senegal oostwaarts tot Soedan en Ethiopië, en met andere vormen in Oost- en zuidelijk Afrika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Struisvogels in het gidsgebied zie je vrijwel alleen in de reservaten zelf. In Souss-Massa en in de Tunesische parken bezoek je de omheiningen met een gids of parkwachter; vraag vooraf bij de parkleiding. Een wilde struisvogel buiten deze plekken, in de Sahara of Arabië, is een uitzonderlijke melding: noteer de kleur van nek en poten, want ontsnapte fokkerijvogels zijn waarschijnlijker.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de Noord-Afrikaanse vorm is over het grootste deel van zijn areaal verdwenen door jacht, verkeer met terreinwagens en de vraag naar veren en eieren; hij staat op Bijlage I van CITES. De Arabische vorm stierf in het midden van de twintigste eeuw uit. Het voortbestaan in het gidsgebied hangt af van fokprogramma's en omheinde reservaten.

Wetenschappelijke naam

Struthio camelus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Struthio voerde hij in datzelfde werk in. Struthio is het Latijn voor 'struisvogel', van het Griekse strouthion, dat teruggaat op strouthokamelos, letterlijk 'kameelmus' — een oude naam voor de struisvogel bij de Grieken. camelus is Latijn voor 'kameel'; de Grieken noemden de struisvogel strouthokamelos, 'kameelmus', naar de lange nek, de tweetenige poten en het leven in de woestijn — kenmerken die aan een kameel doen denken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sennar, Soedan.