Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Afrikaanse roodborsttapuit

Afrikaanse roodborsttapuit | Saxicola torquatus

African Stonechat | Tarabilla común

De Afrikaanse roodborsttapuit is de roodborsttapuit van Afrika ten zuiden van de Sahara en van het hoogland van Zuidwest-Arabië. In het gidsgebied komt alleen de vorm felix voor, een standvogel van de bergweiden en terrassen van Asir en Jemen. Net als zijn verwanten zit hij rechtop op een stengel, struik of steen en wipt hij nerveus met staart en vleugels.

Afrikaanse roodborsttapuit (Saxicola torquatus)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hard wiet-tsjak-tsjak, als twee steentjes die tegen elkaar slaan. De zang is een korte, hoge en krassende strofe van fluitjes, vaak vanaf een uitkijkpost of in een korte zangvlucht.

Luister: ZangXC1021963

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Het mannetje heeft een zwarte kop, keel en bovendelen met roestbruine veerzomen, een grote witte halsvlek, een witte vleugelstreep en een witte stuit. De borst is diep kastanjebruin, maar bij felix beperkt tot een vlek op de bovenborst; buik en flanken zijn wit. Het vrouwtje is bruin met donkere strepen op de bovendelen, een donkere kop zonder duidelijke wenkbrauwstreep, een kleinere witte vleugelvlek en een warm oranjebruine borst. Jongen zijn gevlekt.

Verwarrings­soorten

De roodborsttapuit (Saxicola rubicola) en de Aziatische roodborsttapuit (Saxicola maurus) komen in het verspreidingsgebied alleen als schaarse wintergast of doortrekker voor. De roodborsttapuit heeft meer oranje op borst en flanken en een kleinere witte stuit; de Aziatische roodborsttapuit is bleker, met een grote ongestreepte bleke stuit en bij het mannetje veel wit op de buik. In de winter zijn ze vaak het best te onderscheiden op leefgebied: de Afrikaanse roodborsttapuit blijft in het hoogland, wintergasten zitten meestal in de laaglanden. Het paapje (Saxicola rubetra) heeft een brede lichte wenkbrauwstreep.

Leefgebied

Bergweiden, graslanden met struiken en jeneverbes, terrasakkers, wegbermen en de randen van bergbos, meestal boven 1.500 m; buiten de broedtijd soms in lagere dalen en akkers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Zuidwest-Arabië: in het hoogland van Asir in Saoedi-Arabië, onder meer rond Abha en op de helling van Raydah, en zuidwaarts door de bergen van Jemen. Waarnemingen elders in Arabië betreffen vrijwel altijd wintergasten van verwante soorten. Daarbuiten komt de soort in grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en op Madagaskar voor, met talrijke vormen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem in Saoedi-Arabië in het hoogland rond Abha, zoals in het Talea-dal en bij de helling van Raydah, waar hij op struiken en hekpalen langs de terrassen zit; in de winter zijn hier ook roodborsttapuiten mogelijk, dus let op de beperkte, kastanjebruine borstvlek.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Zuidwest-Arabië plaatselijk algemeen in geschikt hoogland; over de stand en trends in Jemen is weinig bekend. De indeling van de roodborsttapuiten is in beweging: felix wordt soms bij een eigen soort of bij een andere groep ingedeeld.

Wetenschappelijke naam

Saxicola torquatus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Muscicapa torquata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Saxicola werd in 1802 ingevoerd door Bechstein. Saxicola is Latijn, van saxum 'steen, rots' en -cola 'bewoner', bij colere 'bewonen': 'rotsbewoner', naar de open steenachtige terreinen waar deze vogels zich ophouden. torquatus is Latijn voor 'met een halsband', van torques, 'halsketting' — naar de witte halszijden van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.