Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Zwart stormvogeltje

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Zwart stormvogeltje | Hydrobates melania

Black Storm Petrel | Paíño negro

Het zwart stormvogeltje is het grootste geheel donkere stormvogeltje van het gidsgebied, met een lange, diep gevorkte staart en een trage, diepe vleugelslag. Het grootste deel van de wereldpopulatie broedt op eilanden voor Baja California en in de Golf van Californië. Buiten het broedseizoen is het langs de hele Pacifische kust van het gidsgebied te zien, vaak niet ver uit de kust en in grote groepen samen met het dwergstormvogeltje.

Zwart stormvogeltje (Hydrobates melania)
Foto: David F. Belmonte — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee vrijwel stil. Aan de kolonie, die alleen 's nachts wordt bezocht, klinkt uit rotsspleten en holen een luid, ritmisch herhaald poek-a-rie, poek-poek-a-rie.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

21–23 cm. Een vrij groot, slank stormvogeltje met lange vleugels, lange poten en een lange, diep gevorkte staart. Het verenkleed is geheel zwartbruin, zonder lichte stuit; over de bovenvleugeldekveren loopt een lichtbruine, schuine band. Mannetje, vrouwtje en jonge vogels zijn gelijk. De vlucht is rustig en zwaar voor een stormvogeltje: diepe slagen waarbij de vleugels hoog boven het lichaam worden geheven, afgewisseld met korte glijstukken. Rust vaak in groepen op het water.

Verwarrings­soorten

Het humboldtstormvogeltje Hydrobates markhami, dat voor het zuiden van Midden-Amerika voorkomt, is ongeveer even groot maar bruiner, met een duidelijkere lichte vleugelband die bijna tot de voorrand van de vleugel reikt en een lichtere vlucht. Het californisch stormvogeltje Hydrobates homochroa is kleiner, grijzer bruin, met lichte ondervleugeldekveren en een ondiepe, fladderende vleugelslag. Het dwergstormvogeltje Hydrobates microsoma is veel kleiner, met een korte, wigvormige staart en een snelle, laag scherende vlucht. Donkerstuitige vaal stormvogeltjes Hydrobates leucorhous en townsends stormvogeltjes Hydrobates socorroensis zijn kleiner, hebben kortere poten en vliegen springeriger en onregelmatiger.

Leefgebied

Kustwater en het continentaal plat, maar ook dieper water verder uit de kust; in de Golf van Californië vaak vlak onder de kust. Zoekt al vliegend kleine vissen, vislarven en kreeftachtigen van het wateroppervlak. Rust op zee in groepen, soms van duizenden vogels. Broedt in rotsspleten, tussen puin en in holen op kleine, rotsige eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt op eilanden voor de Pacifische kust van Baja California, onder meer de San Benito-eilanden, en op eilanden in de Golf van Californië, met grote kolonies op Isla Partida; een klein aantal broedt op Santa Barbara Island voor Californië. Na het broedseizoen trekt een deel noordwaarts tot voor centraal Californië, maar de meeste vogels gaan zuidwaarts. In de winter vooral voor de Pacifische kust van het zuiden van Mexico en Midden-Amerika, van Oaxaca en Guatemala tot de Golf van Panama, en verder zuidelijk tot voor Peru. Aan de Atlantische kant van het gidsgebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het eenvoudigst in de zomer op boottochten in de Golf van Californië, bijvoorbeeld rond Bahía de los Ángeles en de eilanden in het midden van de golf, en vanaf veerboten tussen Baja California en het vasteland. In de winter zijn groepen te zien op boottochten voor de Pacifische kust van Oaxaca en in de Golf van Panama. Let op de grootte, de lange gevorkte staart en de trage, diepe slagen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot, maar geconcentreerd op een klein aantal eilanden. Geïntroduceerde katten en ratten hebben op verschillende broedeilanden grote schade aangericht; na het verwijderen van deze roofdieren zijn kolonies hersteld. Kunstlicht van schepen en kustplaatsen en olievervuiling blijven risico's.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates melania | (Bonaparte, 1854)

Bonaparte beschreef de soort in 1854 als Procellaria melania; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hydrobates werd in 1822 ingevoerd door Boie. Hydrobates is Grieks, van hudro- 'water' en batēs 'loper': 'waterloper'. melania is Grieks voor 'zwartheid', van melas 'zwart', naar het geheel donkere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van Californië.