Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Witstaartkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Witstaartkolibrie | Eupherusa poliocerca

White-tailed Hummingbird | Colibrí cola blanca

De witstaartkolibrie leeft alleen in de Sierra Madre del Sur in Guerrero en het westen van Oaxaca. Beide geslachten hebben een roodbruine vlek in de vleugel en veel wit in de staart. De soort is nauw verwant aan de oaxacakolibrie, die verder naar het oosten voorkomt.

Witstaartkolibrie (Eupherusa poliocerca)
Foto: Andre Sebastian — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoog, snel, wat vloeiend tot piepend gekwetter. De roep is een vloeiend tot iets zoemend, rollend tsjip, dat vaak overgaat in ratelende trillers.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

10–11 cm, met een rechte zwarte snavel. Het mannetje is glanzend bronsgroen van boven en geelgroen van onderen, met witte onderstaartdekveren en een roodbruine vlek op de armpennen. De middelste staartpennen zijn bronsgroen, de buitenste grijswit. Het vrouwtje heeft dezelfde vleugelvlek, grijswitte onderdelen met groene vlekken op de flanken, en witte buitenste staartpennen met donkere of groene tekening.

Verwarrings­soorten

De oaxacakolibrie Eupherusa cyanophrys komt verder naar het oosten voor; het mannetje heeft een violetblauw voorhoofd en een turquoise kruin. Bij de streepstaartkolibrie Eupherusa eximia hebben de buitenste staartpennen zwarte buitenvlaggen en zwarte toppen. De berylamazilia Saucerottia beryllina heeft ook roodbruin in de vleugel, maar een paarsbruine staart zonder wit.

Leefgebied

Randen en binnenste van vochtig bergbos, halfbladverliezend bos en pijn-eikenbos, ongeveer tussen 800 en 2400 m. Lijkt intact bos nodig te hebben. Mogelijk zijn er verplaatsingen in de hoogte, maar die zijn weinig bekend.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied en voor Mexico. Alleen op de Pacifische helling van de Sierra Madre del Sur, in het zuidwesten van Guerrero en het westen van Oaxaca.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Sierra de Atoyac in Guerrero, onder meer rond Paraíso, Nueva Delhi en El Molote, en in het park van Omiltemi bij Chilpancingo.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het verspreidingsgebied is klein en de soort komt er verspreid voor. De populatie wordt op minder dan 15.000 volwassen vogels geschat en gaat achteruit door kap en ontginning van bergbos voor landbouw.

Wetenschappelijke naam

Eupherusa poliocerca | Elliot, 1871

Elliot beschreef de soort in 1871 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Eupherusa werd in 1857 ingevoerd door Gould. Eupherusa is Grieks, van eu 'goed, fraai' en pherousa 'dragend' (van pherō 'dragen'): 'die (iets) fraai draagt', vermoedelijk naar de opvallend getekende staart. poliocerca is Grieks, van polios 'grijs, grauwwit' en kerkos 'staart', naar de witachtige buitenste staartpennen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Putla, Oaxaca, Mexico.