Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Wigsnavelgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Wigsnavelgors | Acanthidops bairdi

Peg-billed Finch | Yal costarricense

De wigsnavelgors is een grijze gors-achtige tangare van de hoge bergen van Costa Rica en het westen van Panama, met een lange, spitse, wigvormige snavel. Net als de leikleurige musgors trekt hij rond in het spoor van zaaddragende bamboe. Hij komt alleen in het gidsgebied voor.

Wigsnavelgors (Acanthidops bairdi)
Foto: Mike Melton — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Zang een korte, droge reeks hoge, zoemende en tjilpende tonen. Roep een scherp, hoog tsip.

Luister: ZangXC233644

Opname: William Adsett — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Mannetje egaal leigrijs, iets lichter op de buik; vleugels en staart donkerder. Snavel lang, recht en zeer spits, met een donkere bovensnavel en een gele tot oranjegele ondersnavel. Het vrouwtje is van boven olijfbruin, van onderen grijsachtig bruin, met twee okerkleurige vleugelstrepen; de snavel is als bij het mannetje.

Verwarrings­soorten

De leikleurige musgors Haplospiza rustica is donkerder leigrijs, heeft een kortere, geheel donkere snavel en het vrouwtje mist duidelijke vleugelstrepen. De leigrijze berghoningkruiper Diglossa plumbea is kleiner en heeft een opgewipte, aan de punt gehaakte snavel. De vulkaanjunco Junco vulcani is bruiner, heeft een lichte snavel en een fel geel oog.

Leefgebied

Randen en open plekken van bergbos en eiken-bamboebos, struweel boven de boomgrens en páramo, meestal boven 2000 m en tot ongeveer 3300 m, vooral waar Chusquea-bamboe groeit. Eet bamboezaad en andere zaden, insecten en ook nectar uit bloemen. Trekt rond en is in de ene periode talrijk, in de andere schaars.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bergen van Costa Rica, vooral de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca, en het westen van Panama in Chiriquí. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zoeken langs de Pan-Amerikaanse weg bij de Cerro de la Muerte en in de vallei van de Savegre in Costa Rica, vooral wanneer de bamboe zaad draagt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Leeft in een klein gebied, maar grotendeels in beschermde bergbossen; aantallen schommelen met de bamboebloei.

Wetenschappelijke naam

Acanthidops bairdi | Ridgway, 1882

Ridgway beschreef de soort in 1882 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Acanthidops voerde hij in datzelfde werk in. Acanthidops is Grieks, van akanthis 'klein vinkje' (vgl. Acanthis) en ōps 'uiterlijk': 'met het voorkomen van een sijs'. bairdi eert de Amerikaanse ornitholoog Spencer Fullerton Baird (1823–1887) van het Smithsonian Institution. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit vulkaan Irazú, Costa Rica.