Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Leikleurige musgors
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Leikleurige musgors | Haplospiza rustica
Slaty Finch | Semillero pizarra
De leikleurige musgors is een kleine, donkere gors-achtige tangare van bergbos die sterk gebonden is aan bloeiende en zaadzettende bamboe. Hij trekt rond en kan plotseling talrijk opduiken waar bamboe zaad draagt, om daarna weer jarenlang te ontbreken. In het gidsgebied is hij het best bekend uit de bergen van Costa Rica en Panama.
Geluid
Zang een korte, droge en insectachtige reeks, zoals tsi-tsi-tsi-zzzz, vaak eindigend in een zoemende triller. Roep een hoog, fijn tsit.
Opname: Carlos Delgado JUMABITA — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm. Mannetje egaal donker leigrijs, vleugels en staart zwartachtig. Snavel donker, kegelvormig maar vrij lang en spits, met een rechte rand. Het vrouwtje is van boven olijfbruin, van onderen lichter bruinachtig olijf met vage donkere streepjes op borst en flanken; vleugels zonder duidelijke vleugelstrepen. Jonge mannetjes lijken op vrouwtjes.
Verwarringssoorten
De wigsnavelgors Acanthidops bairdi is lichter grijs, heeft een langere, spitse snavel met een lichte ondersnavel en het vrouwtje heeft okerkleurige vleugelstrepen. Het mannetje van het leigrijs dikbekje Sporophila schistacea heeft een gele snavel en een witte vlek op de vleugel en meestal ook aan de halszijde. Het mannetje van het indigodikbekje Amaurospiza concolor is blauwzwart met een kortere, dikkere snavel. De leigrijze berghoningkruiper Diglossa plumbea heeft een opgewipte, aan de punt gehaakte snavel.
Leefgebied
Onderlaag en randen van vochtig bergbos en nevelwoud, meestal tussen 1200 en 3000 m, vooral waar Chusquea-bamboe groeit; in jaren waarin de bamboe massaal zaad zet ook in open plekken en struweel. Eet bamboezaad en andere zaden. Buiten zulke jaren schaars en verborgen in de onderlaag.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied vooral in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama, met waarnemingen ook in het oosten van Panama. Daarnaast zeer plaatselijk en onregelmatig verder noordelijk in de bergen van het zuiden van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied in de Andes van Venezuela tot Bolivia en in de tafelbergen van het zuiden van Venezuela.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De kans is het grootst in jaren waarin bamboe zaad zet, bijvoorbeeld in de bergen van de Cordillera de Talamanca in Costa Rica. Groepjes dikbekachtige vogels in zaaddragende bamboe zijn het nalopen waard.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Aantallen wisselen sterk van jaar tot jaar met de bamboebloei; afhankelijk van bergbos met bamboe.
Wetenschappelijke naam
Haplospiza rustica | (Tschudi, 1844)
Tschudi beschreef de soort in 1844 als Phrygilus rusticus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Haplospiza werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Haplospiza is Grieks, van haploos 'eenvoudig' en spiza 'vink', naar het effen, ongetekende verenkleed. rustica is Latijn voor 'landelijk, eenvoudig', naar het onopvallende, effen leigrijze kleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Peru.



