Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Vlekkruinorganist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Vlekkruinorganist | Euphonia imitans

Spot-crowned Euphonia | Eufonia coronipinta

De vlekkruinorganist is een organist met een klein verspreidingsgebied in het vochtige bos van het zuidwesten van Costa Rica en het westen van Panama. Het mannetje dankt zijn naam aan de donkere vlekjes in de gele voorkruin, die alleen van dichtbij te zien zijn. Het vrouwtje is te herkennen aan haar roestrode voorhoofd en okergele buik.

Vlekkruinorganist (Euphonia imitans)
Foto: Charlie Jackson — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit heldere, fluitende tonen, vaak in korte reeksen van twee of drie, afgewisseld met tjirpjes. De roep is een snel herhaald, wat nasaal tsjie-tsjie. Beschrijvingen van de stem van deze soort lopen uiteen.

Luister: ZangXC340132

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Klein en gedrongen, met een korte, dikke snavel. Mannetje: bovendelen, zijkop en keel donker staalblauw; voorkruin geel met fijne donkere vlekjes, het geel reikt niet tot achter het oog. Borst en buik geel tot oranjegeel, onderstaart geel; de buitenste staartpennen met wit aan de onderzijde. Vrouwtje: bovendelen olijfgroen met een roestrood voorhoofd; onderzijde olijfgeel, op buik en onderstaart warm oker- tot roestbruin getint.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de dikbekorganist Euphonia laniirostris heeft een gele keel. De geelkruinorganist Euphonia luteicapilla heeft een donkere keel, maar een egaal gele kruin die tot op het achterhoofd doorloopt. Het mannetje van de vuurbuikorganist Euphonia xanthogaster heeft een egaal gele voorkruin zonder vlekjes en een dieper oranje buik. Vrouwtjes met een roestrood voorhoofd zijn er ook bij de vuurbuikorganist, de roestbuikorganist Euphonia fulvicrissa en de bruinkaporganist Euphonia anneae; het vrouwtje van de vlekkruinorganist onderscheidt zich vooral door de okergele tint van de onderdelen. De verspreiding helpt daarbij.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en heuvelbos, vooral in de kruin en aan bosranden, ook in hoge secundaire bossen en schaduwplantages grenzend aan bos; van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes, vaak in gemengde groepen met tangaren. Eet vooral maretakbessen en kleine vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. Pacifische kant van het zuiden van Costa Rica, met inbegrip van het schiereiland Osa en de omgeving van de Golfo Dulce, tot in het westen van Panama (Chiriquí).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het vrouwtje met roestrood voorhoofd en okergele buik is vaak het snelst op naam te brengen; in gemengde groepen in het zuidwesten van Costa Rica loont het om elke organist goed te bekijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar plaatselijk vrij algemeen, onder meer in beschermd bos op het schiereiland Osa. Bosverlies in het laagland van het zuidwesten van Costa Rica en het westen van Panama is het belangrijkste knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Euphonia imitans | (Hellmayr, 1936)

Hellmayr beschreef de soort in 1936 als Tanagra imitans; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. imitans is Latijn voor 'nabootsend', naar de sterke gelijkenis met verwante organisten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit El Pozo, Río Térraba, Costa Rica.